In 2026 kan de eigen bijdrage voor langdurige zorg oplopen tot € 36.741 per jaar. Nederlandse 65-plussers bezitten volgens het CBS samen ruim € 955 miljard, maar dat zegt weinig over wat een afzonderlijk gezin uiteindelijk erft. Het CAK rekent voor de bijdrage in 2026 met inkomen en vermogen uit 2024. Voor kinderen van een ouder die langdurig zorg nodig heeft, kan daardoor minder als erfenis overblijven dan het vermogen van hun ouder deed vermoeden.
Welke bezittingen tellen mee?
Bij de berekening van de Wlz-bijdrage kijkt het CAK onder meer naar spaargeld en beleggingen. Ook een tweede woning telt mee. Voor 2026 hanteert het CAK een bedrag van € 36.952 voor alleenstaanden waarboven vermogen meetelt; voor mensen met een partner is dat € 73.904.
Die bedragen zijn geen grens waarboven je automatisch het maximum betaalt. Het inkomen speelt ook een rol in de berekening van het CAK. Een ouder met een eigen huis, maar weinig spaargeld, krijgt daardoor niet vanzelf dezelfde bijdrage als iemand die de woning al heeft verkocht en de opbrengst op de bank heeft staan.
Verkoop van het huis kan later doorwerken
Overwaarde is het verschil tussen de verkoopprijs van een huis en de hypotheekschuld die nog openstaat. Zolang die waarde in de eigen woning zit, is dat iets anders dan spaargeld op een rekening. Na verkoop kan de opbrengst wel als vermogen meetellen bij de Wlz-bijdrage. Dat is een belangrijk verschil als je de waarde van het ouderlijk huis als toekomstige erfenis ziet.
Een verkoop tijdens het verblijf in een verpleeghuis verandert de bijdrage niet meteen, omdat het CAK met gegevens van twee jaar eerder werkt. En zelfs als de verkoopopbrengst later meetelt, volgt daaruit nog niet hoeveel van die opbrengst aan zorg opgaat. De bijdrage hangt af van de persoonlijke berekening, terwijl een ouder de rekening ook uit inkomen kan betalen.
Wie merkt het verschil?
Het vermogen van ouderen is als groep sterk gegroeid tot ruim € 955 miljard voor de huidige 65-plussers. Tien jaar geleden bezaten Nederlanders in de leeftijdsgroep van de huidige 65-plussers volgens CBS-cijfers € 451 miljard. Zo’n totaal zegt alleen weinig over één gezin, want daar maakt het uit of een ouder langdurige Wlz-zorg nodig heeft, welk inkomen er is en welk vermogen op dat moment meetelt.
Ook zonder spaargeld of woning kan een ouder een eigen bijdrage betalen, omdat het CAK inkomen meeneemt. Andersom betekent vermogen boven de grens niet dat het hele bedrag verdwijnt. Vooral bij langdurig verblijf kan de optelsom van maandelijkse bijdragen het verschil maken tussen de waarde die kinderen tijdens het leven van hun ouder zien en wat er uiteindelijk overblijft.
Een halfjaar zorg laat zien wat het maximum kan kosten
Reken je voor 2026 met 6 maanden op het maandmaximum voor verblijf in een verpleeghuis, dan kom je uit op 6 × € 3.061,80 = € 18.370,80. Dat is een voorbeeld op basis van de hoogste bijdrage, geen standaardbedrag voor iedere bewoner. Het laat wel zien waarom ook een verblijf van minder dan een jaar invloed kan hebben op het vermogen dat een ouder nalaat.
Uit deze som kun je niet afleiden hoeveel overwaarde verdwijnt. Daarvoor moet je weten welke bijdrage het CAK voor de ouder vaststelt en of die uit inkomen, spaargeld of de opbrengst van de woning wordt betaald. De waarde van het huis alleen is dus geen rekensom voor de erfenis.
Erfbelasting
Over wat na overlijden overblijft, kan een kind erfbelasting betalen. De Belastingdienst hanteert in 2026 verschillende vrijstellingen voor kinderen en partners:
| Erfgenaam | Vrijstelling erfbelasting in 2026 |
|---|---|
| Kind | € 26.230 |
| Partner | € 828.035 |
Voor een kind geldt in 2026 een tarief van 10% over het belaste deel tot € 158.669 en 20% daarboven. Erfbelasting komt pas in beeld bij een nalatenschap; de Wlz-bijdrage wordt al tijdens het leven van de ouder betaald. Wie bedragen voor een erfenis naast elkaar zet, moet die twee dus uit elkaar houden.
Een testament kan het moment van erven veranderen
Als de ene ouder eerder is overleden, hebben kinderen mogelijk nog een kindsdeel tegoed, namelijk hun erfdeel uit die eerdere nalatenschap. Een Wlz-clausule in het testament kan ervoor zorgen dat zij dit deel al kunnen opeisen wanneer de langstlevende ouder in een zorginstelling wordt opgenomen. Daardoor kan in 2026 minder vermogen bij die ouder meetellen voor de eigen bijdrage, waarvoor het CAK bij alleenstaanden een vermogensgrens van € 36.952 hanteert.
Zo’n bepaling werkt niet automatisch voor ieder gezin. Ook zonder testament kunnen er onder voorwaarden mogelijkheden zijn om bij opname in een verpleeghuis vermogen van de langstlevende ouder buiten de berekening te houden. Welke ruimte er is, hangt af van de bestaande afspraken en de gezinssituatie; een notaris kan die met je ouders bekijken.
Wat dit voor jou betekent
- Heeft je ouder een koopwoning? Check of je rekent met overwaarde die nog in het huis zit, of met spaargeld na verkoop. Dat verschil kan voor de berekening door het CAK uitmaken.
- Wil je weten wat langdurige zorg financieel betekent? Vraag je ouder, als die dat wil, naar de eigen bijdrage die het CAK heeft vastgesteld. Reken niet automatisch met het maximum.
- Is een van je ouders al overleden? Vraag na wat het testament zegt over het opeisen van een kindsdeel bij opname in een zorginstelling.
Vergelijk de vastgestelde bijdrage met het inkomen en vermogen van je ouder, en reken daarna pas uit wat er mogelijk voor erfgenamen overblijft.
Bronnen : Consumentenbond, Belastingdienst, CBS, NOS, FD
Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk financieel advies.