HomeFinance Hypotheken

Deze bewoners betalen straks de rekening voor de warmtetransitie van hun wijk

In 2026 bedraagt de ISDE-subsidie voor een individuele aansluiting op een erkend warmtenet € 3.775. Maar die tegemoetkoming zegt nog niet wat de overstap een particuliere woningeigenaar uiteindelijk kost: Vereniging Eigen Huis waarschuwt dat het aardgasvrij maken van woningen duurder kan uitvallen dan vooraf berekend. Voor huiseigenaren in een wijk waarvoor de gemeente een wijkuitvoeringsplan opstelt, staat daarmee de eigen bijdrage op het spel. Bij sociale huurwoningen lopen de aansluitkosten via de verhuurder of woningcorporatie, niet rechtstreeks via de huurder.

Wat mag een aansluiting kosten?

Het maximumtarief voor aansluiting op een bestaand warmtenet lag in 2025 volgens de Autoriteit Consument & Markt (ACM) op € 5.251,45. Het tariefplafond is in 2026 dus € 44,85 hoger. Een warmteleverancier mag maximaal dat bedrag voor de aansluiting vragen; een huishouden kan minder betalen.

De grens geldt specifiek voor een nieuwe aansluiting op een bestaand warmtenet. Dat onderscheid telt als je een bedrag in een wijkplan ziet staan, want de ACM begrenst hiermee de aansluitbijdrage van de warmteleverancier, terwijl de totale kosten om een woning aardgasvrij te maken anders kunnen uitvallen.

Het wijkplan brengt de kosten voor bewoners in beeld

Een gemeente maakt het wijkuitvoeringsplan samen met bewoners en gebouweigenaren, schrijft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Daarin staat concreet hoe de wijk van het aardgas afgaat. Ook de kosten voor de mensen en organisaties met een woning of ander gebouw in de wijk moeten bij het plan worden meegewogen.

Juist bij die berekening zit een knelpunt. Vereniging Eigen Huis waarschuwt dat de overheid de kosten van het aardgasvrij maken onderschat. Daardoor kan de rekening voor een huiseigenaar hoger worden dan het bedrag waarmee vooraf is gerekend, of de gekozen oplossing nu een warmtenet of een warmtepomp is.

Gemeenten hebben volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) beperkte mogelijkheden om een tekort aan betaalbaarheid op te vangen. Ze kunnen namelijk geen inkomensbeleid voeren en hebben geen gegarandeerde landelijke middelen om zulke tekorten structureel te betalen. Een wijkplan dat kosten meeweegt, neemt dat probleem dus niet vanzelf weg.

Wie krijgt de rekening?

Voor een particuliere eigenaar komt een aansluiting voor rekening van het eigen huishouden. Bij een sociale huurwoning regelt de verhuurder of woningcorporatie de aansluiting en betaalt de huurder de aansluitkosten niet rechtstreeks. Dat verschil is belangrijk als in een wijk zowel koopwoningen als sociale huurwoningen staan.

De VNG spreekt over circa 2,6 miljoen Nederlandse huishoudens die de komende jaren volgens haar naar een collectief warmtesysteem als alternatief voor aardgas moeten overstappen. Dat cijfer beschrijft de omvang van de verandering en zegt niets over een individuele aansluitplicht voor eigenaren. Welke kosten bij jouw woning terechtkomen, hangt af van het plan voor de wijk en de gekozen aansluiting.

Bij het maximum blijft na subsidie € 1.521,30 over

Neem een eigenaar die in 2026 het volledige ACM-maximum betaalt voor de aansluiting die in de chapo staat. Trek daar het subsidiebedrag uit de intro vanaf: € 5.296,30 min € 3.775 is € 1.521,30. Dit rekenvoorbeeld is gebaseerd op de hoogste toegestane aansluitbijdrage en geeft geen landelijk gemiddelde of minimumbedrag.

RVO keert de ISDE uit, de landelijke subsidie voor verduurzaming. Voor deze berekening moet de aansluiting van de woning op een erkend warmtenet aan de subsidievoorwaarden voldoen. En met alleen de aansluitbijdrage heb je nog geen volledig beeld van wat verwarming je kost, want het verbruik betaal je daarna volgens het tarief van je warmteleverancier.

Welke regels gelden in 2026?

De Wet collectieve warmte vervangt de huidige Warmtewet. De Tweede Kamer nam de nieuwe wet op 3 juli 2025 aan, de Eerste Kamer op 9 december 2025. Een deel van de bepalingen trad op 14 februari 2026 in werking. Voor bestaande woningen volgt daar geen algemene aansluitplicht uit.

De wet werkt met een aansluitrecht, waardoor je als eigenaar kunt kiezen of je een aangeboden aansluiting wilt. De verdere invoering van de wet is volgens de VNG gefaseerd voorzien vanaf de tweede helft van 2026. De ACM verwacht vanaf 2027 of 2028 toezicht te houden onder de nieuwe regels.

Voor nieuwbouw ligt dat anders. Gemeenten kunnen binnen grenzen in hun omgevingsplan, de plaatselijke regels voor bouwen en de leefomgeving, bepalen hoe zij een aansluiting op een warmtenet regelen. Voor bestaande koopwoningen bestaat in 2026 geen landelijke, allesomvattende wettelijke aansluitplicht op grond van nieuwbouwregels.

Wat dit voor jou betekent

  • Check bij je gemeente of er voor jouw wijk een wijkuitvoeringsplan wordt gemaakt en hoe je als bewoner bij het opstellen ervan wordt betrokken. Vraag welke kosten voor eigenaren in het plan worden meegewogen.
  • Vergelijk een aanbod voor aansluiting op een bestaand warmtenet met het ACM-maximum voor 2026. Ga ook na of jouw individuele aansluiting voldoet aan de voorwaarden voor de ISDE en welke kosten buiten de aansluitbijdrage vallen.
  • Vraag naar de verwachte verbruikskosten bij de warmteleverancier en leg die naast je huidige energiekosten. Gaat het om nieuwbouw, check dan apart wat de gemeente in het omgevingsplan heeft geregeld.

Vergelijk de kosten van de aansluiting en het verwachte verbruik met je huidige energierekening om te berekenen wat de overstap voor jouw huishouden betekent.

Bronnen : acm.nl, overheid.nl, Consumentenbond, vng.nl, gemeente.nu

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk financieel advies.

Artikel delen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze bewoners betalen straks de rekening voor de warmtetransitie van hun wijk

Snel naar onze berekeningen

Overwaarde berekenen

Vrijblijvend hypotheekgesprek

Gratis een vrijblijvend hypotheekgesprek zonder verplichtingen