Vanaf 1 januari 2027 stijgt volgens het Belastingplan 2027 het tarief in de eerste belastingschijf voor AOW’ers die in 1946 of later zijn geboren van 17,85% naar 18,33%. Het kabinet wil bovendien de maximale ouderenkorting met € 74 verlagen tot € 1.993 per jaar. Maar hoeveel iemand netto overhoudt, hangt ook af van de ontwikkeling van het aanvullende pensioen. Voor AOW’ers met zo’n pensioen bij een fonds dat nog moet overstappen op het nieuwe stelsel, kan de rekening daardoor anders uitvallen dan het koopkrachtgemiddelde doet vermoeden.
De gemiddelde plus zegt weinig over je eigen inkomen
Volgens de koopkrachtraming van het kabinet gaan gepensioneerden er in 2027 gemiddeld 0,3% op vooruit. Werkenden en mensen met een uitkering leveren allebei gemiddeld 0,4% in. Voor gepensioneerden is de raming bovendien minder gunstig geworden: het Centraal Planbureau ging eerder nog uit van een plus van 0,5%.
Een hoger bruto inkomen garandeert geen hogere koopkracht. Ouderenbond ANBO-PCOB rekende voor dat een alleenstaande met € 30.000 bruto pensioeninkomen in 2026 en een inkomensstijging van 3,5% naar € 31.050 in 2027 toch 0,5% koopkracht verliest. Je kunt dan ondanks je hogere inkomen minder kopen.
De overstap van pensioenfondsen
De gemiddelde plus wordt vooral opgetrokken door fondsen die al zijn overgestapt op het nieuwe pensioenstelsel. Zij hoeven minder geld als buffer aan te houden. Bij 24 van die fondsen kregen meer dan een miljoen gepensioneerden eerder in 2026 daardoor een 8% tot 20% hogere uitkering.
Die verhogingen komen niet bij iedereen tegelijk terecht. In de zomer van 2026 waren 42 pensioenfondsen overgestapt. ABP, het grootste fonds, is van plan dat op 1 januari 2027 te doen. Krijg je pensioen van ABP, dan merk je een eventuele verhoging volgens de huidige planning pas in de loop van 2027.
Een klein aanvullend pensioen maakt belasting voelbaar
Voor een alleenstaande met alleen AOW ligt dat anders. Bij ruim € 21.200 bruto AOW per jaar blijven de heffingskortingen, de bedragen die van je belasting afgaan, in 2026 en 2027 hoger dan de berekende belasting. Die persoon merkt daardoor niets van het hogere tarief.
Met een aanvullend pensioen kan de uitkomst omslaan. Bij een totaal inkomen van ongeveer € 27.200 betaalt een AOW’er in 2027 naar schatting € 158 per jaar meer belasting dan in 2026. De tariefwijziging kost in dit voorbeeld € 131. Een hogere algemene heffingskorting van € 40 en een stijging van € 7 van de alleenstaandeouderenkorting, een extra belastingkorting voor alleenstaande ouderen, verzachten de rekening.
Wie de algemene heffingskorting en de ouderenkorting allebei volledig krijgt, houdt in 2027 per saldo € 34 minder korting over dan in 2026. Je precieze belastingverschil hangt af van je totale inkomen en van de kortingen waarvoor je in aanmerking komt.
Rekenvoorbeeld: belasting en zorgpremie samen
Neem een AOW’er met een partner en € 1.000 bruto aanvullend pensioen per maand. In dit voorbeeld stijgt de verschuldigde belasting in 2027 met ongeveer € 161 per jaar ten opzichte van 2026. Bij € 500 aanvullend pensioen per maand is dat circa € 133; bij € 1.500 is het circa € 156. De stijging loopt dus niet voor elk pensioenbedrag gelijk op.
Daar komt de zorgverzekering bij. Het ministerie van VWS verwacht voor 2027 een gemiddelde basispremie van € 169 per maand, een stijging van € 12,50. Voor één verzekerde is dat € 150 extra per jaar. Tel je die verwachte premiestijging op bij de € 161 extra belasting uit het voorbeeld, dan kom je uit op € 311 per jaar, of ongeveer € 25,92 per maand. Een eventuele pensioenverhoging is daarin niet meegenomen.
Belastinggrenzen groeien minder snel mee met de prijzen
Ook de grenzen in de belasting spelen mee. Volgens het Belastingplan 2027 schuift de bovengrens van de laagste belastingschijf voor AOW’ers op van € 38.883 in 2026 naar € 39.247 in 2027. Dat is € 364 verschil. De grens stijgt dus, terwijl het tarief binnen die schijf eveneens omhooggaat.
Het kabinet wil de belastinggrenzen en heffingskortingen in 2027 bovendien voor slechts 48% aan de inflatie aanpassen. Die beperkte inflatiecorrectie kost gepensioneerden volgens het kabinet gemiddeld 0,7 procentpunt koopkracht. Een stijging van je bruto pensioen kan daardoor netto minder opleveren dan je op basis van dat brutobedrag verwacht.
Wat dit voor jou betekent
- Check bij je pensioenfonds wanneer het overstapt. Fondsen die nog niet zijn overgegaan, moeten dat uiterlijk 1 januari 2028 doen. De overstapdatum helpt je inschatten wanneer een eventuele verhoging in beeld komt.
- Vergelijk je verwachte netto-inkomen op basis van je AOW én je aanvullende pensioen. De definitieve AOW-bedragen voor januari 2027 volgen pas na het minimumloonbesluit in november 2026.
- Houd in je overzicht van vaste lasten ook ruimte voor zorgkosten. Het verplichte eigen risico gaat in 2027 volgens de huidige plannen van € 385 naar € 400; dat verschil merk je alleen als je het eigen risico gebruikt.
- Heb je spaargeld of beleggingen, kijk dan ook naar box 3, de belasting op dat vermogen. Er ligt een voorstel om het bedrag waarover je geen box 3-belasting betaalt te verlagen. Volgens de antwoorden van staatssecretaris Eerenberg aan de Tweede Kamer zouden daardoor ongeveer 1,2 miljoen mensen extra belasting gaan betalen.
Zodra de definitieve AOW-bedragen voor januari 2027 bekend zijn, kun je je maandbudget berekenen met de verwachte gemiddelde basispremie van € 169 en, als je het gebruikt, het hogere eigen risico van € 400.
Bronnen : welingelichtekringen.nl, dagelijksestandaard.nl, anbo-pcob.nl, langerthuisinhuis.nl, nieuwrechts.nl
Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk financieel advies.