In 2026 is de eerste € 59.357 aan vermogen per persoon vrijgesteld van box 3-belasting. Maar waar die grens volgens de huidige wet in 2027 zou stijgen naar € 60.098, stelt het kabinet nu een verlaging voor. Daardoor kunnen spaarders die nu geen box 3-belasting betalen volgend jaar toch moeten afrekenen; voor de nieuwe groep betalers raamt het kabinet de extra belasting op gemiddeld ongeveer € 90 per jaar. Hoe hoog de vrijstelling uiteindelijk wordt, moet blijken uit een wetswijziging die uiterlijk 2 november 2026 bij de Kamer moet liggen.
Voor fiscale partners wordt de vrijstelling bijna gehalveerd
Het voorgestelde heffingsvrije vermogen, het deel van je spaargeld en beleggingen waarover je geen box 3-belasting betaalt, brengt de grens terug naar het niveau van 2020. Voor fiscale partners, die samen aangifte kunnen doen, is het verschil extra zichtbaar: zij mogen in 2027 samen nog net iets meer dan de helft van het bedrag vrijstellen dat volgens de huidige wet zou gelden.
| Heffingsvrij vermogen voor fiscale partners | Bedrag |
|---|---|
| 2026 | € 118.714 |
| 2027 volgens huidige wet | € 120.196 |
| 2027 volgens kabinetsvoorstel | € 61.692 |
Het belastingtarief zelf verandert volgens het voorstel niet: dat blijft in 2027 36%, net als in 2026. Je betaalt dat percentage over het berekende rendement op het vermogen boven de vrijstelling, dus niet over al je spaargeld. Juist doordat een groter deel van het vermogen meetelt, kunnen de kosten toch oplopen terwijl het tarief gelijk blijft.
Waarom lager?
Het kabinet diende de verlaging op 29 september 2026 in als onderdeel van het Belastingplan 2027. Met een lagere vrijstelling vallen meer mensen onder box 3 en ontvangt de overheid meer belasting. Het voorstel volgde op de presentatie van het belastingplan op Prinsjesdag, 15 september.
Maar de gekozen ondergrens ligt nog open. Minister Eelco Heinen van Financiën zei op 5 oktober in de Eerste Kamer dat het kabinet aan andere manieren werkt om de plannen te betalen, zodat kleine spaarders mogelijk worden ontzien. Een hogere vrijstelling zou minder mensen voor het eerst belasting laten betalen; hoeveel dat er dan zijn, hangt af van de nieuwe grens.
Ook met een bescheiden spaarpot kun je belasting gaan betalen
Volgens de raming van het kabinet zou het totale aantal mensen dat box 3-belasting betaalt in 2027 uitkomen op ongeveer 3,6 miljoen. Dat zijn individuele belastingplichtigen, geen huishoudens. Als je samen met een fiscale partner aangifte doet, moet je daarom naar het gezamenlijke vermogen en de partnergrens kijken, niet naar de grens voor één persoon.
Een alleenstaande met bijvoorbeeld € 51.000 vermogen zit onder de vrijstelling die nu voor 2027 in de wet staat, maar boven de voorgestelde grens. Ook bij een bedrag richting € 60.000 kan dat verschil spelen. Het gaat daarbij om vermogen dat in box 3 valt; de kabinetsraming zegt niet dat iedereen in die groep precies hetzelfde bedrag zal betalen.
Heb je naast spaargeld ook beleggingen, dan speelt nog een tweede wijziging mee. Het kabinet wil het forfaitaire rendement voor overige bezittingen, een vast aangenomen opbrengst waarmee de belasting wordt berekend, in 2027 verhogen van 6,37% naar 7,87%. Daardoor kan de uitkomst voor iemand met beleggingen anders zijn dan voor iemand met alleen spaargeld, zelfs bij een gelijk totaalvermogen.
Rekenvoorbeeld
Neem die alleenstaande met € 51.000, helemaal op een spaarrekening. Trek daar de voorgestelde vrijstelling van € 30.846 vanaf en er blijft € 20.154 over om mee te rekenen. Gebruik je daarop ter illustratie het voorlopige fictieve spaarrendement voor 2026 van 1,28%, dan kom je op ongeveer € 258 berekend rendement. Bij 36% belasting is dat ongeveer € 93 per jaar.
Die € 93 is een voorbeeld, geen belastingaanslag voor 2027. Het gebruikte percentage van 1,28% hoort bij 2026; voor 2025 was het fictieve spaarrendement 1,37% en voor 2024 1,44%. Je werkelijke uitkomst hangt dus ook af van het percentage waarmee de Belastingdienst voor het betreffende jaar rekent en van de verdeling tussen spaargeld en andere bezittingen.
De Tweede Kamer krijgt nog een aangepaste wetstekst
Een motie om de verzwaring te schrappen haalde op 6 oktober 2026 nipt geen meerderheid in de Tweede Kamer. Daarmee bleef het voorstel op tafel, maar werd het nog geen wet. De Kamer had al tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen kritiek op de manier waarop het kabinet de plannen wil betalen.
De Raad van State, die wetsvoorstellen beoordeelt, komt naar verwachting op 28 oktober met advies over de aangepaste wetstekst. Daarna moet die tekst uiterlijk 2 november bij de Kamer liggen. Pas na behandeling van de wijziging wordt duidelijk welke grens daadwerkelijk vanaf 1 januari 2027 geldt.
Wat dit voor jou betekent
- Check of je vermogen tussen € 30.846, de voorgestelde grens, en de huidige wettelijke vrijstelling valt. In die groep maakt de uiteindelijke keuze van de Kamer voor 2027 het verschil tussen wel of geen box 3-belasting.
- Doe je met een fiscale partner samen aangifte? Vergelijk jullie gezamenlijke vermogen dan met de bedragen voor partners in de tabel. Een grens per persoon geeft voor jullie samen geen volledig beeld.
- Heb je ook beleggingen, houd dan bij een berekening rekening met de voorgestelde verhoging van het aangenomen rendement voor overige bezittingen. Het spaarvoorbeeld hierboven past niet zomaar bij jouw vermogen.
- Houd de aangepaste wetstekst in de gaten voordat je een bedrag voor 2027 als vaststaand gebruikt. De Kamer moet die uiterlijk 2 november ontvangen.
Gebruik voor je berekening over 2027 de vrijstelling die na behandeling van de wetstekst wordt vastgesteld.
De kabinetsraming gaat voor 2027 uit van ongeveer 3,6 miljoen box 3-betalers, geteld als personen en niet als huishoudens.
Bronnen : Consumentenbond, pwc.nl, financiallifeplan.nl, revosave.nl, debelegger.nl