A-  |  A+  |  Homepage  |  Favorieten  |  English version - international interest rates
Ga terug naar de hoofdpagina van HomeFinance Ga terug naar de hoofdpagina van HomeFinance
LIJFRENTE
Alle onderwerpen
Ga naar de homepage Ė voor hypotheek, financieel advies en verzekeringen
Informatie lijfrenteVerschillen verzekering en banksparen 

Verschillen bancaire lijfrente en lijfrenteverzekering

Op 1 januari 2008 is de Wet Banksparen ingevoerd. Waar tot die tijd verzekeraars het alleenrecht hadden om fiscaal gefaciliteerde (pensioen)producten aan bieden, zijn banken en beleggingsinstellingen nu ook op de markt toegelaten. Dit heeft grote consequenties voor de (expirerende) lijfrentemarkt. In de basis bestaan er veel overeenkomsten tussen de bancaire lijfrente en de lijfrenteverzekering. Er zijn echter ook verschillen. Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste verschillen tussen de bancaire lijfrente en de lijfrenteverzekering.

Direct rentes banksparen vergelijken

Lijfrenteverzekering Bancaire lijfrente
Bij overlijden komt de overlijdensrisicodekking toe aan de begunstigden. Door de begunstigde te kiezen kan aan successieplanning worden gedaan. Bij overlijden komt het saldo op de spaar- of beleggingsrekening toe aan de erfgenamen. Successieplanning zal via het testament moeten gebeuren.
Bij een lijfrenteverzekering kan gekozen worden voor levenslange uitkering. Dat houdt in dat werkelijk tot het overlijden een uitkering ontvangen kan worden. Het langleven risico ligt dus bij de verzekeringsmaatschappij. Bij de bancaire lijfrente is een levenslange uitkering niet mogelijk. Er dient altijd een einddatum bepaald te worden. Op het moment dat er geen saldo meer op de rekening staat, wordt er niet meer uitgekeerd. Het langleven risico ligt dus bij de klant.
Indien de verzekerde komt te overlijden en er is geen nabestaandenlijfrente bedongen (bijv. ten gunste van de langstlevende), dan eindigt de uitkering. Het kapitaal valt dan toe aan de verzekeringsmaatschappij. Om dit kapitaalverlies te voorkomen, dient een contraverzekering (bijv. voor de kinderen) worden afgesloten. Indien de verzekerde komt te overlijden gaan de uitkeringen gewoon door. Die komen dan toe aan de erfgenamen.
De gekozen uitkeringsfase moet minimaal zo lang zijn dat er statistisch gezien een overlijdenskans van minimaal 1% aanwezig is (1% sterftekanscriterium). De minimale uitkeringsfase (looptijd) bedraagt 5 jaar.
Mocht de verzekeringsnemer failliet gaan, dan valt een lijfrenteverzekering in principe buiten het faillissement. Mocht de rekeninghouder failliet gaan, dan valt een bancaire lijfrente in principe binnen een faillissement.
Mocht de verzekeraar failliet gaan, dan geldt geen gegarandeerd vangnet. Bij een faillisement van de verzekeraar loopt de begunstigde dus de kans het lijfrentekapitaal kwijt te zijn. Lijfrentespaarrekeningen vallen onder het depositogarantiestelsel (mits de bank, de rekening en de rekeninghouder onder de voorwaarden vallen). Het depositogarantiestelsel keert bij een faillissement van een bank maximaal Ä 100.000 uit per spaarder.
Bij de lijfrenteverzekering kunnen verschillende fiscale regimes van toepassing zijn (zie het onderdeel "fiscaliteiten"). Bij de bancaire lijfrente is altijd het nieuwe regime van toepassing zonder overbruggingslijfrente mogelijkheid.

Mogelijkheden voor uw expirerende lijfrente

Op de volgende pagina's vindt u aanvullende informatie die u kan helpen bepalen wat u met uw expirerende lijfrente kunt doen.

Online expirerende lijfrente test
De mogelijkheden bij een oud regime lijfrente
De mogelijkheden bij een nieuw regime lijfrente

Direct de rentes van banksparen vergelijken