HomeFinance Hypotheken

Deze huiseigenaren mogen volgend jaar voor het eerst minder aftrekken dan hun buren

Het maximale aftrektarief voor hypotheekrente stijgt volgens het Belastingplan 2027 van 37,56% in 2026 naar 38,16% in 2027. Maar achter dat hogere maximum schuilt een verschil van 1,93 procentpunt tussen de eerste en tweede belastingschijf: voor huiseigenaren hangt het belastingvoordeel af van de schijf waarin hun belastbaar inkomen na aftrek valt. Dat verschil ontstond al in 2025 toen er een extra belastingschijf in box 1 kwam.

Waar ligt de grens?

Box 1 is het deel van de inkomstenbelasting waarin onder meer je inkomen uit werk en je eigen woning vallen. In het voorstel voor 2027 eindigt de eerste schijf bij een belastbaar inkomen van € 39.247. De tweede schijf loopt van € 39.248 tot en met € 80.578. Die grenzen maken uit voor de waarde van je renteaftrek.

Boven € 80.578 geldt in het voorstel een belastingtarief van 49,50%. Dat betekent niet dat je de hypotheekrente ook tegen dat percentage mag aftrekken: daarvoor geldt het maximum uit de tweede schijf. Bovendien telt de schijf waarin je inkomen na aftrek valt. Zit je dicht bij een grens, dan kun je dus niet zomaar één percentage op al je aftrekbare rente toepassen.

De gelijke aftrek verdween al in 2025

Van 2014 tot en met 2023 bouwde het kabinet het maximale belastingvoordeel voor hogere inkomens stapsgewijs af. In 2013 kon hypotheekrente nog tegen maximaal 52% worden afgetrokken; in 2023 was dat maximum gelijk aan het tarief van de eerste schijf. Ook in 2024 maakte het aftrekpercentage daardoor geen verschil tussen inkomensgroepen.

Met de extra schijf in box 1 keerde dat verschil in 2025 terug. De onderstaande vergelijking laat zien hoe de afstand tussen de twee tarieven daarna toenam. Het gaat om procentpunten, dus om het verschil tussen twee percentages, niet om een procentuele stijging van je belastingteruggave.

Jaar Eerste schijf Tweede schijf Verschil
2025 35,82% 37,48% 1,66 procentpunt
2026 35,75% 37,56% 1,81 procentpunt
2027 36,23% 38,16% 1,93 procentpunt

Wie bereikt de tweede schijf?

Vooral rond de grens tussen de schijven wordt de uitkomst persoonlijk. Blijft je belastbaar inkomen na de renteaftrek helemaal in de eerste schijf, dan geldt voor die aftrek het lagere tarief. Komt je inkomen na aftrek in de tweede schijf uit, dan kan het hogere tarief meetellen. Het inkomen vóór de aftrek alleen vertelt je dus nog niet genoeg.

Dat verklaart ook waarom twee buren met dezelfde hypotheekrente een ander belastingvoordeel kunnen hebben. De schijfgrenzen gaan over belastbaar inkomen, niet over de waarde van hun woningen of de hoogte van hun hypotheek. Bij een inkomen dicht bij € 39.247 in 2027 is het daarom extra belangrijk om naar de berekening ná aftrek te kijken.

Bij € 12.000 rente scheelt het € 231,60

Neem € 12.000 aan aftrekbare hypotheekrente per jaar. Tegen het voorgestelde tarief van 36,23% levert dat € 4.347,60 belastingvoordeel op. Kan de rente volledig tegen 38,16% worden afgetrokken, dan is het € 4.579,20. Het verschil is € 231,60 per jaar, of € 19,30 per maand.

Dit is een vergelijking van de tarieven, geen berekening van de complete woonlasten. Het hogere bedrag veronderstelt dat de volledige € 12.000 tegen het tarief van de tweede schijf aftrekbaar is. Zakt je belastbaar inkomen door de aftrek de eerste schijf in, dan past zo’n vergelijking niet één op één bij jouw situatie.

Wat staat er nog op stapel?

Het kabinet stuurde het Belastingplan 2027 op Prinsjesdag, 15 september 2026, naar de Tweede Kamer. Die moet de voorgestelde tarieven nog goedkeuren. Pas als het plan wordt aangenomen, kunnen ze op 1 januari 2027 ingaan. Reken voor je toekomstige netto maandlasten dus voorlopig met voorgestelde cijfers.

De renteaftrek is bovendien niet de enige post voor een huiseigenaar. Het eigenwoningforfait, het bedrag dat voor je eigen woning bij je inkomen wordt opgeteld, blijft volgens het plan in 2027 voor de gebruikelijke categorie 0,35% van de WOZ-waarde, net als in 2026. De WOZ-waarde is de waarde die de gemeente aan je huis geeft.

Voor woningen in de hoogste forfaitcategorie verschuift de grens van € 1.340.000 in 2026 naar € 1.360.000 in 2027; boven die grens geldt een forfaitpercentage van 2,35%. Heb je geen of nog maar een kleine hypotheekschuld, dan speelt ook de Wet Hillen mee: de aftrek die het forfait voor die groep beperkt, wordt in 2027 volgens het bestaande afbouwschema verder verlaagd.

Wat dit voor jou betekent

  • Check in welke schijf je belastbaar inkomen in 2027 ná de hypotheekrenteaftrek valt. Dicht bij de grens tussen de eerste en tweede schijf kan één vast aftrekpercentage een verkeerd beeld geven.
  • Vergelijk je verwachte belastingvoordeel met je eigen rente over een heel jaar, in plaats van alleen naar het maximale tarief te kijken. Het rekenvoorbeeld laat zien waarom hetzelfde rentebedrag niet voor iedereen dezelfde teruggave oplevert.
  • Houd bij een berekening van je netto woonlasten ook rekening met het eigenwoningforfait en met het feit dat de Tweede Kamer nog over het Belastingplan 2027 beslist.

Vergelijk je bruto en netto maandlasten voor 2027 met de aftrek die bij jouw belastbaar inkomen past.

De laagste hypotheekrentes bij 10 jaar rentevast, per geldverstrekker (stand 1 november 2026):

Geldverstrekker Product Met NHG Tot 80% woningwaarde Tot 100% woningwaarde
Centraal Beheer Groen Leef Hypotheek 3,65% 3,81% –
Woonfonds Groen Woongenot Hypotheek 3,70% 3,86% 3,86%
ASR WelThuis 3,73% 3,73% 3,73%
Hypotrust Groen Woon Bewust Hypotheek 3,76% 3,87% –
Argenta Groen Hypotheek 3,89% 4,10% 4,10%
Attens Groen Attens Hypotheken 4,01% 4,09% –

Hypotheekrente

Bronnen : Belastingdienst, nibc.nl, fiscount.nl, fiscalert.nl, abnamro.nl

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk financieel advies.

Artikel delen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze huiseigenaren mogen volgend jaar voor het eerst minder aftrekken dan hun buren

Snel naar onze berekeningen

Overwaarde berekenen

Vrijblijvend hypotheekgesprek

Gratis een vrijblijvend hypotheekgesprek zonder verplichtingen