Wat is de bijleenregeling en wanneer geldt deze?
De bijleenregeling is een fiscale maatregel. Deze bepaalt dat u de overwaarde van een verkochte woning moet gebruiken voor een nieuwe woning om hypotheekrenteaftrek te behouden. De Belastingdienst voerde deze regeling op 1 januari 2004 in. Concreet betekent dit dat u de overwaarde van uw oude huis verplicht inzet bij de aankoop van een nieuwe woning. Gebruikt u de overwaarde niet, dan heeft u over dat deel geen recht op hypotheekrenteaftrek. De regeling bepaalt zo de aftrekbaarheid van de rente op uw hypotheek.
De bijleenregeling is van toepassing wanneer u binnen drie jaar na de verkoop van uw oude huis een nieuwe woning koopt. De geldigheidsduur van de bijleenregeling is dan ook drie jaar. Dit geldt ook bij een scheiding, wanneer er overwaarde vrijkomt en u binnen drie jaar een ander huis koopt.
De rol van overwaarde bij de bijleenregeling en aflossingsvrije hypotheken
De bijleenregeling beschrijft de regels voor het gebruik van overwaarde bij een nieuwe hypotheek. Dit geldt ook voor huiseigenaren met een aflossingsvrije hypotheek die hun woning verkopen. De regeling verplicht u de overwaarde van uw oude woning te gebruiken voor de financiering van uw nieuwe woning. U moet de overwaarde binnen drie jaar na de verkoop van uw oude huis inzetten. Doet u dit niet, dan verliest u het recht op hypotheekrenteaftrek over het deel van de hypotheek dat gelijk is aan de niet-gebruikte overwaarde. Dit is een belangrijke overweging voor wie de fiscale voordelen van hypotheekrenteaftrek wil behouden.
Fiscale gevolgen van de bijleenregeling bij het niet gebruiken van overwaarde
De bijleenregeling heeft directe fiscale gevolgen voor uw hypotheekrenteaftrek. Wanneer u de overwaarde van uw verkochte woning niet volledig herinvesteert in een nieuwe eigen woning, verliest u het recht op hypotheekrenteaftrek over dat deel. Dit betekent dat u geen hypotheekrenteaftrek krijgt over de ongebruikte overwaarde. De regeling is een belastingmaatregel die fiscale voordelen beperkt als overwaarde niet in een woning wordt geïnvesteerd.
Gebruikt u de overwaarde voor andere doelen dan de aankoop van een nieuw huis? Dan is de rente over het bijgeleende bedrag niet aftrekbaar. Een woningeigenaar die de gehele overwaarde niet gebruikt, kan ook te maken krijgen met vermogensrendementsheffing. Dit is een belangrijke overweging bij het plannen van uw volgende woning.
Voorwaarden en uitzonderingen van de bijleenregeling bij aflossingsvrije hypotheken
De bijleenregeling stelt specifieke voorwaarden aan het behoud van hypotheekrenteaftrek, vooral bij een aflossingsvrije hypotheek. U moet de overwaarde van uw verkochte woning investeren in een nieuwe woning. U moet de overwaarde gebruiken voor de verlaging van uw nieuwe hypotheek. Dit is nodig om het recht op hypotheekrenteaftrek te behouden. U behoudt recht op hypotheekrenteaftrek als u de overwaarde binnen drie jaar gebruikt. De regeling vermindert de maximale hypotheekschuld waarover u rente mag aftrekken. Dit beperkt uw recht op hypotheekrenteaftrek over het deel van de hypotheekschuld boven de maximale eigenwoningschuld. Een uitzondering hierop is de verbouwing van de nieuwe woning. Leners met een aflossingsvrije hypotheek kunnen hypotheekrenteaftrek toepassen onder specifieke wettelijke en fiscale regels.
Rekenvoorbeelden van de bijleenregeling bij een aflossingsvrije hypotheek
De bijleenregeling heeft duidelijke rekenvoorbeelden voor de hypotheekrenteaftrek, ook bij een aflossingsvrije hypotheek. De maximale hypotheekrenteaftrek geldt over de koopsom van de nieuwe woning min de overwaarde. Dit beïnvloedt direct hoeveel rente u fiscaal mag aftrekken.
Stel, u koopt een nieuwe woning van €200.000 en heeft €40.000 overwaarde uit uw vorige huis. Dan is de maximale aftrekbare hypotheekrente over €160.000. Koopt u een woning van €300.000 met dezelfde €40.000 overwaarde, dan is de maximale aftrekbare hypotheek €260.000. Voor de meeste mensen is het daarom verstandig de overwaarde te gebruiken om de nieuwe hypotheek te verlagen.
