A-  |  A+  |  Homepage  |  Favorieten  |  English version - international interest rates
Ga terug naar de hoofdpagina van HomeFinance
PENSIOEN
Alle onderwerpen
Ga naar de homepage Ė voor hypotheek, financieel advies en verzekeringen  
Pensioenovereenkomsten en pensioenreglement
In Nederland geldt geen pensioenplicht. Dit houdt in dat je als werkgever in principe niet verplicht bent om je werknemers een pensioenregeling aan te bieden. Op het moment dat uw bedrijf onder een CAO regeling valt waarbinnen het pensioen ook geregeld is, bent u wel verplicht om uw werknemers pensioen aan te bieden. Dat is dan echter niet vanuit de wet, maar vanuit CAO afspraken.

Het overgrote meerdendeel van de werkgevers biedt zijn werknemers wel een pensioenregeling aan. Pensioen is zelfs een zeer belangrijk onderdeel van het totale arbeidsvoorwaardenpakket geworden. Op het moment dat u besluit uw werknemers een pensioenregeling aan te bieden, worden er 3 overeenkomsten gesloten:
  • overeenkomst tussen werkgever en werknemer
  • overeenkomst tussen werkgever en pensioenuitvoerder (pensioenfonds of verzekeraar)
  • overeenkomst tussen pensioenuitvoerder en werknemer
In deze overeenkomsten worden alle afspraken tussen de 3 betrokken partijen vastgelegd. Een belangrijk document is het pensioenreglement. Hierin wordt de relatie tussen de pensioenuitvoerder en de werknemer vastgelegd. In de Pensioenwet (PW) zijn strikte regels aangegeven waar een dergelijke regeling aan moeten voldoen. Daarnaast dient u rekening te houden met de Wet op de loonbelasting. Op deze pagina vindt u een beschrijving van een aantal belangrijke onderwerpen die te maken hebben met het pensioenreglement.

Het opstellen van een reglement is echter niet eenvoudig. Wij adviseren u hierbij advies in te winnen van een pensioendeskundige.
Belangrijke keuzes die u moet maken
Op het moment dat u uw personeel een pensioen aan gaat bieden, dient u een aantal belangrijke keuzes te maken. Hieronder gaan wij in op een aantal van de belangrijkste onderwerpen.
Wijze van opbouwen
De PW bemoeit zich niet met de minimale hoogte van de pensioentoezeggingen. U bent als werkgever tenslotte niet verplicht om pensioen toe te zeggen. Echter, op het moment dat u als werkgever een toezegging doet, wil de PW wel dat het pensioen opgebouwd wordt op een voorgeschreven wijze. De achterliggende reden is dat uw werknemers er bij een pensioenregeling vanuit moeten kunnen gaan dat die pensioenregeling ook nagekomen wordt. Dit houdt in dat u werknemerspensioenen niet via uw eigen onderneming kunt laten lopen. U dient te kiezen uit:
  • een ondernemingspensioenfonds:
    U kunt er voor kiezen een eigen pensioenfonds op te richten. Gezien de kosten en organisatie-eisen, is dit alleen geschikt voor zeer grote ondernemingen.
  • een bedrijfstakpensioenfonds:
    Dit kan uiteraard alleen als u actief bent in een bedrijfstak waar een bedrijfstakpensioenfonds bestaat.
  • een verzekeringsmaatschappij:
    De pensioenpremies worden gestort in een pensioenplan van een verzekeraar. Binnen de verzekering worden de premies belegd (ouderdomspensioen) en wordt het overlijdensrisico (nabestaandenpensioen en wezenpensioen) en arbeidsongeschiktheidsrisico (arbeidsongeschiktheidspensioen) gedekt. Een groot deel van de administratieve taken wordt door de verzekeraar verzorgt. Aangezien verzekeringsmaatschappijen dit voor vele bedrijven doen, kunnen zij deze producten tegen aantrekkelijke tarieven verzorgen.
Toetredingseisen
In het pensioenregelment dient aangegeven te worden waar de werknemer aan moet voldoen om toegelaten te worden tot de pensioenregeling. Hierbij wordt bijvoorbeeld aangegeven bij welke leeftijd de werknemer toe kan treden en wanneer het deelnemerschap eindigt. Belangrijk hierbij is dat alle werknemers gelijk behandeld dienen te worden (zie verderop bij Wet gelijke behandeling).
Pensioenleeftijd
Dit is een onderwerp waar de laatste tijd veel over te doen is. Een aantal jaren geleden was het heel normaal dat er toegewerkt werd naar een pensioenleeftijd van rond de 60 jaar. In bepaalde beroepsgroepen zelfs 57,5. Gezien de economische tegenwind en de vergrijzing, is deze pensioenrichtleeftijd uiteindelijk opgetrokken naar 65 jaar. Sinds 2013 wordt de pensioenrichtleeftijd in stapjes verhoogd. Vaak wordt er in een pensioenreglement een pensioenrichtdatum genoemd waarbij soms de mogelijkheid wordt geboden om vervroegd met pensioen te gaan.

Mocht de werknemer voor zijn pensioenleeftijd komen te overlijden, dan kan er binnen de pensioenregeling voor de nabestaanden een voorziening getroffen te worden. De weduwe, weduwnaar of partner ontvangt vaak levenslang een nabestaandenpensioen, terwijl de kinderen tot een bepaalde leeftijd (maximaal 30 jaar) wezenpensioen ontvangen.
Wet gelijke behandeling
Bij het opstellen van een pensioenreglement dient rekening gehouden met het feit dat alle werknemers gelijk behandeld dienen te worden. Dat wil zeggen dat dezelfde rechten gelden voor vrouwen ten opzichte als mannen, tijdelijke arbeidskrachten ten opzichte van vaste arbeidskrachten en jongeren ten opzichte van ouderen.
Scheiding, ontslag of wisseling werkgever
In het pensioenreglement dient aangegeven te worden hoe om wordt gegaan met ontslag of wisseling van de werkgever. Daarnaast is het belangrijk te bepalen wat er gebeurt indien de werknemer gaat scheiden.
Eigen bijdrage
In veel pensioenregelingen betaalt de werkgever niet de volledige pensioenpremie. De werknemer betaalt voor de opbouw van zijn pensioen ook een eigen bijdrage. De kosten voor u als werkgever kunnen op die manier binnen de perken gehouden worden, terwijl de werknemer wel een volwaardig pensioen opbouwt. Hoe u om wenst te gaan met de eigen bijdrage van de werknemer, dient in het pensioenreglement verwerkt te worden.