Van elke € 100 die een huishouden met een eigen woning in 2024 te besteden had, ging gemiddeld € 16,30 op aan wonen, blijkt uit CBS-cijfers die in 2026 verschenen. Ook andere woonkosten dan de hypotheek tellen in dat bedrag mee. De Nibud-normen voor 2026 geven juist aan welk deel van het bruto inkomen maximaal naar hypotheeklasten mag gaan, los van wat huiseigenaren daadwerkelijk betalen. Het CBS-cijfer geeft de totale woonlasten van huiseigenaren weer.
Bij huurders ligt het aandeel hoger
Wie huurt, besteedt gemiddeld een groter deel van het inkomen aan wonen. Huishoudens in een private huurwoning waren daar volgens het CBS in 2024 30,0% van hun besteedbaar inkomen aan kwijt. Bij huurders van een corporatiewoning was dat 24,6%. Starters in een private huurwoning hadden van alle onderzochte groepen de hoogste woonquote, het deel van het besteedbaar inkomen dat naar wonen gaat.
Voor alle groepen lag die woonquote in 2024 iets lager dan in 2023, meldt het CBS. Een lager percentage zegt op zichzelf niet dat de maandelijkse rekening ook lager werd: het percentage hangt af van zowel de woonkosten als het inkomen. De cijfers laten vooral zien hoe groot de plek is die wonen in het huishoudbudget inneemt.
Wat telt mee?
Voor een eigenaar houdt de rekening niet op bij de betaling aan de hypotheekverstrekker. Het CBS rekent bij de totale woonlasten ook kosten mee zoals woningverzekeringen en gemeentelijke belastingen. Daardoor kun je uit het gemiddelde aandeel voor eigenaren niet aflezen welk percentage zij uitsluitend aan hypotheekrente en aflossing betalen. Een hypotheekbetaling omvat die overige woonkosten niet.
Bij huurders is de opbouw van de rekening anders. De hoge woonquote in de private huursector hangt deels samen met hogere huren. Ook daarom kun je de percentages voor huurders en eigenaren niet gebruiken als maatstaf voor wat een hypotheek zou mogen kosten. Ze beschrijven wat huishoudens in 2024 aan wonen uitgaven; voor een nieuwe hypotheek kijkt een geldverstrekker naar de leennormen die in 2026 gelden.
Bij een modaal inkomen komt de berekende hypotheeklast op circa € 1.030
Het Centraal Planbureau raamt het modale inkomen voor 2026 op € 48.000 bruto per jaar, inclusief vakantiegeld. Bij dat inkomen komt een berekening op basis van de Nibud-normen uit op ongeveer € 1.030 aan bruto hypotheeklasten per maand. Dat is een rekenuitkomst voor een nieuwe hypotheek, geen bedrag dat huishoudens met dit inkomen gemiddeld werkelijk betalen.
De rekensom maakt het verschil tussen jaarinkomen en maandlast zichtbaar: € 1.030 per maand is € 12.360 per jaar. Deel je dat door het bruto jaarinkomen van € 48.000, dan kom je op ongeveer 25,75%. Dat percentage is berekend met een andere grondslag dan de CBS-woonquote. Het ene gebruikt een bruto inkomen en berekende hypotheeklasten, het andere een besteedbaar inkomen en werkelijk betaalde woonkosten.
De Nibud-tabel voor 2026 laat bovendien zien dat het toegestane deel van het inkomen per inkomensgroep verschilt. Bij een bruto jaarinkomen van € 82.000 tot € 84.000 staat een financieringslastpercentage van 24,4% in de tabel. Dat is het maximale inkomensdeel voor hypotheeklasten volgens die norm. Bij € 95.000 tot € 98.000 is het 25,0%. Je kunt dus niet één percentage op ieder salaris toepassen.
Regels en rente in 2026
Sinds 1 januari 2026 rondt het Nibud die financieringslastpercentages af op 0,1 procentpunt. Tot en met 2025 gebeurde dat op 0,5 procentpunt. De norm sluit daardoor nauwkeuriger aan op de uitkomst van de berekening. De wijziging betreft de berekening van de leengrens; de maandlasten van een bestaande hypotheek blijven daardoor gelijk.
Ook de rente waarmee je rekent, doet ertoe bij een nieuwe lening. De gemiddelde hypotheekrente voor tien jaar vast met Nationale Hypotheek Garantie, kortweg NHG, lag eind augustus 2026 rond 4,10%. In januari 2026 was dat 3,84%, een verschil van 0,26 procentpunt. NHG is een garantieregeling voor hypotheken die aan de voorwaarden voldoen; de genoemde rente gaat specifiek over leningen mét die garantie en die rentevaste periode.
Voor NHG geldt sinds 1 januari 2026 een kostengrens van € 470.000. Dat geeft kopers binnen die grens een mogelijkheid om naar de regeling te kijken, maar zegt op zichzelf niets over het bedrag dat zij op hun inkomen kunnen lenen. Het Centraal Planbureau verwachtte voor 2026 daarnaast een gemiddelde loonstijging van 4,1%. Een hoger inkomen kan volgens het Nibud invloed hebben op de maximale leencapaciteit; wat je werkelijk kunt lenen, hangt af van jouw situatie.
Wat dit voor jou betekent
- Heb je een koopwoning? Tel voor je eigen woonquote ook de andere kosten van je woning mee. Deel dat totaal door wat je huishouden te besteden heeft. Het CBS-gemiddelde omvat ook andere woonkosten dan de hypotheekbetaling.
- Loopt jouw rentevaste periode af of kijk je naar een nieuwe hypotheek? Vergelijk rentes voor dezelfde rentevaste periode en houd rekening met het verschil tussen een lening met en zonder NHG. De rente die voor tien jaar vast is gemeten, zegt niets over een andere looptijd.
- Wil je weten hoeveel je kunt lenen? Reken met je actuele bruto inkomen en check of NHG binnen de kostengrens past. De huidige leennormen bepalen hoeveel je op basis van je inkomen kunt lenen.
Vergelijk je woonlasten met je besteedbaar inkomen en bereken daarnaast afzonderlijk je mogelijke hypotheeklasten volgens de Nibud-normen voor 2026.
De laagste hypotheekrentes bij 10 jaar rentevast, per geldverstrekker (stand 28 september 2026):
| Geldverstrekker | Product | Met NHG | Tot 80% woningwaarde | Tot 100% woningwaarde |
|---|---|---|---|---|
| Centraal Beheer | Groen Leef Hypotheek | 3,60% | 3,76% | – |
| Woonfonds | Groen Woongenot Hypotheek | 3,65% | 3,81% | 3,81% |
| Hypotrust | Groen Woon Bewust Hypotheek | 3,69% | 3,76% | – |
| ASR | WelThuis | 3,76% | 3,76% | 3,76% |
| Argenta | Groen Hypotheek | 3,86% | 4,07% | 4,07% |
| Syntrus Achmea | Groen Basis | 3,96% | 4,35% | – |
Bronnen : CBS, Nibud, Rijksoverheid, propertynl.com, nul20.nl
Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk financieel advies.