Sparen Belastingen
Gepubliceerd op: donderdag 12 januari 2017 om 11:44

Fictief rendement niet in strijd met verdragen

In een proefproces heeft de belastingkamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant bepaald dat de belastingheffing over vermogen niet in strijd is met Europese verdragen. Het fictieve rendement van 4% is niet in strijd met Europese verdragen.

Proefproces

Bij de genoemde rechtbank zijn in een proefproces twee zaken behandeld op initiatief van de Bond voor Belastingbetalers. Hiermee wilde men een uitspraak over de vraag of de vermogensrendementsheffing in strijd is met het eigendomsrecht. Dit omdat het fictieve rendement waarmee de fiscus rekent (4%) in werkelijkheid vaak niet gehaald wordt. De vermogensrendementsheffing zou daardoor leiden tot 'oneigenlijke ontneming'.

Vermogensrendementsheffing

Rendement op vermogen wordt volgens ons systeem van inkomstenbelasting belast in box 3. Daar betaalt men belasting zodra het vermogen boven het heffingsvrije bedrag uitkomt. Die heffing is heel eenvoudig: de fiscus gaat (tot en met 2016) uit van een fictief rendement over het vermogen van 4%. Per 2017 wordt het fictieve rendement op een nieuwe manier bepaald. Dat fictieve rendement wordt belast met 30% inkomstenbelasting. Per saldo is de belastingbetaler dus 1,2% aan vermogensrendementsheffing kwijt.

In strijd met eigendomsrecht?

De Bond voor Belastingbetalers stelt dat dit in strijd is met het eigendomsrecht. Dat recht is vastgelegd in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens. De motivatie: het rendement van 4% werd in de afgelopen jaren vaak niet gehaald door de lage rente. Bij deze zaken ging het om de jaren 2013 en 2014. Eerder heeft de Hoge Raad al geoordeeld dat er voor 2010 en 2011 geen sprake was van schending van het Europese verdrag.

Rechtbank: niet bewezen

De rechtbank is het niet met de Bond voor Belastingbetalers eens. Dit omdat niet bewezen is dat een rendement van 4% niet haalbaar was voor particuliere beleggers. Er zijn meer manieren om vermogen te investeren, dus moet er niet alleen gekeken worden naar spaarrentes. De rechter stelt dat een rendement van 4% over een langere periode wel mogelijk was, bijvoorbeeld door te beleggen in staatsobligaties.

Homefinance.nl maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.