Belastbaar inkomen uit werk en woning is het deel van uw inkomen dat in box 1 valt. Dit inkomen vormt de basis voor uw belastingberekening.
Op deze pagina leert u hoe dit inkomen wordt berekend. We bespreken welke onderdelen hierin meetellen, zoals salaris, uitkeringen, winst uit onderneming en inkomsten uit uw eigen woning.
Wat is belastbaar inkomen uit werk en woning?
Belastbaar inkomen uit werk en woning is het inkomen dat de Belastingdienst in box 1 plaatst. Het wordt berekend in box 1 en omvat diverse inkomstenonderdelen. Denk aan uw salaris, een uitkering of winst uit onderneming. Ook inkomsten uit de eigen woning horen hierbij. Zelfs inkomen uit een nevenactiviteit telt mee. Stel, u werkt in loondienst en heeft daarnaast een kleine webshop. Dan telt zowel uw salaris als de winst uit die webshop mee voor dit inkomen. Voor de meeste mensen is dit de grootste post op de belastingaangifte.
Welke inkomsten tellen mee in box 1?
In box 1 tellen diverse inkomsten mee die samen het
belastbaar inkomen uit werk en woning vormen. Dit omvat
inkomen uit arbeid en loon, zoals salaris,
uitkeringen en pensioenen. Ook
inkomsten uit de eigen woning, zoals het
eigenwoningforfait, vallen hieronder. Verder zijn er overige inkomsten, zoals winst uit onderneming,
inkomen uit overige werkzaamheden en
periodieke uitkeringen.
Inkomen uit arbeid en loon
Inkomen uit arbeid en loon omvat uw loon, salaris, tantième en beloningen in natura. Ook spaarloon en vakantiegeld vallen hieronder. Deze inkomsten, zoals salaris en uitkeringen, tellen mee voor uw
belastbaar inkomen uit werk en woning in box 1. Structureel inkomen uit overwerk wordt ook meegenomen in het toetsinkomen. Dit wordt berekend als 100% van het overwerkinkomen van de afgelopen twaalf maanden. Inkomen uit loondienst is onderdeel van het toetsinkomen bij een vast dienstverband.
Inkomen uit eigen woning
Inkomen uit eigen woning is het eigenwoningforfait, een bedrag dat u bij uw inkomen moet tellen. Dit forfait is een percentage van de WOZ-waarde van uw eigen woning die uw hoofdverblijf is, zoals de
Belastingdienst uitlegt. Voor 2026 bedraagt het eigenwoningforfait in de meeste gevallen 0,35% over de WOZ-waarde. Bij een WOZ-waarde van meer dan €1.350.000 geldt een hoger percentage van 2,35%. Dit inkomen uit eigen woning valt in box 1 en draagt bij aan uw
belastbaar inkomen uit werk en woning. U kunt betaalde hypotheekrente in aftrek brengen op dit forfait. Heeft u geen of een kleine eigenwoningschuld, dan is er een aftrek mogelijk die bekendstaat als de ‘Hillen-aftrek’.
Overige inkomsten in box 1
Overige inkomsten in box 1 omvatten diverse inkomsten die niet direct onder loon of eigen woning vallen. Dit zijn bijvoorbeeld inkomsten uit overige werkzaamheden, zoals die van een freelancer, gastouder, artiest of beroepssporter. Ook fooien en andere inkomsten tellen mee. Periodieke uitkeringen, zoals lijfrente of partneralimentatie, behoren eveneens tot deze categorie. Zelfs buitenlandse inkomsten en opbrengsten uit een Bed & Breakfast vallen meestal in box 1. Al deze inkomsten dragen bij aan uw
belastbaar inkomen uit werk en woning.
Hoe wordt het belastbaar inkomen uit werk en woning berekend?
Het belastbaar inkomen uit werk en woning berekent u door uw inkomsten op te tellen en daar aftrekposten van af te trekken. Dit omvat uw salaris, uitkering en winst uit onderneming. Voor woningeigenaren telt u het eigenwoningforfait bij dit inkomen op. Tegelijkertijd trekt u de hypotheekrente af. Het resultaat is de basis voor uw belastingberekening.
Bruto-inkomen en aftrekposten
Bruto-inkomen is uw jaarinkomen voordat belastingen en pensioenpremies eraf zijn. Dit omvat uw brutoloon, vakantiegeld, een eventuele 13e maand en vaste toeslagen. Voor de berekening van het belastbaar inkomen uit werk en woning telt u dit bruto jaarinkomen op, samen met bijtellingen. Vervolgens trekt u aftrekposten hiervan af. In 2023 werden aftrekposten voor inkomens boven €73.031 afgetrokken tegen 36,93 procent. De afbouw van aftrekposten begon al in 2021. Het verzamelinkomen is het belastbare inkomen na deze aftrekposten.
