Van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2027 mag de huur van een sociale huurwoning met maximaal 4,1% stijgen. Maar dat is nog niet het maximum voor de periode daarna: het nieuwe percentage wordt naar verwachting medio december bekendgemaakt. Tegelijk kan een bestaande extra verhoging voor huurders met een hoger inkomen minder vrijblijvend worden voor woningcorporaties; in 2026 paste ongeveer drie op de vier corporaties die regeling al toe. Voor huurders bij corporaties die dat tot nu toe niet deden, kan de huur in 2027 daardoor harder stijgen, als het voorstel doorgaat.
Inkomensgrenzen
De extra huurverhoging hangt af van het inkomen van je huishouden. Voor de hoogste inkomenscategorie gelden vanaf 1 januari 2027 grenzen van € 72.787 voor iemand die alleen woont en € 97.048 voor een huishouden van twee of meer personen, meldt het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Dat onderscheid telt dus mee bij de vraag welk maandbedrag een verhuurder maximaal mag voorstellen.
Je huishoudgrootte maakt verschil. Met hetzelfde inkomen kun je als alleenstaande boven de grens uitkomen, terwijl je als stel eronder blijft. Onder de genoemde grenzen vallen ook huurders in de categorie hoger middeninkomen. Voor hen geldt het lagere van de twee extra maandbedragen die in de chapo staan.
De keuze van de corporatie kan verdwijnen
In haar brief van 21 september 2026 schrijft minister Boekholt-O’Sullivan dat zij de regeling voor woningcorporaties in beginsel verplicht wil maken. Nu kunnen corporaties zelf besluiten of ze de inkomensafhankelijke huurverhoging toepassen. Juist bij corporaties die dat tot dusver achterwege lieten, zou een verplichting verschil maken voor huurders in de hogere inkomenscategorieën.
De regeling zelf bestaat al. Wat kan veranderen, is hoeveel corporaties haar gebruiken. Dat betekent ook dat niet iedere huurder met een hoger inkomen door het plan voor het eerst een extra verhoging krijgt: bij een deel van de corporaties kon dat al. De precieze uitwerking van de voorgenomen verplichting staat nog open.
Wie valt eronder?
De inkomensafhankelijke verhoging geldt voor sociale huurwoningen, ook wel het lage huursegment genoemd. Woon je in de middenhuur of de vrije sector, dan hoort de extra verhoging op basis van je inkomen niet bij de regels voor jouw huurcontract. Voor die woningen gelden eigen grenzen aan de jaarlijkse huurverhoging.
Bij sociale huur telt ook de huurprijs van de woning zelf. De sociale huurgrens ligt in 2026 op € 932,93 per maand. Dat bedrag wordt per 1 januari 2027 aangepast; de nieuwe grens is nog niet bekend. Je huidige huur alleen vertelt dus niet alles over welke regels later voor jouw woning gelden.
Een maandelijkse opslag telt op tot een jaarbedrag
Voor je woonlasten is vooral de optelsom per jaar voelbaar. Reken je met het maximale extra bedrag voor een hoger middeninkomen, dan is € 50 × 12 maanden = € 600 per jaar. Bij het maximale bedrag voor een hoog inkomen is € 100 × 12 maanden = € 1.200 per jaar. Dit zijn rekensommen met de toegestane maandbedragen, geen vastgestelde huurverhogingen voor een individuele huurder.
Of je de maximale verhoging krijgt, hangt af van de regels die voor jouw woning gelden en van het voorstel van je verhuurder. Bij de hoogste categorie kan de extra stijging over twaalf maanden € 600 groter zijn.
Andere huurregels
Ook buiten de sociale huur gelden maxima. De Huurcommissie noemt voor de vrije sector een grens van 4,4% voor de periode van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027. Die is opgebouwd uit 3,4% inflatie plus 1 procentpunt. Voor middenhuur geldt vanaf 1 januari 2026 een maximum van 6,1%, gebaseerd op de ontwikkeling van de cao-lonen plus 1 procentpunt.
| Huursegment | Maximum in de lopende periode |
|---|---|
| Middenhuur | 6,1% vanaf 1 januari 2026 |
| Vrije sector | 4,4% tot 1 januari 2027 |
Een percentage is bovendien niet de enige grens aan de huurprijs. Het woningwaarderingsstelsel, het puntensysteem voor zelfstandige sociale en middenhuurwoningen, bepaalt de maximale huur aan de hand van onder meer de oppervlakte, het energielabel en de WOZ-waarde. Die WOZ-waarde, de waarde die de gemeente aan een woning toekent, mag volgens de Waarderingskamer voor maximaal 186 punten meetellen, ongeveer een derde van het totaal.
De maxima voor de volgende huurverhogingsperiode in 2027 zijn nog niet vastgesteld. Ook het Belastingplan 2027 noemt geen huurverhogingspercentage. Zodra het nieuwe percentage bekend is, kun je een nieuwe algemene verhoging naast de mogelijke extra verhoging op basis van inkomen leggen.
Wat dit voor jou betekent
- Check of je verhuurder een woningcorporatie is en in welke inkomenscategorie je huishouden valt. Daarmee kun je beoordelen of het voorstel over de extra verhoging jou kan raken.
- Betaal je voor een zelfstandige sociale huurwoning minder dan € 350 kale huur per maand, let dan op een andere regel: sinds 1 juli 2026 mag de verhuurder de huur met maximaal € 25 per maand verhogen, ongeacht je huishoudinkomen.
- Vergelijk een voorgestelde huurprijs met de maximale huur volgens het puntensysteem als je sociaal of in de middenhuur huurt. Houd voor een verhoging in de volgende periode ook de bekendmaking van het nieuwe percentage in de gaten.
Het nieuwe percentage voor de volgende huurverhogingsperiode wordt naar verwachting medio december 2026 bekendgemaakt.
Bronnen : NOS, Wijzer in geldzaken, Tweede Kamer, CBS, wooninfo.nl
Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk financieel advies.