Vrijesectorhuren lagen in juli 2026 gemiddeld 4,5% hoger dan in juli 2025, meldt het CBS. Dat is meer dan de maximale jaarlijkse huurverhoging van 4,4% in 2026. Bij een bewonerswissel geldt die grens niet. Ook over een langere periode liepen de lasten uiteen: tussen 2018 en 2023 stegen de mediane woonlasten bij private verhuurders met 23%, tegenover 6% bij woningeigenaren. Voor starters in een vrijesectorwoning, die in 2024 gemiddeld 35,1% van het besteedbare huishoudinkomen aan wonen kwijt waren, staat er veel op het spel bij de keuze tussen blijven huren en kopen.
Corporatiehuurders zitten tussen kopers en vrije huurders in
Huurders zitten in uiteenlopende posities. Huurders van een woningcorporatie besteedden in 2024 gemiddeld 24,6% van hun te besteden inkomen aan wonen, blijkt uit CBS-cijfers. Daarmee ligt hun aandeel tussen dat van woningeigenaren en dat van huurders in de vrije sector. Wie alle huurders op één hoop gooit, ziet dus een belangrijk verschil over het hoofd.
Het CBS vergelijkt hier totale woonlasten als deel van het inkomen dat een huishouden kan besteden. Dat zegt iets anders dan de huur of hypotheekbetaling per maand, want een huishouden met een hoger inkomen kan hetzelfde bedrag betalen en toch een kleiner deel van zijn inkomen aan wonen kwijt zijn.
Waar groeit het verschil?
Het verschil is niet pas de laatste jaren ontstaan. Volgens het CBS daalde tussen 2015 en 2021 het gemiddelde aandeel van de woonlasten in het inkomen bij eigenaren met 3,8 procentpunt. Bij huurders was die daling 2,3 procentpunt. Beide groepen gingen er op deze maatstaf dus op vooruit. Eigenaren wonnen in die periode 1,5 procentpunt meer terrein.
Een dalend aandeel van de woonlasten betekent overigens niet vanzelf dat wonen in euro’s goedkoper werd. Het inkomen telt namelijk ook mee. De cijfers over de jaren daarna laten juist zien dat de bedragen die particuliere huurders betaalden sneller opliepen dan die van eigenaren. Een verschil in maandbedragen en een verschil als percentage van het inkomen vertellen elk een deel van het verhaal.
Ook bij kopers betalen starters relatief meer
De lage gemiddelde woonlasten van eigenaren beschrijven lang niet elke koper. Volgens het CBS besteedden starters met een koopwoning in 2024 gemiddeld 26,3% van het besteedbare inkomen aan wonen. Bij doorstromers, mensen die vanuit een eerdere koopwoning verder verhuizen, was dat 22,9%. Het verschil binnen de groep eigenaren is daarmee 3,4 procentpunt.
Het gemiddelde van álle eigenaren bevat ook huishoudens die al eerder een woning kochten. Zelfs de startersgroepen kun je niet één op één vergelijken, omdat hun inkomen en de woning waarin ze terechtkomen kunnen verschillen.
Rekenvoorbeeld: wat betaal je op jaarbasis?
Bij een nieuwe vrijesectorhuur lag de gemiddelde maandhuur in het tweede kwartaal van 2026 op € 1.882, volgens de huurmonitor van Pararius. Vermenigvuldig je dat bedrag met 12 maanden, dan kom je uit op € 22.584 per jaar aan huur. Het jaarbedrag is berekend met een landelijk gemiddelde.
Pararius kwam in datzelfde kwartaal uit op gemiddeld € 20,94 per vierkante meter per maand. De oppervlakte van een woning maakt voor de uiteindelijke huur dus flink uit. Voor een bruikbare vergelijking heb je de kosten van de woning die je daadwerkelijk kunt kopen nodig, op dezelfde locatie en met een vergelijkbare oppervlakte.
Bij corporatiehuur verliep de ontwikkeling anders
Het verschil tussen private verhuur en woningcorporaties blijkt ook uit de bedragen over een langere periode. De middelste waarde van de totale woonlasten bij corporatiehuurders steeg van 2018 tot en met 2023 met 11%, volgens het CBS. Die middelste waarde, ook wel mediaan genoemd, is het bedrag waarbij de helft van de huishoudens hoger en de helft lager uitkomt. Corporatiehuur volgde daarmee een ander tempo dan particuliere huur.
Ook als deel van het inkomen namen de lasten bij corporatiehuurders af. Hun gemiddelde aandeel daalde volgens het CBS van 31,0% in 2018 naar 25,4% in 2023, de sterkste daling van de onderzochte groepen. Meer recent stegen de huren weer. In juli 2026 lagen alle woninghuren samen gemiddeld 4,4% boven het niveau van juli 2025. Bij sociale huurwoningen was die stijging 4,3%.
Wat dit voor jou betekent
- Huur je in de vrije sector? Check bij een voorgestelde jaarlijkse verhoging welke grens voor je lopende contract geldt. Bij een bewonerswissel werkt die grens anders.
- Zoek je een andere huurwoning? Vergelijk de vraaghuur per vierkante meter en houd er rekening mee dat de prijs bij een nieuw contract kan afwijken van die van een zittende huurder.
- Overweeg je te kopen? Vergelijk woningen die qua plaats en grootte op elkaar lijken. Gebruik voor je eigen begroting je inkomen en de maandlasten van een mogelijke hypotheek, niet het gemiddelde van alle huiseigenaren.
Bereken je mogelijke hypotheeklasten en vergelijk ze met de huur van een woning die voor jou een echt alternatief is. Neem daarbij € 1.882 per maand, het Pararius-gemiddelde voor nieuwe vrijesectorhuur in kwartaal twee van 2026, als referentie.
Bronnen : CBS, Rijksoverheid, overheid.nl, Nibud, DNB
Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk financieel advies.