Voor 2027 was op Prinsjesdag nog een heffingsvrij vermogen van € 60.098 per persoon aangekondigd. Het kabinet wil die grens nu met € 29.252 verlagen. Voor spaarders met vermogen tussen de voorgestelde en de eerder aangekondigde grens kan dat betekenen dat zij in 2027 voor het eerst belasting in box 3 betalen.
Voor fiscale partners schuift de grens verder omlaag
In 2026 bedraagt het heffingsvrij vermogen € 59.357 per persoon. Dat is het deel van je spaargeld en beleggingen waarover je geen belasting in box 3 betaalt. Heb je een fiscale partner, dan mogen jullie de vrijstellingen samen gebruiken. Juist voor stellen wordt het verschil tussen de bedragen voor 2026 en de plannen voor 2027 daardoor flink groter.
| Heffingsvrij vermogen voor fiscale partners | Bedrag |
|---|---|
| 2026 | € 118.714 |
| Eerder aangekondigd voor 2027 | € 120.196 |
| Nu voorgesteld voor 2027 | € 61.692 |
De koerswijziging kwam tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen in de Tweede Kamer, eind september en begin oktober 2026. Het kabinet wil de nieuwe grens laten ingaan op 1 januari 2027. Voor stellen die tussen de eerder aangekondigde en de nu voorgestelde gezamenlijke grens zitten, maakt die wijziging het verschil tussen wel en geen belasting in box 3.
Waarom verandert de grens?
Het kabinet rekent erop dat de lagere vrijstelling in 2027 ongeveer € 396 miljoen extra voor de schatkist oplevert. Er verandert daarmee iets aan wie belasting betaalt: vermogen dat volgens het eerdere plan nog volledig buiten de heffing zou blijven, kan alsnog meetellen. Hoeveel iemand vervolgens betaalt, hangt af van het soort vermogen.
Het belastingtarief zelf blijft in 2027 op 36% staan. Dat percentage wordt niet rechtstreeks over al je spaargeld of beleggingen geheven. De Belastingdienst rekent eerst met een veronderstelde opbrengst op het vermogen boven de vrijstelling. Die opbrengst heet het fictieve rendement; dáárover betaal je belasting.
Beleggingen en spaargeld krijgen een andere berekening
Voor spaargeld gold in 2026 voorlopig een fictief rendement van 1,28%. Het definitieve percentage voor 2027 is eind oktober 2026 nog niet vastgesteld. Daardoor kun je als spaarder al wel nagaan of je mogelijk boven de nieuwe grens uitkomt, maar je belasting voor dat jaar nog niet nauwkeurig uitrekenen.
Bij overige bezittingen, zoals beleggingen en een tweede woning, rekent het kabinet voor 2027 met een hoger fictief rendement. Tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen kwam bovendien een voorstel langs om dat percentage mogelijk te verhogen naar 7,87%. Voor iemand met vooral beleggingen kan dezelfde verlaging van de vrijstelling daardoor zwaarder uitpakken dan voor iemand met alleen spaargeld. Ook die hogere berekening staat nog niet vast.
Rekenvoorbeeld
Stel dat je als alleenstaande € 60.098 aan beleggingen hebt. Met de eerder aangekondigde vrijstelling voor 2027 zou dat bedrag er precies onder vallen. Met het nieuwe voorstel komt € 29.252 boven de grens uit.
Bij een fictief rendement van 6,37% voor overige bezittingen in 2027 rekent de Belastingdienst over die € 29.252 met ongeveer € 1.863 aan opbrengst. Daarover is bij het voorgestelde tarief ongeveer € 671 belasting verschuldigd voor het jaar.
Voor fiscale partners werkt dezelfde gedachte met hun gezamenlijke grens. Het deel van hun vermogen dat daarboven uitkomt, vormt het vertrekpunt voor de berekening. De uitkomst hangt vervolgens af van de verdeling tussen spaargeld en overige bezittingen, omdat voor die soorten vermogen verschillende fictieve rendementen gelden.
Beide Kamers moeten nog stemmen
Het kabinet moet het aangepaste plan uiterlijk 2 november 2026 naar de Tweede Kamer sturen. De stemming daar staat gepland voor 12 november. Daarna is de Eerste Kamer aan zet op 7 en 8 december. Tot beide Kamers hebben ingestemd, blijft de lagere vrijstelling dus een voorstel.
Los daarvan werkt de politiek aan een andere manier om box 3 te berekenen. De Tweede Kamer nam op 12 februari 2026 een wetsvoorstel aan dat vanaf 2028 het werkelijke rendement, je echte opbrengst uit vermogen, als uitgangspunt neemt. Daarin staat een heffingsvrij resultaat van € 1.800: een vrij bedrag aan opbrengst in plaats van een vrij bedrag aan vermogen. De Eerste Kamer hield de stemming over dat wetsvoorstel op 30 juni 2026 aan in afwachting van een aanpassing.
Wat dit voor jou betekent
- Check of je spaargeld en beleggingen samen boven de voorgestelde grens voor 2027 uitkomen. Heb je een fiscale partner, kijk dan naar jullie gezamenlijke vermogen en gezamenlijke vrijstelling.
- Vergelijk ook waaruit je vermogen bestaat. Voor spaargeld is het definitieve rekenpercentage voor 2027 nog onbekend; bij beleggingen kan een hoger fictief rendement meetellen.
- Houd de stemmingen in november en december 2026 in de gaten voordat je de voorgestelde grens als vaststaand gebruikt.
Reken daarna met de vastgestelde vrijstelling en de percentages voor jouw soorten vermogen uit wat box 3 voor jou kan betekenen.
Bronnen : raisin.com, belastinghelden.nl, vanlanschotkempen.com, financiallifeplan.nl, dezaak.nl
Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk financieel advies.