Er staat een nieuwe generatie beleggers op die nog nooit een belastingstelsel heeft meegemaakt dat winst belast die je niet hebt opgenomen. Vanaf 2028 verandert dat. De belasting op vermogen, box 3, gaat dan over je werkelijke rendement, inclusief koerswinst die alleen op papier bestaat. Voor wie maandelijks een vast bedrag in ETF’s stopt en nooit verkoopt, is dat een fundamentele omslag. We leggen uit wat er precies verandert, rekenen voor wat het kost, en laten zien wat je nu al kunt doen.
Wat er precies verandert
Op 12 februari 2026 stemde de Tweede Kamer in met de Wet werkelijk rendement box 3. Als ook de Eerste Kamer akkoord gaat, vervangt dit stelsel vanaf 2028 het huidige systeem. Het verschil is principieel: nu rekent de Belastingdienst met een fictief (forfaitair) rendement, een verondersteld percentage, ongeacht wat je echt verdiende. Vanaf 2028 wordt geheven over je daadwerkelijke rendement: spaarrente, dividend en koerswinst op je beleggingen.
De maatregel die het meeste stof deed opwaaien: dat werkelijke rendement omvat ook ongerealiseerde waardestijgingen. Met andere woorden, als je ETF’s in een jaar in waarde stijgen maar je verkoopt niets, betaal je toch belasting over die “papieren winst”. Het voorgestelde tarief is 36%, met een rendementsvrijstelling van € 1.800 per jaar in plaats van de huidige vrijstelling op basis van vermogenshoogte. Verliezen mogen onder voorwaarden vooruit worden verrekend met latere winsten.
Belangrijk: het stelsel zoals nu aangenomen kan op onderdelen nog worden aangepast. Onder meer rond de behandeling van ongerealiseerde winsten is er felle kritiek, en mogelijk volgen er op Prinsjesdag wijzigingen. De richting, belasten van werkelijk rendement vanaf 2028, staat vast; de exacte uitwerking nog niet volledig.
Wat het concreet betekent: een rekenvoorbeeld
Neem een alleenstaande belegger met € 80.000 volledig in ETF’s en geen schulden. Vergelijk het huidige jaar met de situatie vanaf 2028.
Nu (2026, forfaitair stelsel): het fictieve rendement op beleggingen is 6,00%, het heffingsvrije vermogen € 59.357 en het tarief 36%.
- Forfaitair voordeel: 6,00% van € 80.000 = € 4.800.
- Belastbare grondslag: € 80.000 verminderd met € 59.357 = € 20.643.
- Belastbaar voordeel: 6,00% van € 20.643 is ongeveer € 1.239.
- Belasting: 36% van € 1.239 is ongeveer € 446.
Dit bedrag betaal je ongeacht of je portefeuille dat jaar steeg of daalde.
Vanaf 2028 (werkelijk rendement), bij een goed beursjaar van plus 8%:
- Werkelijk rendement: 8% van € 80.000 = € 6.400 (ook al verkoop je niets).
- Minus de rendementsvrijstelling van € 1.800 is € 4.600 belastbaar.
- Belasting: 36% van € 4.600 = € 1.656.
In een sterk beursjaar betaal je dus fors meer, en dat over winst die nog volledig in je portefeuille zit. De keerzijde is eerlijk te noemen: in een verliesjaar betaal je vanaf 2028 niets en mag je het verlies meenemen naar latere jaren, terwijl je in het huidige forfaitaire stelsel ook bij een daling die € 446 gewoon kwijt bent. Het nieuwe systeem sluit dus beter aan op de werkelijkheid, maar het rekent je in goede jaren ook harder af, juist op het moment dat je nog niets hebt verzilverd.
Waarom dit een hele generatie raakt
Deze omslag valt samen met een ongekende beleggingsgolf. Het aantal Nederlandse beleggers in ETF’s is sinds 2022 bijna verdrievoudigd, vooral gedreven door jongeren en vrouwen, al bezit 90% van de Nederlanders nog altijd geen ETF’s. Onder jonge beleggers is periodiek beleggen inmiddels de norm: 56% van de millennials en 52% van Gen Z legt maandelijks automatisch een vast bedrag in, en ETF’s maken nu gemiddeld 23% van de portefeuille uit, tegen 15% in 2022.
Juist die beleggers die kopen en vasthouden en nooit verkopen, krijgen vanaf 2028 te maken met een aanslag op winst die ze niet hebben opgenomen. Een groep die het oude systeem nooit anders kende dan “je verkoopt en dan reken je af”, botst straks op een fiscus die elk jaar meekijkt naar de stand van je portefeuille.
Wat geldt er nu, en wat kun je doen?
Tot en met 2027 loopt het overbruggingsstelsel met het forfaitaire rendement. Goed om te weten: de voor 2026 geplande verhoging van het fictieve rendement op beleggingen naar 7,78% is eind november 2025 teruggedraaid; het blijft 6,00%, en het heffingsvrije vermogen is verhoogd naar € 59.357 per persoon.
Er is bovendien een vangnet dat veel beleggers laten liggen. Via de tegenbewijsregeling mag je over de jaren 2017 tot en met 2028 je werkelijke rendement afzetten tegen het fictieve rendement waarmee de fiscus rekent. Lag je werkelijke rendement lager, bijvoorbeeld in een matig beursjaar of bij veel spaargeld tegen lage rente, dan kun je belasting terugkrijgen. Let op: de vrijstelling telt niet mee bij het bepalen van je werkelijke rendement, dus reken het per situatie goed door.
Een paar praktische aandachtspunten:
- Controleer of de tegenbewijsregeling voor jou gunstig uitpakt over de afgelopen jaren met een matig of negatief rendement.
- Houd je administratie nu al bij: koersen, aankoopdata en kosten. Vanaf 2028 is je werkelijke rendement de basis, en goede vastlegging scheelt straks gedoe.
- Volg de Eerste Kamer en Prinsjesdag. De hoofdlijn ligt vast, maar de exacte uitwerking van de vrijstelling en de behandeling van papieren winst kan nog wijzigen.
Wat dit voor jou betekent
De boodschap is niet “stop met beleggen”. Over de lange termijn blijven gespreide, goedkope indexbeleggingen een beproefde manier om vermogen op te bouwen. De boodschap is: weet dat de spelregels veranderen. Vanaf 2028 voel je de fiscus elk jaar meekijken, ook in de jaren dat je niets verkoopt. Wie dat nu al meeneemt in zijn planning, en de tegenbewijsregeling benut zolang die er is, staat straks niet voor verrassingen.
Wil je weten wat box 3 in jouw situatie kost? Bereken je vermogensheffing en vergelijk wat sparen en beleggen na belasting opleveren.
Dit artikel is informatief en geen fiscaal advies; raadpleeg voor je eigen situatie een belastingadviseur. Bronnen: aanname van de Wet werkelijk rendement box 3 door de Tweede Kamer (12 februari 2026); uitwerking vermogensaanwasbelasting, tarief 36% en rendementsvrijstelling € 1.800 via Raisin en Firm24; forfaitair rendement 2026 (6,00%) en heffingsvrij vermogen (€ 59.357) na het terugdraaien van de verhoging eind november 2025 via Raisin en de Belastingdienst; tegenbewijsregeling via EW Magazine; cijfers over beleggers in ETF’s via het FD en IPSOS I&O. Wetgeving kan nog worden aangepast; gecontroleerd begin juni 2026.
In samenwerking met Trade.nl