Per 1 januari 2027 wil het kabinet de belastingschijven en heffingskortingen voor slechts 48% aan de inflatie aanpassen, in plaats van volledig. Daardoor schuiven de belastinggrenzen minder ver op, ook als het brutoloon stijgt. Voor parttimers met een minimumloon bepaalt vooral het nettobedrag in januari wat ze van de loonsverhoging merken.
Wat de berekening op je loonstrook laat zien
Salarisverwerker Youforce heeft doorgerekend wat de plannen betekenen bij twee parttime werkweken tegen het minimumloon. De uitkomsten voor 2027 zijn voorlopig: het minimumuurloon voor dat jaar wordt pas later vastgesteld. Toch laten de berekeningen al zien hoe een hoger brutoloon samen kan gaan met een lager bedrag op je rekening.
| Werkweek | Netto per maand in 2027 | Verschil per maand |
|---|---|---|
| 24 uur | € 1.519,29 | € 5,16 minder |
| 32 uur | € 2.009,44 | € 11,83 minder |
De bedragen zijn uitkomsten van een loonberekening, geen bedrag dat iedere parttimer straks op de loonstrook ziet. Ze gelden voor de genoemde werkweken tegen het minimumloon. Bij een ander aantal uren of een hoger uurloon kan je netto-uitkomst anders zijn.
Belastinggrenzen groeien minder hard mee
De jaarlijkse inflatiecorrectie zorgt ervoor dat grenzen in de inkomstenbelasting opschuiven. Zo beperkt de overheid normaal gesproken de extra belasting die je door een stijgend loon kunt betalen, terwijl prijzen ook zijn gestegen. Het ministerie van Financiën rekende voor 2027 met een volledige correctie van 2,6%.
In het kabinetsvoorstel komt de correctie uit op 1,248%. De zogeheten tabelcorrectiefactor wordt daardoor 1,01248; dat is het getal waarmee de overheid de betrokken belastingbedragen aanpast. De grensbedragen schuiven dus minder ver op dan bij de volledige correctie. Voor de uiteindelijke nettoberekening telt ook mee hoeveel belastingkorting je krijgt.
Ook hogere kortingen kunnen het verlies niet altijd opvangen
De algemene heffingskorting verlaagt de belasting die je betaalt. De arbeidskorting doet dat specifiek voor mensen met inkomen uit werk. Voor beide kortingen staan in het Belastingplan 2027 hogere maximumbedragen, maar hoeveel je ervan krijgt, hangt af van je inkomen. De stijging van het nettoloon hangt daardoor af van je inkomen.
De uitkomst raakt ook niet iedere inkomensgroep op dezelfde manier. Bij hogere inkomens kan het nettosalaris door de maatregelen voor 2027 met enkele tientjes per maand dalen. Het Centraal Planbureau, het CPB, raamt tegelijk dat lage inkomens gemiddeld 0,2% in koopkracht winnen en gepensioneerden 0,3%. Voor midden- en hogere inkomens verwacht het bureau gemiddeld een daling.
Er is daarnaast een aparte wijziging voor ongeveer 11.000 mensen die een UWV-uitkering via hun werkgever ontvangen. Vanaf 2027 vervalt over bepaalde uitkeringen in die situatie de arbeidskorting. Daardoor houden zij meestal minder netto over. De wijziging geldt uitsluitend voor mensen die hun UWV-uitkering op die manier ontvangen.
Rekenvoorbeeld: de korting stijgt, de uitkomst verschilt
De maximale algemene heffingskorting gaat van € 3.115 in 2026 naar € 3.154 in 2027. Dat is € 39 per jaar meer. De maximale arbeidskorting stijgt in dezelfde periode van € 5.685 naar € 5.929, een verschil van € 244 per jaar. Die bedragen laten zien waarom je naar de hele loonberekening moet kijken: de maxima leveren niet voor iedereen extra nettoloon op.
Bij de arbeidskorting speelt bovendien mee vanaf welk inkomen zij weer wordt afgebouwd. Dat punt verschuift van € 45.592 in 2026 naar € 47.834 in 2027. Voor iemand met een inkomen rond die grens kan de uitkomst dus anders zijn dan voor de parttimer in de berekening hierboven. Je gewerkte uren én je jaarinkomen bepalen samen welke regels op jou uitwerken.
Het plan is nog niet definitief
Het kabinet presenteerde het Belastingplan 2027 rond Prinsjesdag op 15 september 2026. De voorgestelde belastingwijzigingen zitten nog in het wetgevingstraject. Ook de vaststelling van het minimumuurloon volgt pas in november 2026. Daardoor kunnen de precieze netto-uitkomsten voor minimumloonwerkers nog veranderen voordat de regels op 1 januari 2027 ingaan.
Het CPB verwacht voor een doorsnee huishouden in 2027 een gemiddelde koopkrachtdaling van 0,1%, ondanks een cao-loongroei boven de inflatie. Koopkracht gaat over wat je met je inkomen kunt kopen nadat prijzen zijn meegerekend; het nettobedrag op je loonstrook is iets anders. Een kleine gemiddelde verandering vertelt je daarom weinig over het effect bij jouw werkweek.
Wat dit voor jou betekent
- Werk je parttime tegen het minimumloon? Vergelijk je loonstrook van januari met die van ervoor zodra het nieuwe uurloon is verwerkt. Kijk daarbij vooral naar het nettobedrag op je loonstrook.
- Ontvang je een UWV-uitkering via je werkgever? Vraag je salarisadministratie of de wijziging van de arbeidskorting voor jouw uitkering geldt.
- Ligt je jaarinkomen rond het punt waarop de arbeidskorting wordt afgebouwd? Houd bij een berekening voor 2027 rekening met de verschoven grens én met je werkelijke aantal uren.
Na de vaststelling van het minimumuurloon in november 2026 kun je berekenen wat er bij jouw werkweek netto op je rekening overblijft.
Bronnen : overheid.nl, accountancyvanmorgen.nl, salarisvanmorgen.nl, cleverboek.nl, nettomaandinkomen.nl
Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk financieel advies.