Wie zijn spaargeld verstandig wil spreiden, komt op een gegeven moment de vraag tegen of er ook een plek is voor goud. Het edelmetaal staat begin 2026 op recordniveau en duikt steeds vaker op in gesprekken over vermogensbehoud. De echte vraag is niet of goud iets toevoegt, maar hoeveel. Een te kleine positie merk je nauwelijks, een te grote maakt je portefeuille onnodig afhankelijk van een enkel bezit.
Voordat je besluit om fysiek goud te kopen, helpt het om te weten welke rol goud in een spaarmix speelt. Goud levert geen rente of dividend op. Het is geen vervanging voor je spaarrekening of je beleggingsfondsen, maar een tegenwicht: een bezit dat zich vaak anders gedraagt dan aandelen en obligaties.
Waarom goud iets toevoegt
De waarde van goud beweegt grotendeels los van de aandelenmarkt. Als beurzen dalen door onrust of een recessie, zoekt kapitaal vaak juist de veilige haven van edelmetaal op. Daardoor schommelt de totale waarde van een gespreide portefeuille minder heftig. Daarnaast heeft goud geen tegenpartijrisico: je bent eigenaar van een tastbaar bezit, niet van een belofte van een bank of uitgevende instelling. Historisch behield goud bovendien zijn koopkracht in periodes van hoge inflatie: volgens de World Gold Council steeg de goudprijs sinds 1971 gemiddeld met ongeveer acht procent per jaar.
De vuistregel: vijf tot tien procent
Veel vermogensplanners hanteren een bandbreedte van vijf tot tien procent van het totale vermogen in goud. Die bandbreedte is genoeg om het dempende effect te merken, maar klein genoeg om het rendement niet volledig te laten afhangen van een bezit dat geen inkomsten genereert. Wie goud vooral als verzekering ziet, zit aan de onderkant van die bandbreedte goed. Wie sterker rekening houdt met geldontwaarding of systeemrisico, kan richting de tien procent of iets daarboven.
Je eigen situatie bepaalt het percentage
De vuistregel is een startpunt, geen voorschrift. Een spaarder met een lange horizon en een goedgevulde aandelenportefeuille kan een hoger percentage goud aan, omdat de tijd schommelingen uitvlakt. Wie het geld binnen enkele jaren nodig heeft, houdt de positie juist klein, want goud kan op korte termijn flink bewegen. Ook je bestaande spreiding telt mee: heb je al veel vastgoed of zakelijk vermogen, dan vervult goud een andere rol dan bij iemand die vrijwel alles op een spaarrekening heeft staan.
Zilver als alternatief of aanvulling
Goud is niet het enige edelmetaal dat een plek kan krijgen in je spreiding. Zilver wordt vaak in een adem genoemd, maar gedraagt zich anders. Waar goud vooral reageert op de rente, de dollar en onrust, heeft zilver een tweede gezicht: meer dan de helft van de wereldwijde vraag komt uit de industrie, van zonnepanelen tot elektronica en medische toepassingen. Daardoor stijgt zilver in goede economische tijden vaak harder dan goud, maar daalt het in mindere tijden ook scherper.
Voor een spaarder is dat een afweging tussen stabiliteit en beweeglijkheid. Zilver kan het verwachte rendement van je edelmetaalpositie verhogen, maar voegt ook meer schommeling toe. Een veelgebruikte graadmeter is de goud-zilververhouding: de prijs van een ounce goud gedeeld door die van een ounce zilver. Die verhouding heeft door de jaren heen sterk geschommeld. Ligt ze relatief hoog, dan vinden veel beleggers zilver goedkoop ten opzichte van goud.
Let wel op een belangrijk fiscaal verschil. Beleggingsgoud is in de EU vrijgesteld van btw, maar op zilver wordt in Nederland wel btw geheven. Dat maakt zilver bij aankoop direct duurder en drukt het nettorendement, zeker bij kleinere hoeveelheden. Wie zilver overweegt, houdt dat verschil het best vooraf in de berekening. Voor de meeste spaarders blijft goud daarom de rustige kern, met zilver als optionele, wat avontuurlijker aanvulling.
Bouw de positie gespreid op
Je hoeft het gekozen percentage niet in een keer vol te storten. Door periodiek een vast bedrag aan edelmetaal te sparen spreid je je aankopen over de tijd en koop je zowel bij hoge als bij lage koersen. Zo middelt je gemiddelde aankoopprijs en vermijd je het ongemak van precies op een piek instappen. Voor een spaarder die gewend is maandelijks opzij te zetten, sluit deze aanpak naadloos aan op het bestaande ritme.
Vergeet de fiscale kant niet
Fysiek goud valt in Nederland in box 3. De waarde op 1 januari telt mee voor je vermogen, boven het heffingsvrije vermogen (voor 2026 ruim 57.000 euro per persoon) betaal je belasting over een fictief rendement. Beleggingsgoud met een zuiverheid van minstens 99,5 procent is in de hele EU vrijgesteld van btw, zodat je volledige inleg in metaal wordt omgezet. Zilver kent die btw-vrijstelling niet, wat opnieuw laat zien dat het netto plaatje per metaal verschilt. Houd deze posten in je rekensom, want ze bepalen mede wat edelmetaal je uiteindelijk oplevert.
Rust boven rendement
Hoeveel van je vermogen in goud hoort, is uiteindelijk een persoonlijke afweging tussen rust en rendement. Vijf tot tien procent is voor de meeste spaarders een verstandig vertrekpunt, te verfijnen op basis van je horizon, je bestaande spreiding en je gevoel bij risico. Wil je net iets meer dynamiek, dan kan een klein deel zilver daar een rol in spelen. Goud maakt je niet snel rijk, maar kan je vermogen wel stabieler maken. En juist die stabiliteit is voor een spaarder vaak meer waard dan een procent extra rendement.