Voor woningen met een WOZ-waarde tot en met € 1.340.000 bedraagt het eigenwoningforfait in belastingjaar 2026 0,35% van die waarde. Dat percentage is hetzelfde als in 2025. Het eigenwoningforfait en de hypotheekrenteaftrek tellen mee in box 1, waar het inkomen van beide partners in verschillende belastingschijven kan vallen. Voor huiseigenaren met een fiscale partner kan dat verschil geld kosten, zonder dat hun huis letterlijk twee keer wordt belast.
De belastingschijf bepaalt hoeveel een aftrekpost oplevert
De Belastingdienst laat in een rekenvoorbeeld over 2025 zien waarom de verdeling ertoe doet: een deel van het inkomen uit werk en woning valt daar in de hoogste schijf van 49,50%. Een aftrekpost kan daardoor bij de ene partner meer belasting schelen dan bij de andere. Het voorbeeld gaat over 2025; je kunt dat tarief niet zomaar gebruiken om je voordeel over 2026 te berekenen.
De Belastingdienst kijkt bij fiscale partners naar de aangifte van ieder afzonderlijk. Hoe je de gezamenlijke posten verdeelt, kan dus veranderen wat jullie samen betalen of terugkrijgen. Een verschil tussen de inkomens maakt het extra belangrijk om de uitkomst voor allebei te bekijken, in plaats van alleen de teruggave van één partner.
Wat mag je verdelen?
De eigenwoningregeling in de Wet inkomstenbelasting rekent de posten van de eigen woning tot het gezamenlijke inkomen dat fiscale partners onderling mogen verdelen. Dat geeft je ruimte om een groter deel bij de ene partner te zetten, of juist een andere verhouding te kiezen. Ook 100% bij één partner valt binnen die vrije verdeling.
Het gaat daarbij om de gezamenlijke woningposten in de aangifte, niet om de vraag wie de hypotheekrente vanaf de eigen bankrekening betaalt. Ook het eigenwoningforfait van € 4.690 uit het rekenvoorbeeld over 2026 valt onder die posten. Vul je samen aangifte in, dan telt de gekozen verdeling mee voor de berekening van beide aanslagen. Een andere verhouding kan daardoor een andere gezamenlijke uitkomst geven.
Een hoger inkomen geeft niet automatisch de beste verdeling
De hypotheekrenteaftrek verlaagt het inkomen waarover belasting wordt berekend, terwijl het woningforfait dat inkomen verhoogt. Het tarief van 49,50% uit het voorbeeld over 2025 laat zien waarom alleen kijken bij wie de renteaftrek het meeste oplevert te kort door de bocht is. De Belastingdienst beoordeelt het effect van de verdeling op de belasting die ieder van jullie betaalt of terugkrijgt.
Een inkomensverschil kan de uitkomst veranderen doordat partners in verschillende belastingschijven kunnen vallen. Toch volgt daar geen vaste regel uit om alle woningposten aan de meestverdienende partner toe te wijzen. Vergelijk de gezamenlijke belasting bij verschillende verdelingen; de hoogste teruggave voor één partner hoeft niet de laagste rekening voor jullie samen te zijn.
Rekenvoorbeeld: het bedrag bij de grens
Neem een woning met een WOZ-waarde precies op de eerder genoemde grens voor 2026. De berekening van het eigenwoningforfait is dan € 1.340.000 × 0,35% = € 4.690. Dat bedrag telt mee als inkomen uit de woning. Het is dus geen belastingaanslag van € 4.690.
Hoeveel belasting dit stel uiteindelijk over de woningposten betaalt, kun je uit die som alleen niet afleiden. Daarvoor tellen ook de hypotheekrenteaftrek, het inkomen van beide partners en hun gekozen verdeling mee. Een bedrag aan jaarlijkse besparing noemen op basis van alleen de WOZ-waarde zou dan ook een verkeerde indruk geven.
De WOZ-grens ligt hoger dan een jaar eerder
De grens voor het lage forfaittarief lag in 2025 op € 1.330.000. Voor 2026 ligt die grens € 10.000 hoger. Boven de grens geldt een tarief van 2,35% over het deel van de WOZ-waarde dat erbovenuit komt. Ook bij een duurdere woning blijft de verdeling tussen fiscale partners dus een aparte vraag.
Samen eigenaar zijn maakt je niet vanzelf fiscale partners. Als jullie samen een woning bezitten zonder fiscaal partnerschap, gelden volgens de Belastingdienst andere regels voor de verdeling van de woning, de eigenwoningschuld en de bijbehorende belastingposten. De vrije verdeling voor fiscale partners kun je dan niet zonder meer toepassen.
Ook een scheiding verandert de situatie. Zodra het fiscaal partnerschap eindigt, gelden specifieke regels voor welk deel van de woning en de eigenwoningschuld aan ieder wordt toegerekend. De verdeling die je als fiscale partners gebruikte, is vanaf dat moment geen vanzelfsprekend uitgangspunt meer.
Wat dit voor jou betekent
- Check bij je aangifte over 2026 eerst of je fiscale partners bent. Alleen dan kun je de gezamenlijke woningposten vrij onderling verdelen.
- Vergelijk bij een inkomensverschil meerdere verdelingen en kijk naar de gezamenlijke belasting, niet alleen naar de uitkomst voor één van jullie.
- Hebben jullie samen een woning maar zijn jullie geen fiscale partners, of is jullie partnerschap geëindigd? Houd dan rekening met de aparte regels van de Belastingdienst voor jullie aandeel in de woning en schuld.
Bereken met jullie eigen inkomens en woningposten welke verdeling in de aangifte over 2026 de laagste gezamenlijke belasting oplevert. Bij de WOZ-grens van € 1.340.000 telt € 4.690 aan eigenwoningforfait mee.
Bronnen : Belastingdienst, overheid.nl, europa.eu, Rijksoverheid, Consumentenbond
Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk financieel advies.