HomeFinance Hypotheken

Zoveel spaargeld heeft de gemiddelde Nederlander op de bank staan

Op 1 januari 2024 stond er gemiddeld € 54.700 aan bank- en spaartegoeden op de rekening van een Nederlands huishouden. Onder dat gemiddelde gaat een groot verschil schuil: de helft van de huishoudens had minder dan € 21.500, doordat een kleine groep huishoudens met hoge tegoeden het gemiddelde opkrikt. Voor spaarders is dat verschil belangrijk om hun eigen buffer eerlijk te vergelijken, zeker nu Nederlandse huishoudens in 2025 gemiddeld 17,3% van hun beschikbare inkomen opzijzetten. Wie 25 tot 34 jaar is, had volgens de meest recente CBS-cijfers bijvoorbeeld gemiddeld € 23.700, tegenover een mediaan van ongeveer € 9.800.

De banktegoeden groeiden ook na 2024 door

De Nederlandsche Bank telde eind december 2024 in totaal € 600,5 miljard aan banktegoeden van Nederlandse huishoudens. Daarvan stond € 487,1 miljard op spaarrekeningen en € 113,4 miljard op betaalrekeningen. Het gaat om alle rekeningen samen, niet om een bedrag per persoon of per huishouden.

In mei 2026 lag het gezamenlijke bedrag bij banken op ruim € 664 miljard. Daarvan bestond circa € 550 miljard uit spaargeld. De actuele totaalcijfers van DNB laten zien dat huishoudens als groep meer geld aanhouden, al vertellen ze niet hoe gelijk dat geld verdeeld is.

Peilmoment Spaartegoeden Nederlandse huishoudens
December 2024 € 487,1 miljard
Mei 2025 € 514 miljard
Mei 2026 Circa € 550 miljard

De leeftijd maakt flink verschil in de buffer

Bij huishoudens van 35 tot 44 jaar lag het middelste spaarbedrag op € 15.200. De helft van deze groep had minder en de andere helft meer. Een gemiddelde zou hier minder goed laten zien waar de doorsnee huishoudportemonnee staat.

In de groep van 45 tot 55 jaar bedroeg het gemiddelde saldo € 55.300, terwijl het middelste bedrag uitkwam op € 23.300. Het verschil is daar € 32.000. Ook binnen één leeftijdsgroep trekken grotere vermogens het gemiddelde behoorlijk omhoog.

Vergelijken met leeftijdgenoten kan nuttig zijn, maar een huishoudgrootte speelt ook mee. Een huishouden kan bestaan uit één rekeninghouder, twee werkenden met gezamenlijke rekeningen of een gezin dat geld apart zet voor meerdere doelen. De CBS-bedragen gaan steeds over het huishouden als geheel.

Hogere lonen lieten ruimte om geld apart te zetten

De spaarquote kwam in 2025 uit op 17,3% van het beschikbare inkomen, meldt het CBS. De spaarquote is het deel van je inkomen dat overblijft nadat huishoudens hebben uitgegeven. Buiten de coronajaren 2020 en 2021 was dit het hoogste niveau sinds 1995.

DNB wijst als verklaring op de lonen, die sinds 2024 harder zijn gestegen dan de inflatie. Het reëel beschikbare inkomen, het inkomen na correctie voor prijsstijgingen, nam in 2024 met 4,5% toe. Voor 2025 en 2026 rekent DNB op een stijging van 1% tot 2% per jaar.

Niet iedere extra euro belandt op een spaarrekening. Huishoudens kunnen die ruimte ook gebruiken voor hogere uitgaven, het aflossen van schulden of beleggingen. De gezamenlijke groei van de spaartegoeden laat wel zien dat een deel van de inkomensgroei in 2025 en 2026 daadwerkelijk op bankrekeningen is blijven staan.

Rekenvoorbeeld: € 150 miljard extra spaargeld in één jaar

De DNB-totalen maken de groei tastbaar. Van € 514 miljard aan banktegoeden in mei 2025 naar ruim € 664 miljard in mei 2026 is een verschil van ruim € 150 miljard. Dat is de optelsom van alle huishoudens en zegt dus niets over wat één gezin er precies bij kreeg.

Ook binnen 2026 liep het spaargeld nog op. In januari stond er volgens DNB € 535,79 miljard op spaarrekeningen; in februari was dat € 536,89 miljard. Het verschil van € 1,10 miljard in één maand laat zien dat het totaal zelfs bij een al zeer hoge stand verder kon stijgen.

Een hoge gezamenlijke spaarpot betekent niet automatisch dat veel huishoudens een ruime noodbuffer hebben. De verdeling blijft bepalend. Wie zijn eigen situatie naast een cijfer wil leggen, heeft daarom meer aan een middelste bedrag binnen een vergelijkbare groep dan aan de nationale optelsom.

Box 3 kijkt naar je totale vermogen

In 2026 blijft € 59.357 vermogen per persoon buiten box 3, de belasting op spaargeld en beleggingen. Fiscale partners hebben samen een vrijstelling van € 118.714. Spaargeld is daarbij maar één onderdeel: ook beleggingen en andere bezittingen kunnen meetellen.

De grens geldt voor het vermogen dat je op de peildatum hebt, niet alleen voor wat op één spaarrekening staat. Wie samenwoont of getrouwd is en fiscale partners is, kan de gezamenlijke vrijstelling gebruiken. Of dat zo is, hangt af van je fiscale situatie bij de Belastingdienst.

Het totale middelste vermogen van Nederlandse huishoudens kwam in 2024 uit op € 135.500. Daarin zitten ook de eigen woning en beleggingen. Het gemiddelde vermogen lag met € 332.400 veel hoger, ondanks een stijging van 0,3% ten opzichte van eerdere jaren.

Wat dit voor jou betekent

  • Vergelijk je spaargeld liever met bedragen van huishoudens in een vergelijkbare levensfase dan met landelijke gemiddelden. Bij 35- tot 44-jarigen lag het middelste saldo in de meest recente cijfers op € 15.200.
  • Check voor 2026 welk deel van je vermogen boven de box 3-vrijstelling uitkomt. Voor één persoon ligt die grens op € 59.357; voor fiscale partners samen op € 118.714.
  • Houd spaargeld, betaalgeld, beleggingen en de waarde van je woning apart in je overzicht. Het CBS-vermogen van € 135.500 per huishouden omvat namelijk meer dan alleen geld op de bank.

Wil je weten wat jouw spaargeld oplevert, vergelijk dan de hoogste spaarrentes en reken uit welk bedrag je daadwerkelijk opzijzet.

Bronnen : CBS, DNB, CPB, knab.nl, manly.nl

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk financieel advies.

Artikel delen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Jong stel bestudeert financiële informatie op een tablet thuis.

Snel naar onze berekeningen

Overwaarde berekenen

Vrijblijvend hypotheekgesprek

Gratis een vrijblijvend hypotheekgesprek zonder verplichtingen