Particuliere verhuurders kunnen via de SVOH tot 2030 maximaal € 15.000 subsidie per woning aanvragen voor verduurzaming. Voor de woning geldt vanaf 1 januari 2029 een minimumeis in plaats van het oude plan voor een verhuurverbod. Gemeenten kunnen daarop handhaven. Voor beleggers met een huurwoning met label E, F of G is de vraag hoeveel het kost om die woning op minimaal label D te krijgen, ook met subsidie.
Het voorstel ligt bij beide Kamers
Minister Mariëlle Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening stuurde het ontwerpbesluit op 10 juli 2026 naar de Tweede en Eerste Kamer. Die regel geldt straks voor verhuurde woningen; voor koopwoningen verandert er op dit punt niets.
Hoe groot de opgave is, hangt af van hoeveel woningen inmiddels zijn verbeterd. Toen het eerdere plan in juni 2022 werd gepresenteerd, hadden ongeveer 580.000 huurwoningen een E-, F- of G-label. Dat cijfer betreft de huursector in 2022. Voor een verhuurder telt uiteindelijk het label van de eigen woning.
Wat meet het label?
De voorgestelde grens draait om het primaire fossiele energiegebruik van een woning. Dat is de hoeveelheid energie uit fossiele bronnen die volgens de officiële rekenmethode voor het gebouw nodig is. De grens voor label D ligt op 290 kilowattuur per vierkante meter per jaar. De energierekening van een huurder hangt ook af van het gebruik van de woning.
Sinds 29 mei 2026 ziet een nieuw geregistreerd energielabel er anders uit. Het geeft onder meer meer informatie over de isolatie per bouwdeel en de CO2-uitstoot. Heb je al een eerder afgegeven label, dan blijft dat geldig en wordt het niet aangepast aan het nieuwe ontwerp. De gewijzigde vormgeving is bij een huurwoning met een oud label op zichzelf geen reden om een nieuw label te verwachten.
Verhuurders krijgen niet allemaal dezelfde opgave
Voor een eigenaar van één slecht geïsoleerde huurwoning kan de benodigde verbetering anders uitpakken dan voor een verhuurder die afhankelijk is van besluiten over een heel gebouw. Bij gemeenschappelijke delen kan een Vereniging van Eigenaars, een VvE, namelijk mee moeten beslissen. De voorgestelde regel kent daarom gerichte uitzonderingen:
- Monumenten vallen buiten deze minimumeis. Sinds 29 mei 2026 geldt voor monumenten wel een labelplicht bij verkoop of verhuur.
- Woningen met tijdelijk gebruik zijn uitgezonderd.
- Verhuurders die voor verbetering van gemeenschappelijke delen afhankelijk zijn van instemming binnen een VvE, krijgen een uitzondering, maar moeten zich wel inspannen om verbetering mogelijk te maken.
De VvE-cijfers betreffen verschillende groepen woningen. Volgens het CBS had op 1 januari 2023 9% van de woningen in VvE’s met uitsluitend huurwoningen een E-, F- of G-label. In VvE’s met alleen koopwoningen was dat 19%. Die percentages gelden voor de twee genoemde soorten VvE’s.
Rekenvoorbeeld: corporatiewoningen
Ook binnen de huursector is al werk verzet. Woningcorporatiekoepel Aedes meldt dat het aandeel corporatiewoningen met een E-, F- of G-label daalde van 13,4% naar 11,8%. Het verschil is eenvoudig uit te rekenen. 13,4 min 11,8 is 1,6 procentpunt. Een daling van 1,6% zou een andere uitkomst zijn.
Aedes noemt daarnaast een afname van 31.800 corporatiewoningen met zo’n label en een stand van 247.400 woningen. Die aantallen gaan over sociale huurwoningen van corporaties. Voor particuliere verhuurders zijn afzonderlijke cijfers nodig om de resterende investeringen te berekenen. Ook zeggen de labelcijfers niets over de kosten per woning: daarvoor zijn de benodigde maatregelen bepalend.
Europa bepaalt de richting, Nederland werkt de eis uit
Achter de Nederlandse maatregel zit de herziene Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen, ook wel EPBD IV genoemd. De EU keurde die in juni 2024 goed. De termijn om de richtlijn in Nederlandse regels om te zetten liep tot uiterlijk juni 2026. Voor verhuurders wordt de concrete eis uitgewerkt in het Besluit bouwwerken leefomgeving, de regels voor onder meer gebouwen.
De koerswijziging was al eerder aangekondigd. Toenmalig minister Mona Keijzer liet op 7 maart 2025 weten dat het kabinet koos voor minimumprestaties in plaats van het eerder bedachte verhuurverbod. De woning moet aan de wettelijke grens voldoen; verhuur als zodanig blijft toegestaan.
Toezicht en steun
Gemeenten krijgen het toezicht en de handhaving. Voldoet een huurwoning na de ingangsdatum niet aan de eis, dan kan de gemeente de verhuurder aanschrijven om de woning alsnog te verbeteren. Het voorstel noemt daarbij geen standaardboetebedrag. De praktische consequentie is wel dat een verhuurder een verzoek van de gemeente om verbetering niet zomaar naast zich neer kan leggen.
Voor particuliere verhuurders is er de subsidieregeling uit de intro. Medio juli 2026 was daarin volgens de Rijksoverheid nog ongeveer € 113 miljoen beschikbaar. Het totale budget staat los van het bedrag per aanvraag. Dat hangt af van de aanvraag en de werkzaamheden die onder de regeling vallen; kosten boven een toegekend bedrag blijven voor rekening van de eigenaar.
Wat dit voor jou betekent
Verhuur je een woning, check dan het geregistreerde energielabel en laat bij een slechte score nagaan welke verbeteringen nodig zijn om aan de grens te voldoen. Vergelijk daarbij de kosten van de werkzaamheden met het bedrag dat je eventueel via de subsidieregeling kunt krijgen. Is je woning onderdeel van een VvE, kijk dan ook welke maatregelen instemming voor gemeenschappelijke delen vragen.
Huur je een woning met een slecht label, dan kun je bij de verhuurder navragen welke verbeteringen zijn voorzien. Het label dat al voor de wijziging van de vormgeving is afgegeven, blijft daarvoor een bruikbaar vertrekpunt. Vergelijk als eigenaar vóór 1 januari 2029 de offertes en bereken welk deel van de kosten na een eventuele subsidie overblijft.
Bronnen : Rijksoverheid, NOS, CBS, Tweede Kamer, solarmagazine.nl
Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk financieel advies.