A-  |  A+  |  Homepage  |  Favorieten  |  English version - international interest rates
Ga terug naar de hoofdpagina van HomeFinance
PENSIOEN
Alle onderwerpen
Ga naar de homepage Ė voor hypotheek, financieel advies en verzekeringen  
Ouderdomspensioen voor zelfstandigen
Net als alle nederlandse ingezetenen, heeft u als zelfstandige vanaf uw AOW-leeftijd recht op een AOW uitkering (algemene ouderdoms wet). Daarnaast geldt voor een aantal beroepsgroepen de Wet verplichte deelneming in een Beroepspensioenregeling. Deze wet verplicht zelfstandigen binnen bepaalde beroepsgroepen om aan een beroepspensioenregeling mee te doen. Voor de meeste zelfstandigen geldt echter dat ze een aanvullend ouderdomspensioen zelf moeten regelen.

Voor het regelen van een aanvullend pensioen kunt u als zelfstandig ondernemer gebruik maken van alle regelingen die voor alle belastingplichtigen gelden. Daarnaast geldt nog een aantal regelingen dat exclusief voor u als zelfstandige in het leven geroepen is. Als zelfstandig ondernemer dient u ook zelf zorgen voor een inkomen bij arbeidsongeschikheid en een nabestaanden voorziening.

Het ouderdomspensioen voor een zelfstandige wordt veelal geregeld door:
  • het vormen van een oudedagsreserve
  • het afsluiten van een lijfrente (lijfrenteverzekering of banksparen)
We zullen deze mogelijkheden hieronder uitgebreid behandelen.
Oudedagsreserve (OR)
Achtergrond van deze regeling is de ondernemer de mogelijkheid te bieden tot het vormen van een fiscale reserve voor zijn oudedag zonder dat de liquiditeit van de onderneming hierdoor aangetast wordt. Als uw bedrijf winst maakt, mag u een deel daarvan als oudedagsreserve op uw balans opnemen. Voorwaarde is wel dat u minimaal 50% van de werktijd besteed aan werkzaamheden voor uw onderneming(en) met een minimum van 1.225 gewerkte uren op jaarbasis. Voldoet u aan deze eis, dan mag u 9,44% van de jaarwinst toevoegen aan de reserve met in 2020 een maximum van € 9.214 (2019 € 8.999 - 2018 € 8.775 - 2017 € 8.946). De oudedagsreserve mag niet groter zijn dan het ondernemingsvermogen. Indien u premies heeft moeten betalen voor een verplicht gestelde pensioenregeling, dan moeten deze premies in mindering gebracht worden op het gestelde maximumbedrag. Elk jaar mag u opnieuw beslissen of u een deel van de winst als oudedagsreserve opneemt.

U dient de stand van de opgebouwde reserve opnemen op uw balans. Het opbouwen van de oudedagsreserve op de balans vormt overigens niet het pensioen op zich. Het is slechts een fiscale reserve die als bron fungeert voor het uiteindelijke pensioen. Over die reserve moet u op een later moment afrekenen met de fiscus. Vaak wordt er met het opgebouwde bedrag uiteindelijk een lijfrente aangekocht die als pensioen dient. Aangezien het hier om een fiscale reserve gaat, is het wel van belang te zorgen dat het geld uiteindelijk werkelijk beschikbaar is. U kunt tenslotte alleen een lijfrente aankopen met geld, niet met een fiscale reserve. Dit is ook een (groot) nadeel van deze vorm van pensioenopbouw: er is een mate van onzekerheid of er uiteindelijk werkelijk geld aanwezig zal zijn om een pensioen aan te kopen.
Lijfrente
Als zelfstandige kunt u er ook voor kiezen om een ouderdomspensioen op te bouwen via het afsluiten van een lijfrente. Tot 2008 moest u hierbij kiezen voor een lijfrenteverzekering, maar sinds de introductie van het banksparen mag u nu ook kiezen voor banksparen (pensioensparen). Bij een lijfrenteverzekering stort u maandelijks (jaarlijks) premies in een verzekering. Bij banksparen stort u uw pensioengeld op een geblokeerde bankspaarrekening. Op pensioendatum wordt het in de polis opgebouwde bedrag gebruikt om een pensioen aan te kopen. Ook dan heeft u wederom de keuze tussen een lijfrenteverzekering (pensioenpolis) of een bancaire lijfrente. Afhankelijk van het product dat u op de pensioendatum kiest, ontvangt u vanaf dan levenslang of totdat het pensioengeld op is maandelijks een uitkering.

Naast de mogelijkheid om gedurende uw werkzame leven bedragen te storten - waarvan werknemers (bij pensioentekort) ook gebruik kunnen maken - zijn er speciale mogelijkheden voor ondernemers. Zo mag u (een deel) van de oudedagsreserve omzetten in een lijfrente. Daarnaast kunt u, als u de onderneming staakt, de daaruit voortvloeiende stakingswinst omzetten in een lijfrente. De hoogte van de aftrek is afhankelijk van uw leeftijd op het moment dat u de bedrijfsactiviteiten staakt.

De aftrek is in 2020 € 467.044 (2019 € 459.688 - 2018 € 454.237 - 2017 € 450.631) bij:
- overdrachten door ondernemers die binnen 5 jaar van de AOW-leeftijd zitten;
- overdrachten door ondernemers die 45% of meer arbeidsongeschikt zijn;
- het staken van de onderneming door overlijden.

De aftrek is in 2020 € 233.530 (2019 € 229.852 - 2018 € 227.126 - 2017 € 225.323) bij:
- overdrachten door ondernemers die binnen 15 jaar van de AOW-leeftijd zitten;
- overdrachten door ondernemers indien de lijfrente-uitkeringen direct ingaan.

In overige gevallen is de aftrek in 2020 € 116.771 (2019 € 114.932 - 2018 € 113.569 - 2017 € 112.667).

Omdat de fiscaliteiten rond het beŽindigen van een onderneming erg ingewikkeld kunnen zijn, adviseren wij u altijd op tijd contact met een fiscalist en accountant op te nemen.
Meer over arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen
Meer over nabestaandenpensioen voor zelfstandigen