In 2026 is het erfdeel van een kind bij de wettelijke verdeling geen aandeel in de woning, maar een geldvordering op de langstlevende ouder. Die vordering is in principe pas opeisbaar na het overlijden van die ouder. Bij een ouder vruchtgebruiktestament ligt het juist andersom: de kinderen zijn bloot eigenaar, terwijl de langstlevende het huis mag gebruiken. Voor nabestaanden maakt dat verschil uit wie de woning bezit en wie over verkoop kan beslissen.
Kinderen kunnen hun erfdeel soms eerder opeisen
De geldvordering van een kind blijft doorgaans staan zolang de langstlevende ouder leeft. De wet kent wel uitzonderingen. Het recht om het erfdeel op te eisen kan eerder ontstaan bij:
- een faillissement van de langstlevende ouder;
- toepassing van de schuldsaneringsregeling op die ouder;
- hertrouwen zonder huwelijkse voorwaarden.
Voor een kind maakt dat verschil bij de afwikkeling van de nalatenschap. Een vordering geeft op zichzelf geen recht om over een verkoop van het huis te beslissen. Ook als het kind onder een van deze uitzonderingen zijn erfdeel kan opeisen, verandert de geldvordering daardoor niet in een eigendomsdeel van de woning.
Een ouder testament
Vóór de invoering van het nieuwe erfrecht op 1 januari 2003 lieten ouders de positie van de langstlevende geregeld via een testament vastleggen. Bij zo’n regeling konden de kinderen het bloot eigendom van de woning krijgen: zij zijn dan eigenaar, terwijl iemand anders het recht heeft de woning te gebruiken. De precieze afspraken staan in het testament.
Dat recht om de woning te gebruiken heet vruchtgebruik. Wanneer het vruchtgebruik eindigt, krijgen de kinderen het volledige eigendom. Bij de afwikkeling van een oudere nalatenschap is het dus belangrijk om te onderscheiden wie het eigendom heeft en wie het huis mag gebruiken. Die rechten liggen bij deze testamentvorm niet bij dezelfde persoon.
Een vruchtgebruiktestament vraagt om vastlegging bij het Kadaster
Een bepaling in een testament is niet het einde van het papierwerk. Het vruchtgebruik op een woning moet via een notariële akte worden gevestigd en daarna in het Kadaster worden ingeschreven. Daar worden rechten op onroerend goed vastgelegd. Juist bij verkoopplannen telt wat er officieel voor de woning is geregeld.
Is het vruchtgebruik nog niet ingeschreven, dan kan de langstlevende als vruchtgebruiker niet zelfstandig op basis van dat recht de woning verkopen. Kijk in zo’n geval samen met de notaris naar de akte: daarin kan staan of de langstlevende alsnog zelfstandig bevoegd is om te verkopen. Zonder die controle is niet duidelijk wie voor de verkoop moet meewerken.
Dat onderscheid is praktisch. De langstlevende kan al die tijd in het huis hebben gewoond, terwijl de kinderen eigenaar zijn volgens het testament. Wie de woning wil verkopen, moet daarom de vastgelegde rechten controleren. Die bepalen welke handtekeningen nodig zijn.
Erfbelasting
Ook een kind dat voorlopig alleen een geldvordering heeft, kan met erfbelasting te maken krijgen. Volgens de Belastingdienst moeten bij de wettelijke verdeling zowel de langstlevende als de kinderen aangifte doen als hun erfdeel boven de vrijstelling voor hen uitkomt. De belastingvraag kan dus spelen terwijl een kind zijn erfdeel nog niet kan opeisen.
Bij vruchtgebruik vraagt de waardering om een andere berekening. Voor de erfbelasting tellen de WOZ-waarde van de woning en de leeftijd van de langstlevende mee. De WOZ-waarde is de waarde die de gemeente aan een woning toekent. Met die gegevens wordt bepaald welk deel van de waarde bij het gebruiksrecht hoort en welk deel bij het eigendom van de kinderen.
Daarom zegt de waarde van het huis alleen nog niet hoeveel iedere erfgenaam aan belasting betaalt. Ook de vrijstelling die voor die persoon geldt, speelt mee. Een berekening voor de kinderen met een geldvordering is bovendien iets anders dan een berekening voor kinderen die bloot eigenaar zijn.
De tarieven verschillen per erfgenaam
In de conceptcijfers van de Belastingdienst voor 2026 staan voor de erfbelasting twee tariefschijven. Welk percentage geldt, hangt af van de relatie tot de overledene en van het belaste bedrag. De percentages hieronder komen uit die voorlopige cijfers; ze zijn geen berekening van de belasting over een hele woning.
| Erfgenaam | Lagere tariefschijf | Hogere tariefschijf |
|---|---|---|
| Partner of kind | 10% | 20% |
| Kleinkind | 18% | 36% |
| Overige erfgenaam | 30% | 40% |
Zonder de toepasselijke vrijstelling, de grens tussen de tariefschijven en de waarde van ieders erfdeel levert een percentage dan ook geen betrouwbare aanslag op. Bij een vruchtgebruiktestament komt daar de afzonderlijke waardering van de rechten op de woning bij.
Wat dit voor jou betekent
Heb je een testament van vóór 2003 in de familie, check dan welke rechten het aan de langstlevende en de kinderen geeft. Vraag bij verkoopplannen aan de notaris om ook de notariële akte en de inschrijving in het Kadaster te bekijken. Zo kun je vaststellen wie bevoegd is om aan de verkoop mee te werken.
Is er geen afwijkend testament en speelt de wettelijke verdeling, kijk dan bij de Belastingdienst welke aangifte nodig is voor ieder erfdeel. Wil je de gevolgen van een vruchtgebruiktestament vergelijken, laat dan de waarde van het gebruiksrecht en het eigendom afzonderlijk berekenen aan de hand van de WOZ-waarde en hoe oud de langstlevende is.
Bronnen : Belastingdienst, infotaris.nl, hekkelman.nl, 010notaris.nl, familie-erfrecht.nl
Dit artikel bevat algemene informatie over de erfbelastingtarieven voor 2026 en is geen persoonlijk financieel advies.