Van april tot en met juni 2026 waren bestaande koopwoningen in Nederland gemiddeld 4,2% duurder dan een jaar eerder. Maar dat landelijke jaarcijfer vertelt niet hoeveel de prijzen in jouw provincie sinds 2021 zijn gestegen. Voor starters is juist die langere regionale ontwikkeling van belang bij het zoeken naar een betaalbare woning. Met de prijsindex van CBS en Kadaster zijn de provincies over die vijf jaar te vergelijken.
Van piek naar herstel
Wie de woningmarkt over vijf jaar bekijkt, ziet geen rechte lijn omhoog. De landelijke prijzen van bestaande koopwoningen bereikten volgens het CBS halverwege 2022 een piek en daalden daarna tot halverwege 2023. Vanaf 2024 gingen ze weer omhoog. In de meeste gemeenten kwamen de prijzen vervolgens boven hun eerdere record uit.
Voor je zoektocht maakt die onderbreking uit. Een prijsstijging ten opzichte van 2023 begint namelijk op een lager punt dan een stijging ten opzichte van de piek in 2022. Daarom vertelt een hoog jaarcijfer op zichzelf nog niet welke provincie sinds 2021 het sterkst in prijs is gestegen. Daarvoor moet je in iedere provincie dezelfde begin- en eindperiode naast elkaar zetten.
Utrecht voerde in 2024 de lijst aan
In 2024 gingen de prijzen van bestaande koopwoningen volgens het CBS in Utrecht met 11,6% omhoog ten opzichte van 2023, de grootste stijging van alle provincies. Vooral de prijsontwikkeling in de gemeente Utrecht trok het provinciecijfer omhoog. Dat laat meteen zien waarom je een provincie niet met één plaats kunt vereenzelvigen: het cijfer geldt voor alle verkochte bestaande woningen in de provincie samen.
In vijf van de twaalf provincies lag de prijsstijging over heel 2024 boven het Nederlandse gemiddelde. Utrecht bleef ook daarna een tijd vooroplopen. In het eerste kwartaal van 2025 was het voor het vijfde kwartaal achter elkaar de provincie met de grootste stijging vergeleken met dezelfde periode een jaar daarvoor. Een bestaande koopwoning was er toen 13% duurder dan in het eerste kwartaal van 2024.
De verschillen beperkten zich in die eerste maanden van 2025 niet tot één provincie: in zeven provincies lag de stijging boven het landelijke gemiddelde. Toch kun je die kwartaaluitkomst niet rechtstreeks vergelijken met het cijfer voor heel 2024. Het ene getal vergelijkt twee volledige kalenderjaren, het andere twee eerste kwartalen. En geen van beide geeft de totale stijging sinds 2021 weer.
De koppositie verschuift
In het eerste kwartaal van 2026 stond Drenthe bovenaan. Bestaande koopwoningen waren daar volgens CBS en Kadaster ruim 8% duurder dan een jaar eerder. Landelijk bedroeg de stijging in diezelfde periode 5,2%. Drenthe was ook in de twee kwartalen daarvoor de provincie met de grootste prijsstijging; daarna verschoof de koppositie naar Groningen, zoals de cijfers boven dit artikel laten zien.
Ook binnen grote steden liep de ontwikkeling uiteen. In diezelfde eerste drie maanden van 2026 bleef de prijsstijging in elk van de vier grootste steden onder het landelijke gemiddelde. Van die vier gemeenten had Den Haag in het tweede kwartaal juist de grootste stijging. Een stad kan dus binnen zijn eigen groep vooroplopen zonder dat daarmee iets vaststaat over de vijfjaarsontwikkeling van de hele provincie.
Dat verschil tussen korte en lange perioden is belangrijk als je regio’s vergelijkt. De sterkste stijger van één kwartaal hoeft over vijf jaar niet bovenaan te staan. Een provincie die eerder flink duurder werd, kan nu juist een rustiger kwartaal hebben. De jaarcijfers van Utrecht en de recente kwartaalcijfers van Drenthe en Groningen beschrijven elk hun eigen periode.
Een index maakt de vergelijking mogelijk
Het CBS en het Kadaster meten de prijsontwikkeling met de Prijsindex Bestaande Koopwoningen. Die index zet het gemiddelde prijsniveau in 2020 op 100. Een hoger indexcijfer laat zien hoeveel de prijzen sindsdien zijn gestegen. Je kunt daardoor twee perioden vergelijken zonder de verkoopprijs van een huis in de ene provincie gelijk te stellen aan die van een huis elders.
Een rekensom laat zien hoe dat werkt. Bestaande koopwoningen waren volgens het CBS over heel 2021 gemiddeld 15,2% duurder dan in 2020, de grootste jaarstijging sinds 2000. Bij een uitgangspunt van 100 hoort dan voor Nederland in 2021 een index van 115,2: 100 plus 15,2. Dit is een landelijk rekenvoorbeeld, geen indexcijfer voor een afzonderlijke provincie.
Voor jouw provincie vergelijk je in de StatLine-tabel van het CBS het indexcijfer van het tweede kwartaal van 2021 met dat van hetzelfde kwartaal in 2026. Deel het laatste cijfer door het eerste, trek daar 1 van af en vermenigvuldig de uitkomst met 100. Zo krijg je de prijsstijging over precies die vijf jaar. Jaarlijkse percentages bij elkaar optellen zou een andere uitkomst geven, omdat elke stijging voortbouwt op het prijsniveau ervoor.
Een verkoopprijs vertelt iets anders
De gemiddelde prijs van een verkochte bestaande woning in januari 2026 was volgens het CBS € 493.875. Dat bedrag helpt je een indruk te krijgen van wat kopers toen landelijk betaalden, maar het is geen maat voor de waardestijging van één woning. Welke huizen in een maand verkocht worden, speelt bij zo’n gemiddelde namelijk mee. Gebruik voor een vergelijking door de tijd daarom de prijsindex.
In januari 2026 lagen de landelijke prijzen 5,4% boven die van januari 2025. Volgens het CBS was dat de tiende maand op rij waarin de jaarlijkse prijsstijging afvlakte. Afvlakken betekent hier dat prijzen nog stegen, alleen minder snel dan bij eerdere jaarvergelijkingen. Het zegt niets over de rangorde van provincies sinds 2021; daarvoor heb je de regionale indexcijfers nodig.
Wat dit voor jou betekent
- Zoek je een huis, vergelijk dan in de StatLine-tabel van CBS en Kadaster dezelfde kwartalen voor jouw provincie. Zo houd je de vijfjaarsperiode gelijk en vergelijk je geen volledig jaar met een kwartaal.
- Bekijk je ook woningen buiten je eigen provincie, houd dan de ontwikkeling van de provincie en die van een afzonderlijke stad uit elkaar. De cijfers voor Utrecht laten zien dat één gemeente flink kan meewegen in het provinciegemiddelde.
- Heb je al een koophuis, gebruik dan een stijgende regionale index niet als schatting van de waarde van jouw woning. De index volgt uitsluitend de prijsontwikkeling van verkochte bestaande woningen.
Vergelijk de indexcijfers van het tweede kwartaal van 2021 en hetzelfde kwartaal vijf jaar later voor jouw provincie en bereken daarna welke aankoopprijs bij jouw mogelijke maandlasten past.
Bronnen : CBS, Kadaster, NVM, overheid.nl, dataradar.nl
Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk financieel advies.