Belastingvrije som en heffingskortingen
Heffingskortingen zijn kortingen op de belasting die u betaalt, specifiek op de inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen. Dit belastingvoordeel wordt verrekend met de verschuldigde belasting in box 1, 2 en 3, wat een direct financieel voordeel oplevert. De algemene heffingskorting krijgt iedereen die belastingplichtig is, al is de hoogte ervan inkomensafhankelijk. Voor wie de inkomstenbelasting wil verlagen, bieden heffingskortingen uitkomst. Een restant van de algemene heffingskorting kan soms worden uitbetaald, bijvoorbeeld als uw partner niet werkt. De loonheffingskorting is een specifieke vorm die u bij één werkgever of uitkeringsinstantie toepast. Deze kortingen kunnen zelfs zorgen voor geen of nauwelijks belastingheffing, bijvoorbeeld voor meewerkende kinderen.
Belastingtarieven en schijven voor box 1 in 2025 en 2026
Het Belastingplan 2025 stelt de tarieven vast voor box 1, waar uw belastbaar inkomen uit werk en woning onder valt. Voor 2025 zijn er drie inkomensschijven. De eerste schijf kent een tarief van 35,82% voor inkomens tot €38.441. Inkomens tussen €38.441 en €76.814 vallen in de tweede schijf met een tarief van 37,48%. Voor hogere inkomens, vanaf €76.814, geldt een tarief van 49,5%. De definitieve tarieven voor 2026 zijn nog niet bekend.
Overzicht van de belastingschijven
De Nederlandse inkomstenbelasting in box 1 kent voor 2025 drie belastingschijven. Dit is een wijziging ten opzichte van 2024, toen er nog twee schijven waren. Ook in 2023 bestond de inkomstenbelasting uit twee tariefgroepen. De Belastingdienst hanteert deze schijven om het belastbaar inkomen uit werk en woning te bepalen. Voor 2026 zijn de definitieve tarieven en schijven nog niet bekend.
Premie volksverzekeringen en invloed op tarief
Premie volksverzekeringen zijn een vast onderdeel van de loonheffing, de belasting die uw werkgever namens u betaalt, volgens de
Rijksoverheid. Deze premie wordt afgerekend via uw aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, zoals de
Belastingdienst aangeeft. De hoogte ervan hangt af van geldende tarieven en maximumbedragen. Heffingskortingen zorgen ervoor dat u pas vanaf een hoger inkomen belasting en premie volksverzekeringen betaalt. Werkgevers kunnen een afdrachtvermindering toepassen op loonbelasting en premie volksverzekeringen. Dit betekent dat zij niet het hele bedrag van de ingehouden loonheffing hoeven af te dragen. Dit kan bijvoorbeeld ter compensatie zijn van studiekosten van een werknemer.
Specifieke tarieven voor AOW-gerechtigden
Voor AOW-gerechtigden gelden specifieke belastingtarieven in box 1. In 2025 betaalt u in de eerste schijf 17,92% belasting. Voor de tweede schijf is dit tarief 37,48%, en voor de derde schijf geldt een tarief van 49,50%. Ter vergelijking: in 2024 was het belastingtarief voor pensioen en AOW onder € 38.098 nog 19,07%. Deze tarieven bepalen uw uiteindelijke belastbaar inkomen uit werk en woning.
Welke aftrekposten en heffingskortingen beïnvloeden het belastbaar inkomen?
Aftrekposten en heffingskortingen verlagen uw belastbaar inkomen uit werk en woning. Aftrekposten, zoals de hypotheekrenteaftrek, verminderen het inkomen waarover u belasting betaalt. Deze aftrek verlaagt uw belastingdruk. Heffingskortingen zijn direct een korting op de te betalen belasting en zijn inkomensafhankelijk, vanaf 2025 specifiek van het verzamelinkomen.
Hypotheekrenteaftrek en andere woninggerelateerde aftrekposten
Hypotheekrenteaftrek biedt belastingvoordeel voor woningbezitters. U mag de betaalde hypotheekrente aftrekken van uw belastbaar inkomen uit werk en woning. Dit voordeel geldt alleen voor de financiering van uw eigen woning, mits u daar zelf woont. Voor hypotheken afgesloten na 1 januari 2013 is aftrekbaar bij de aankoop van een nieuwe woning, als het een annuïteiten- of lineaire hypotheek betreft. Ook bij het verbeteren van uw woning is hypotheekrenteaftrek mogelijk. Neemt u overwaarde op en gebruikt u die voor uw eigen woning, dan is de rente aftrekbaar. Let op: bij gebruik voor andere uitgaven vervalt de aftrek deels of volledig.