Maatregelen tegen risico’s van een aflossingsvrije hypotheek
De Nederlandsche Bank (DNB) en de AFM sporen consumenten aan om de risico’s van een aflossingsvrije hypotheek te beperken. Geleidelijke aflossing is een verstandige strategie om financiële risico’s te verminderen, vooral wanneer u dichter bij uw pensioen komt. Tussentijds extra aflossen voorkomt toekomstige problemen bij het einde van de looptijd. U heeft de mogelijkheid om vrijwillig af te lossen, vaak tot 10% van de oorspronkelijke hoofdsom per jaar. Dit kan de kans op verlenging van uw hypotheek vergroten. Bovendien kan versneld aflossen leiden tot een lager hypotheekrentepercentage, doordat een risico-opslag kan vervallen als uw hypotheek minder dan 50-60% van de woningwaarde bedraagt. Hypotheekverstrekkers moeten ook aanmoedigen tot vermindering van het aflossingsvrije deel bij herfinanciering. Er zijn ook maatregelen voorgesteld, zoals campagnes om aflossingsvrij af te bouwen en het verhogen van de renteopslag met 0,5% tot 1%.
Hoe berekent u een aflossingsvrije hypotheek?
U berekent de maandlasten van een aflossingsvrije hypotheek door alleen het rentebedrag te betalen, over maximaal 50% van de woningwaarde. Tijdens de looptijd hoeft u de hypotheeklening niet terug te betalen, tenzij u zelf aflost. De volledige hypotheekschuld lost u pas af aan het einde van de looptijd. Dit doet u dan in één keer, bijvoorbeeld met spaargeld of door de verkoop van uw woning.
Wat betekent dit in de praktijk? Een hypotheek van €200.000 met 1.12% rente over 30 jaar heeft bruto maandlasten van €187. Dit kan honderden euro’s per maand besparen, bijvoorbeeld bij een hypotheek van €350.000 tegen 1.4% rente. Voor een hypotheek van €50.000 met 2.0% rente waren de maandlasten in augustus 2022 €83,33. Een ander voorbeeld is €87,50 aan maandlasten voor een hypotheek van €60.000 met 1,75% rente over 10 jaar. In augustus 2022 waren de maandlasten voor een hypotheek van €30.000 met 2.0% rente €50,00.
U kunt jaarlijks tot 10 procent van de oorspronkelijke hoofdsom boetevrij extra aflossen. Extra aflossen kan ook een risico-opslag schelen, wat bij een hypotheek van €350.000 met 12 jaar rentevast tot wel €21.000 kan bedragen.
Kan ik renteaftrek behouden met een aflossingsvrije hypotheek en bijleenregeling?
U kunt renteaftrek behouden voor een aflossingsvrije hypotheek, zelfs met de bijleenregeling. Dit geldt als uw hypotheek voor 2013 is afgesloten. Het recht op renteaftrek blijft behouden bij oversluiten of verhuizen, tot 30 jaar na afsluiting. De bijleenregeling beïnvloedt de maximale hypotheekrenteaftrek. Dit betekent een verlaging van het bedrag waarover u hypotheekrente kunt aftrekken. De renteaftrek wordt beperkt tot het aankoopbedrag van de nieuwe woning min de overwaarde van uw oude woning. Indien de overwaarde niet volledig wordt ingezet voor de aankoop van de nieuwe woning, is de rente over het ongebruikte deel niet aftrekbaar.
Wat gebeurt er als ik de overwaarde niet inzet bij een nieuwe hypotheek?
Wanneer u de overwaarde van uw verkochte woning niet inzet bij de aankoop van een nieuwe woning, verliest u het recht op hypotheekrenteaftrek over dat deel. Een doorstromer krijgt dan geen hypotheekrenteaftrek over het deel van de overwaarde dat niet wordt ingebracht in de nieuwe woningfinanciering. Dit betekent dat een woningbezitter de hypotheekrenteaftrek verliest voor het deel van de hypotheek dat gelijk is aan de niet gebruikte overwaarde. De bijleenregeling zorgt ervoor dat u geen hypotheekrenteaftrek heeft over het hypotheekdeel dat gelijk is aan de overwaarde die u niet gebruikt om de lening van uw nieuwe woning te verlagen. Dit geldt specifiek als de overwaarde niet binnen drie jaar wordt gebruikt voor de nieuwe woning.
Hoe bereken ik de eigenwoningsreserve voor de bijleenregeling?
De eigenwoningsreserve berekent u door de verkoopprijs van uw oude woning te verminderen met de verkoopkosten en de resterende eigenwoningschuld. Dit is de overwaarde die u na de woningverkoop overhoudt. De Belastingdienst berekent deze reserve om te bepalen welk deel van uw nieuwe hypotheek aftrekbaar is. Zo wordt de reserve berekend als de netto verkoopopbrengst minus de hypotheek zonder consumptief deel. Een concreet voorbeeld: bij een netto opbrengst van €444.000 en een schuld van €250.000 bedraagt de eigenwoningsreserve €194.000. Deze reserve is drie jaar geldig na de verkoop van uw woning.
Is de bijleenregeling ook van toepassing bij het oversluiten van een hypotheek?
De bijleenregeling is niet direct van toepassing bij het oversluiten van een hypotheek voor dezelfde woning. Deze fiscale regeling geldt vooral wanneer u een woning met overwaarde verkoopt. Dan sluit u een nieuwe hypotheek af voor een andere woning. Bij een verhuizing verkoopt u uw huidige woning en koopt u een nieuwe aan. In dat geval is de bijleenregeling wel relevant voor de nieuwe hypotheek. De regeling is van toepassing op huizenkopers met overwaarde na de verkoop van hun huis.