HomeFinance Hypotheken

De fiscus kijkt vanaf volgend jaar anders naar je tweede woning

In 2026 rekent de fiscus voor een tweede woning met 6% forfaitair rendement in box 3. Maar ook bij het hogere forfait in 2027 staat niet automatisch vast wat je betaalt: via de tegenbewijsregeling kan een lager werkelijk rendement tellen. Voor eigenaren van een tweede woning kan dat verschil maken voor de aanslag, want volgens de Hoge Raad blijft eigen gebruik buiten het rendement. Een waardeverandering van de woning telt wel mee.

Welke bezittingen vallen in dezelfde categorie?

Een vakantiewoning staat in box 3 in de categorie ‘overige bezittingen’. Daaronder vallen ook aandelen, obligaties en cryptovaluta. De verhoging voor 2027 raakt dus meer mensen dan alleen eigenaren van een tweede huis. Het forfaitaire rendement is de opbrengst waarmee de Belastingdienst rekent voor de belasting, ook als je bezit in werkelijkheid minder heeft opgebracht.

Voor een tweede woning vormt de WOZ-waarde, de waarde die de gemeente aan de woning toekent, het uitgangspunt. De berekende opbrengst komt niet op je bankrekening binnen: het is een bedrag voor de belastingberekening. Daardoor kan de berekening hoger uitvallen dan de huur die je hebt ontvangen, of hoger dan je opbrengst bij een woning die je vooral zelf gebruikt.

Historische opbrengsten bepalen het forfait

De percentages voor overige bezittingen worden jaarlijks vastgesteld op basis van rendementen uit eerdere jaren, onder meer op vastgoed en aandelen. De Belastingdienst kijkt bij dat percentage dus niet naar wat jouw vakantiewoning in één bepaald jaar heeft opgebracht. Ook een woning die een tijd leegstond, valt onder het percentage voor de hele categorie.

Voor 2027 blijft die manier van rekenen onderdeel van het bestaande box 3-stelsel. Het hogere percentage wijzigt de berekening. De belasting volgt daarbij niet standaard jouw eigen opbrengst. Wel kun je via de tegenbewijsregeling laten zien dat je werkelijke rendement lager was dan het berekende rendement. In dat geval kan de lagere opbrengst tellen voor je aanslag.

Hoe telt een woning die je zelf gebruikt?

Bij tegenbewijs maakt het uit wat de Hoge Raad op 20 december 2024 heeft bepaald. Gebruik je de tweede woning zelf, dan telt het voordeel van dat gebruik onder de huidige regeling niet mee als werkelijk rendement. Een verblijf in je eigen vakantiewoning levert voor deze berekening dus niet vanzelf een opbrengst op.

De waardeontwikkeling telt wél mee, ook als je de woning niet hebt verkocht. Dat noemen we een ongerealiseerde waardeverandering: de waarde is veranderd zonder dat de woning is verkocht. Wie alleen kijkt naar ontvangen huur, mist daardoor een belangrijk deel van de berekening. Het oordeel van de Hoge Raad gaat over tegenbewijs onder het huidige stelsel, niet over alle regels van het geplande nieuwe stelsel.

Bij € 300.000 WOZ-waarde scheelt het forfait € 1.110

Neem als rekenvoorbeeld een tweede woning met een WOZ-waarde van € 300.000. De tabel laat uitsluitend zien welke opbrengst de Belastingdienst met de percentages voor beide jaren aan die waarde toerekent. Het verschil tussen die opbrengsten is € 1.110. De berekende opbrengst stijgt met dit bedrag. Het is geen extra belastingbedrag.

Jaar Forfait Berekende opbrengst bij € 300.000
2026 6% € 18.000
2027 6,37% € 19.110

Je uiteindelijke aanslag kun je niet uit die tabel aflezen. Het heffingsvrije vermogen, het deel van je box 3-bezit waarover je geen belasting betaalt, speelt ook mee. Bovendien kan tegenbewijs de uitkomst veranderen. Het voorbeeld laat daarom vooral zien waarom een hoger forfait gevolgen kan hebben, zelfs als de woning zelf niet méér oplevert.

Wat ligt er nog open?

Het kabinet presenteerde op Prinsjesdag, 15 september 2026, een Belastingplan waarin het heffingsvrije vermogen voor 2027 uitkomt op € 60.098 per persoon, tegenover € 59.357 in 2026. De hoogte voor 2027 is nog niet definitief vastgesteld. Dat bedrag is relevant als je wilt inschatten welk deel van je bezit uiteindelijk in de belastingberekening terechtkomt.

De staatssecretaris van Financiën diende het wetsvoorstel voor de Wet werkelijk rendement box 3 op 19 mei 2025 in bij de Tweede Kamer. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2028. Dan moet het werkelijke rendement het uitgangspunt van een nieuw stelsel worden. Tot die invoering blijft voor een tweede woning het onderscheid tussen de berekende opbrengst en mogelijk tegenbewijs belangrijk.

Wat dit voor jou betekent

  • Check bij een tweede woning welke WOZ-waarde voor de belastingberekening wordt gebruikt. Bij een woning met een WOZ-waarde van € 300.000 rekent de Belastingdienst in 2027 met 6,37%. Daarmee kun je inschatten welk bedrag het forfait aan de woning toerekent.
  • Vergelijk die berekende opbrengst met je werkelijke rendement als je denkt dat dit lager was. Neem daarbij ook de waardeverandering van de woning mee; alleen naar de ontvangen huur kijken is onvoldoende.
  • Houd bij een berekening voor 2027 rekening met het heffingsvrije vermogen, maar behandel het voorgestelde bedrag nog niet als definitief.

Reken voor 2027 met de WOZ-waarde van je woning uit wat het forfait van 6,37% oplevert en vergelijk dat met de opbrengst die je zelf kunt onderbouwen.

Bronnen : Rijksoverheid, Tweede Kamer, Consumentenbond, nextens.nl, rendement.nl

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk financieel advies.

Artikel delen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De fiscus kijkt vanaf volgend jaar anders naar je tweede woning

Snel naar onze berekeningen

Overwaarde berekenen

Vrijblijvend hypotheekgesprek

Gratis een vrijblijvend hypotheekgesprek zonder verplichtingen