Arbeidsgerelateerde aftrekposten
Arbeidsgerelateerde aftrekposten verlagen uw
belastbaar inkomen uit werk en woning. Deze aftrekposten omvatten de zelfstandigenaftrek, startersaftrek en mkb-winstvrijstelling. In 2023 bedroeg de zelfstandigenaftrek €5.030. Deze aftrek wordt tot en met 2027 stapsgewijs verlaagd, deels gecompenseerd door de arbeidskorting. Voor de meewerkaftrek gelden in 2025 verschillende percentages van de winst, variërend van 2,0% bij 875-1.225 gewerkte uren tot 4,0% bij meer dan 1.750 uren. Andere aftrekposten worden afgebouwd tot een maximaal tarief van 37,05% vanaf 2023. In 2024 konden aftrekposten tegen 36,97% worden toegepast, terwijl in 2023 aftrekposten voor inkomens boven €73.031 tegen 36,93% werden afgetrokken.
Belangrijkste heffingskortingen in box 1
De belangrijkste heffingskortingen in box 1 zijn de
algemene heffingskorting, arbeidskorting, ouderenkorting, alleenstaandeouderenkorting en jonggehandicaptenkorting. De algemene heffingskorting is een korting op uw inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen, waardoor u minder betaalt. Iedereen die inkomstenbelasting betaalt, kan deze korting krijgen. In 2026 bedraagt de maximale algemene heffingskorting €3.115. De hoogte hangt af van uw leeftijd en verzamelinkomen, waarbij de korting afbouwt vanaf een inkomen van €29.736. De
Belastingdienst berekent deze korting automatisch bij uw jaarlijkse aangifte. Soms wordt het overblijvende bedrag uitbetaald als u een fiscale partner heeft.
Voorbeelden van berekening van belastbaar inkomen uit werk en woning
U kunt het belastbaar inkomen uit werk en woning berekenen aan de hand van concrete voorbeelden. Deze berekeningen laten zien hoe inkomsten zoals salaris en het eigenwoningforfait bij elkaar komen, en hoe de inkomstenbelasting hierover wordt berekend. De volgende secties geven gedetailleerde rekenvoorbeelden, zowel zonder als met aftrekposten.
Rekenvoorbeeld zonder aftrekposten
Voor een persoon met een jaarsalaris van € 80.000 in 2026, zonder aftrekposten, wordt het belastbaar inkomen uit werk en woning als volgt berekend. Over de eerste schijf van € 38.883 betaalt u € 13.900 belasting. De belasting over de tweede schijf, die € 39.543 bedraagt, is € 14.852. Het resterende deel van € 1.574 wordt belast met € 779. Bij een belastbaar inkomen van € 80.000 over 1 jaar tegen een effectief tarief van circa 36,91% betaalt u circa € 29.531 aan inkomstenbelasting.
Rekenvoorbeeld met aftrekposten en heffingskortingen
Een rekenvoorbeeld toont hoe aftrekposten en heffingskortingen het belastbaar inkomen uit werk en woning verlagen. Neem mevrouw Smit, met een bruto jaarsalaris van € 120.000 en een eigenwoningforfait van € 840. Zij heeft in totaal € 22.000 aan aftrekposten. Deze aftrekposten omvatten mogelijk diverse kosten, zoals hypotheekrente, niet vergoede zorgkosten of giften aan goede doelen. Een belastingplichtige kan deze aftrekposten gebruiken om het belastbaar inkomen en daarmee de te betalen belasting te verlagen. Haar belastbaar inkomen uit werk en woning komt dan uit op € 98.840. Aftrekposten en heffingskortingen helpen de belastingdruk te verlagen, maar concrete cijfers voor heffingskortingen en de definitieve belastingtarieven voor 2026 zijn nog niet vastgesteld.
Verschil tussen belastbaar inkomen uit werk en woning en andere boxen
Het
belastbaar inkomen uit werk en woning, zoals salaris en het gebruik van uw eigen woning, valt in box 1. Het Nederlandse belastingstelsel kent echter meerdere boxen, elk met eigen spelregels, grondslag en tarieven. Inkomen uit arbeid wordt anders behandeld dan dividend uit een BV, dat in box 2 valt als aanmerkelijk belang. Volgens de
Belastingdienst verschilt het deel van het inkomen waarover belasting wordt betaald, per box.
