HomeFinance Hypotheken

Zo weet je binnen vijf minuten of je te veel belasting betaalt over je spaargeld

Over het rendement in box 3 betaal je in 2026 36 procent belasting, voor zover je vermogen boven de vrijstelling uitkomt. Als je werkelijke rendement lager is dan het forfait waarmee de fiscus rekent, kun je via de tegenbewijsregeling mogelijk minder belasting verschuldigd zijn. Voor spaarders telt daarmee ook wat hun geld daadwerkelijk heeft opgeleverd, naast het saldo op 1 januari. Wie nog iets wil rechtzetten over belastingjaar 2021, heeft daarvoor tot eind 2026 de tijd.

De vrijstelling steeg, maar de peildatum blijft 1 januari

De Belastingdienst kijkt voor box 3 naar je vermogen op 1 januari 2026. Voor fiscale partners, twee mensen die samen aangifte doen, ligt de gezamenlijke vrijstelling dit jaar op 118.714 euro. Alleen het bedrag daarboven telt mee voor de berekening.

De grens is hoger dan in 2025. Toen bleef per persoon 57.684 euro buiten box 3 en voor partners 115.368 euro. De verhoging komt daarmee uit op circa 3,5 procent.

Vrijstelling 2025 2026
Per persoon € 57.684 € 59.357
Fiscale partners samen € 115.368 € 118.714

Waarom je eigen spaarrente ertoe doet

Het forfaitaire rendement is een schatting waarmee de fiscus rekent, ook als jouw bank een andere rente betaalde. Het voorlopige percentage voor banktegoeden is gebaseerd op de rentestand van juli 2025. Pas na afloop van 2026 stelt de Belastingdienst het definitieve percentage voor spaargeld vast.

De Nederlandsche Bank zag in mei 2026 gemiddeld 1,29 procent rente op vrij opneembaar spaargeld. Dat gemiddelde zegt weinig over een oude spaarrekening met een lage variabele rente.

Bij spaardeposito’s lag de rente hoger. Spaarders kregen in februari 2026 gemiddeld 2,41 procent per jaar op een deposito met een vaste looptijd, tegenover 2,49 procent in februari 2025. Een deposito kan een heel ander werkelijk rendement opleveren dan een rekening waar je dagelijks geld kunt opnemen.

Lagere opbrengst kan leiden tot een lagere aanslag

De tegenbewijsregeling is de wettelijke mogelijkheid om je echte rendement door te geven als dat lager uitvalt dan het rendement waarmee box 3 rekent. Die regeling geldt voor belastingjaren vanaf 2021. Het verschil kan vooral relevant zijn bij spaargeld dat lang op een rekening met een lage rente stond.

Voor beleggingen geldt in 2026 een forfaitair rendement van 6,00 procent. Schulden drukken het berekende rendement met voorlopig 2,70 procent. Daardoor kan de uitkomst voor iemand met een beleggingsrekening of schulden flink afwijken van die voor iemand die alleen spaargeld heeft.

  • Bij belastingjaar 2025 geef je het werkelijke rendement direct door in de aangifte inkomstenbelasting.
  • Voor eerdere jaren gebruikt de Belastingdienst het formulier Opgaaf werkelijk rendement.
  • Voor belastingjaar 2021 loopt de wettelijke termijn van vijf jaar af aan het einde van 2026.

Een eenvoudige rekensom met 70.000 euro spaargeld

Neem iemand met 70.000 euro spaargeld op 1 januari 2026 en een ontvangen rente van 0,75 procent over dat jaar. Na aftrek van de vrijstelling blijft 10.643 euro over. Als daar het voorlopige rendement van 1,28 procent op wordt toegepast, rekent box 3 met 136 euro rendement.

Bij een werkelijk rendement van 0,75 procent komt de opbrengst op diezelfde 10.643 euro uit op afgerond 80 euro. Het verschil is 56 euro. Tegen het belastingtarief van 36 procent gaat het om ongeveer 20 euro minder belasting.

Bij een groter vermogen boven de vrijstelling of een nog lagere ontvangen rente loopt het verschil op, omdat de berekening steeds over het belastbare deel van het vermogen gaat.

Het tijdelijke systeem blijft tot 2028 staan

De Tweede Kamer draaide op 27 november 2025 twee voorgenomen maatregelen uit het Belastingplan 2026 terug. Het kabinet wilde de vrijstelling verlagen naar 51.396 euro per persoon en het forfaitaire rendement voor overige bezittingen verhogen naar 7,78 procent.

Die plannen gingen niet door. Het belastingtarief in box 3 bleef voor 2026 ongewijzigd, terwijl het nieuwe stelsel waarin het werkelijk behaalde rendement wordt belast, is uitgesteld tot 2028.

Tot die tijd blijft het forfaitaire systeem gelden, met de tegenbewijsregeling als route voor mensen bij wie de uitkomst van dat systeem hoger ligt dan hun echte rendement.

Wat dit voor jou betekent

  • Tel je spaarsaldo op de peildatum van 1 januari 2026 op en kijk welk deel boven de vrijstelling uitkomt.
  • Leg de rente die je in 2026 daadwerkelijk hebt ontvangen naast het percentage waarmee de Belastingdienst voorlopig rekent. Vooral een oude spaarrekening met lage rente kan verschil maken.
  • Heb je over 2021 mogelijk te veel box 3-belasting betaald, houd dan rekening met de uiterste datum aan het einde van 2026 om dit alsnog te laten corrigeren.

Wie dat wil rechtzetten voor 2021, moet dus vóór het einde van 2026 in actie komen, aangezien de wettelijke termijn van vijf jaar dan afloopt.

Bronnen : Belastingdienst, Rijksoverheid, overheid.nl, DNB

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk financieel advies.

Artikel delen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Snel naar onze berekeningen

Overwaarde berekenen

Vrijblijvend hypotheekgesprek

Gratis een vrijblijvend hypotheekgesprek zonder verplichtingen