Bij overlijdens vanaf 1 januari 2026 hebben erfgenamen twintig maanden om aangifte erfbelasting te doen, in plaats van acht maanden. Maar die extra tijd verandert niets aan de betaaltermijn: na de aanslag moet de belasting binnen zes weken worden betaald. Voor broers en zussen die een woning moeten verdelen, kan de vraag of een van hen de ander kan uitkopen daardoor vooral draaien om hoeveel geld er op dat moment beschikbaar is.
Erfbelasting: je familieband bepaalt het tarief
Voor broers en zussen pakt de erfbelasting stevig uit. Zij vallen in 2026 volgens de Belastingdienst onder het tarief voor overige erfgenamen: 30% in de laagste belastingschijf en 40% daarboven. Kinderen betalen 10% en 20%. Het verschil kan dus groot zijn, ook wanneer precies hetzelfde huis wordt geërfd.
De belasting wordt per erfgenaam berekend. Daardoor maakt het uit wie welk deel van de nalatenschap krijgt. En een aandeel in een huis levert niet direct geld op. De aanslag kan al komen terwijl de opbrengst van een verkoop er nog niet is.
Een gezamenlijke woning vraagt om een keuze
Als meerdere erfgenamen samen eigenaar worden, moeten zij afspreken wat er met het huis gebeurt. Ze kunnen de woning verkopen en de opbrengst verdelen. Wil één broer of zus er zelf blijven wonen, dan kan die de anderen uitkopen. Dat vraagt om geld dat buiten de woning beschikbaar is, bijvoorbeeld via een hypotheek of een andere lening.
Daar zit de financiële knoop. Een erfgenaam die wil worden uitgekocht, wacht op zijn of haar aandeel. Degene die het huis wil houden, moet nagaan of de uitkoop én de eigen belastingaanslag te betalen zijn. Verkoop kan tijd kosten; de Belastingdienst wacht niet automatisch tot de familie klaar is met verdelen.
Soms hebben kinderen zelfs nog geen huis om te verkopen. Bij een nalatenschap met een langstlevende ouder krijgen zij mogelijk alleen een vordering op die ouder, een recht op geld dat zij pas later ontvangen. Ook dan kan er al erfbelasting verschuldigd zijn. Er is dan weinig geld om direct te betalen.
Wie krijgt een vrijstelling?
Het tarief vertelt niet het hele verhaal. De Belastingdienst trekt eerst een vrijstelling af van wat iemand erft. Voor een partner is in 2026 € 828.035 belastingvrij; voor een kind is dat € 26.230. Daardoor kan de belasting op eenzelfde nalatenschap sterk verschillen naargelang de familieband.
Ook kleinkinderen vallen in een andere tariefgroep dan kinderen. Over hun belastbare erfdeel betalen zij in 2026 volgens de Belastingdienst 18% in de laagste schijf en 36% daarboven. Bij een huis dat het grootste deel van de erfenis vormt, is het dus verstandig om de berekening voor iedere erfgenaam afzonderlijk te bekijken.
Bij een belastbaar erfdeel van € 158.669 gaat het om duizenden euro’s
Een rekenvoorbeeld laat zien wat dit tarief voor broers en zussen betekent. Stel dat ieder van twee erfgenamen een belastbaar erfdeel heeft van € 158.669, precies de grens van de laagste tariefschijf in 2026. Per persoon is de belasting dan 30% daarvan, ofwel € 47.600,70. Samen is dat € 95.201,40.
‘Belastbaar’ betekent dat de vrijstelling al van het erfdeel is afgetrokken. Het voorbeeld zegt dus niets over de totale waarde van de woning. De verdeling wordt lastig als vrijwel het hele erfdeel in stenen zit. Beide erfgenamen hebben een eigen aanslag, ook wanneer één van hen het huis wil houden.
Uitstel van betaling heeft een prijs
Staat een geërfd huis nog te koop en ontbreekt het geld voor de aanslag, dan kunnen erfgenamen bij de Belastingdienst uitstel van betaling aanvragen. De belastingschuld blijft bestaan. Over het bedrag waarvoor je betalingsuitstel krijgt, is belastingrente verschuldigd. Uitstel kan dus helpen om een verkoop af te wachten, maar kan de rekening verhogen.
De ruimere aangiftetermijn sinds 1 januari 2026 heeft ook de start van de belastingrente verschoven. Die start ligt twaalf maanden later dan voorheen. Dat maakt de aangifte en de betaling nog steeds twee verschillende momenten. Wie tijd nodig heeft voor de verdeling van het huis, moet daarom apart kijken naar de termijn voor de aangifte en naar de mogelijkheden zodra er een aanslag ligt.
Wat dit voor jou betekent
- Heb je een woning geërfd, check dan of de Belastingdienst je al heeft uitgenodigd om aangifte te doen. De dienst streeft ernaar die uitnodiging binnen vier maanden na het overlijden te versturen.
- Red je de aangiftetermijn niet, vraag dan na welk uitstel mogelijk is. De Belastingdienst kan standaard vijf maanden uitstel geven; met een goede reden kan dat langer zijn. De dienst beslist daar zelf over.
- Wil je een broer of zus uitkopen, vergelijk dan het bedrag dat je daarvoor nodig hebt met wat je kunt financieren, bijvoorbeeld via een hogere hypotheek. Neem de erfbelasting voor jouw eigen erfdeel mee in die berekening.
Bereken wat de verdeling voor jouw erfdeel betekent en vergelijk, als je het huis wilt houden, de mogelijke hypotheeklasten.
De laagste hypotheekrentes bij 10 jaar rentevast, per geldverstrekker (stand 23 oktober 2026):
| Geldverstrekker | Product | Met NHG | Tot 80% woningwaarde | Tot 100% woningwaarde |
|---|---|---|---|---|
| Centraal Beheer Groen Leef Hypotheek | 3,65% | 3,81% | – | |
| Woonfonds Groen Woongenot Hypotheek | 3,70% | 3,86% | 3,86% | |
| ASR WelThuis | 3,73% | 3,73% | 3,73% | |
| Hypotrust Groen Woon Bewust Hypotheek | 3,76% | 3,87% | – | |
| Argenta Groen Hypotheek | 3,89% | 4,10% | 4,10% | |
| Attens Groen Attens Hypotheken | 4,01% | 4,09% | – |
Bronnen : Belastingdienst, Consumentenbond, CBS, NHG, jongbloed-fiscaaljuristen.nl
Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk financieel advies.