A-  |  A+  |  Homepage  |  Favorieten  |  English version - international interest rates
Ga terug naar de hoofdpagina van HomeFinance
PENSIOEN
Alle onderwerpen
Ga naar de homepage Ė voor hypotheek, financieel advies en verzekeringen  
Arbeidsongeschiktheid voor de zelfstandige
Iemand is arbeidsongeschikt als hij als rechtstreeks gevolg van ziekte of gebreken niet in staat is om met arbeid hetzelfde te verdienen als gezonde personen met soortgelijke ervaring en opleiding verdienen. Voor Nederlandse werknemers geldt dat er bij arbeidsongeschiktheid - net als bij pensionering - inkomen ontvangen kan worden uit 3 bronnen: de overheid (WIA), de werkgever en eventuele aanvullende voorzieningen in de privť-sfeer. Vanwege deze 3-deling wordt het Nederlandse pensioenstelsel vaak aangeduid met het 3 pijler-model.

Voor een zelfstandige geldt echter vaak dat u volledig aangewezen bent op de voorzieningen die u zelf treft. Tot 1 augustus 2004 bestond er voor zelfstandigen een overheidsvoorziening in de vorm van de WAZ (Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekeringen Zelfstandigen). De WAZ-regeling is echter afgeschaft. Aangezien u als zelfstandige geen werkgever heeft, houdt dit in dat u - als u zelf geen voorzieningen treft - bij arbeidsongeschiktheid het risico loopt helemaal geen inkomen te krijgen, behoudens eventueel de bijstand! Het is daarom erg belangrijk om zelf een goede arbeidsongeschikheidsvoorziening te treffen.

Voor een aantal beroepsgroepen geldt een uitzondering. De Wet verplichte deelneming in een Beroepspensioenregeling verplicht zelfstandigen binnen bepaalde beroepsgroepen om aan een beroepspensioenregeling mee te doen. Voor de meeste zelfstandigen geldt echter dat ze hun arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen volledig zelf moet regelen.

Hierbij heeft u drie mogelijkheden:
  • een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) bij een verzekeringsmaatschappij;
  • een alternatieve arbeidsongeschiktheidsverzekering bij een verzekeringsmaatschappij;
  • een vrijwillige Ziektewet- en WAO-verzekering via het UWV.
Hieronder zullen we dieper ingaan op de eerstgenoemde mogelijkheid: een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) bij een verzekeringsmaatschappij.
particuliere AOV bij een verzekeringsmaatschappij
Een groot aantal verzekeringsmaatschappijen biedt particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekeringen voor zelfstandigen aan. Dit kan in de vorm van een pensioenverzekering waarin ook ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen geregeld worden, maar ook in de vorm van een losse arbeidsongeschiktheidsverzekering. Er bestaan daarbij grote verschillen in voorwaarden en premiehoogte. Welke verzekering voor u het meest geschikt is, hangt af van uw eigen wensen, de premie die u wenst (kunt) betalen en de eisen die de verzekeraar stelt. Het is hierbij zeer verstandig om de verschillende verzekeraars naast elkaar te leggen. De hoogte van de te betalen premie en de mate van dekking die u heeft is afhankelijk van meerdere factoren.
  • uw leeftijd en gezondheid
    Zoals voor iedere verzekering geldt, kijken verzekeringsmaatschappijen heel sterk naar de kans dat een verzekering tot uitkering zal komen. Bij een AOV geldt dat de kans op ongeschiktheid toeneemt naarmate de verzekerde ouder is. Daarnaast wordt sterk gekeken naar uw medisch verleden: op het moment dat u relevante klachten heeft (had), zal de verzekeringsmaatschappij een hogere premie vragen.
  • uw beroep
    Hoe meer gezondheidsrisico's er verbonden zijn, des te hoger de verzekeringspremie. Hierbij werken alle verzekeringsmaatschappijen met zogeheten 'beroepsklassen". De precieze indeling verschilt per maatschappij. Zo kan uw beroep bij de ene maatschappij ingedeeld zijn in klasse 2 (met een relatief lage premie), terwijl hij bij de andere in klasse 4 valt (met een relatief hoge premie). Bij sommige beroepen kan de keuze van de juiste maatschappij dus een grote premiebesparing opleveren.
  • eigen risico
    Bij alle verzekeringsmaatschappijen kunt (of moet) u kiezen voor een wachttijd of eigen risicotermijn. Op het moment dat u aanspraak maakt op de verzekering, gaat de uitkering pas in na de eigen risicotermijn. Hoe korter deze termijn, des te hoger de premie.
  • de looptijd van de uitkering
    Vaak kunt u kiezen tussen verschillende looptijden van de uitkering. U kunt kiezen voor een tijdelijke uitkering, bijvoorbeeld maximaal vijf jaar, en voor een langlopende uitkering. Uiteraard geldt hierbij dat de premie hoger wordt naarmate de uitkeringstermijn langer wordt. Voor beroepen met een hoge kans op arbeidsongeschiktheid stelt de verzekeringsmaatschappij soms zelf een maximale eindleeftijd vast.
  • flexibiliteit binnen de polis
    Hierbij moet u denken aan de mogelijkheid om de verzekering tussentijds aan te passen. Daarnaast is het vaak mogelijk om voor een bepaalde indexatie van de uitkering te kiezen. Vooral voor langlopende polissen is dit erg relevant. In verband met flexibiliteit geldt dat de premie hoger wordt, naarmate de flexibiliteit groter is.
  • het arbeidsongeschiktheidscriterium
    Dit is een belangrijk onderdeel van de verzekering. Het arbeidsongeschiktheidscriterium bepaalt wanneer u voor een uitkering in aanmerking komt. U kunt kiezen uit drie criteria:
    • beroepsarbeidsongeschiktheid: u krijgt een uitkering als u uw beroep niet meer kunt uitoefenen;
    • passende arbeid: u krijgt een uitkering als u geen werk meer kunt doen dat aansluit bij uw opleiding en werkervaring;
    • gangbare arbeid: u krijgt een uitkering als u geen enkel ander werk meer kunt doen.
    Op het moment dat u kiest voor het criterium van beroepsarbeidsongeschiktheid komt u eerder voor een uitkering in aanmerking, maar betaalt u ook een hogere premie. Bij gangbare arbeid wordt u het minst snel arbeidsongeschikt verklaard, maar betaalt u ook het minste premie. Passende arbeid ligt er tussen in.
Meer info over ouderdomspensioen
Meer info over nabestaandenpensioen