Vergelijking met box 2: aanmerkelijk belang
Het Nederlandse belastingstelsel verdeelt inkomsten over verschillende boxen, elk met eigen regels en tarieven. Box 1 richt zich op het belastbaar inkomen uit werk en woning, terwijl box 2 inkomen uit aanmerkelijk belang belast. De belastingtarieven zijn voor elke box anders.
| Kenmerk | Box 1 (Werk en Woning) | Box 2 (Aanmerkelijk Belang) |
|---|
| Type inkomen | Belastbaar inkomen uit werk en woning | Inkomen uit aanmerkelijk belang |
| Voorbeelden | Loon, winst uit onderneming, eigenwoningforfait | Winstuitkering uit vennootschap |
| Voorwaarde | Eigen woning als hoofdverblijf | Minimaal 5% aandelenbezit in vennootschap |
| Belastingtarief | Oplopend tarief met 3 schijven | 24,50% tot € 68.843, daarboven 31% |
Dit aanmerkelijk belang ontstaat bij het bezit van minimaal 5% aandelen of andere rechten in een vennootschap, zoals de
Belastingdienst aangeeft. Aandelen in Box 2 vallen onder inkomsten uit aanmerkelijk belang. De tarieven in Box 2 zijn 24,50% over inkomen tot € 68.843 en 31% daarboven.
Vergelijking met box 3: sparen en beleggen
Waar box 1 uw belastbaar inkomen uit werk en woning belast, valt uw vermogen uit sparen en beleggen in box 3. De vermogensheffing in box 3 wordt berekend over de grondslag sparen en beleggen, boven een vrijstellingsgrens. In 2025 betaalt u 36 procent inkomstenbelasting over dit voordeel. Box 3 maakt onderscheid tussen spaargeld en overige beleggingen. Zo worden spaarders in 2024 belast over een rendement van 1,44%. Beleggingen in box 3 hebben een hoger verwacht rendement dan spaartegoeden, wat kan leiden tot meer belasting. Sparen boven het heffingsvrije vermogen heeft als nadeel dat u vermogensbelasting betaalt.
Invloed van het belastbaar inkomen uit werk en woning op toeslagen en regelingen
Uw belastbaar inkomen uit werk en woning heeft directe invloed op de toeslagen en regelingen die u ontvangt. Dit inkomen, dat ook als premie-inkomen telt, bepaalt mede uw recht op bijvoorbeeld zorgtoeslag, huurtoeslag en kinderopvangtoeslag. De precieze impact hangt af van uw inkomen, vermogen en gezinssituatie.
Effect op zorgtoeslag en huurtoeslag
Uw belastbaar inkomen uit werk en woning beïnvloedt direct de hoogte van uw zorgtoeslag en huurtoeslag. Huurtoeslag hangt af van de huurprijs, uw inkomen, leeftijd en woonsituatie. Zorg- en huurtoeslag worden verwerkt in de belastingschijven. De harde maximale inkomensgrens voor huurtoeslag is vervallen. Dit laat de piek in marginale druk rond € 24.000 verdwijnen. De afbouw van huurtoeslag kan de marginale druk met 28 tot 30 procentpunt verhogen. Bij een inkomensstijging kan de zorgtoeslag vervallen. Zeven op de tien huishoudens krijgen hun huurtoeslag achteraf gecorrigeerd. In 2024 daalde de zorgtoeslag voor alleenstaanden naar € 127 per maand. De huurtoeslag steeg in datzelfde jaar met € 34,67 per maand, een jaarlijkse verhoging van maximaal € 416,-.
Invloed op kinderopvangtoeslag en andere inkomensafhankelijke regelingen
Uw belastbaar inkomen uit werk en woning beïnvloedt de kinderopvangtoeslag. De hoogte hiervan hangt af van uw inkomen en het aantal kinderen in opvang. Ook het aantal opvanguren en de soort opvang spelen een rol. Uw leefsituatie en inkomen na aftrekposten zijn medebepalend voor de toeslag. Zelfs salaris en dividend van een DGA beïnvloeden de kinderopvangtoeslag. Wijzigingen in uw situatie, zoals een ander inkomen of gewijzigde opvanguren, hebben invloed op uw recht op toeslag. Dit geldt ook na een scheiding, waarbij inkomen, aftrekposten of gewerkte dagen de toeslag kunnen aanpassen.
Hoe kunt u uw belastbaar inkomen uit werk en woning zelf berekenen?
U berekent uw belastbaar inkomen uit werk en woning door uw bruto inkomsten en het eigenwoningforfait op te tellen, en daar aftrekposten zoals hypotheekrente van af te trekken. Dit inkomen dient als basis voor uw belastingberekening. Een stappenplan en rekentools kunnen u hierbij helpen.
Stappenplan voor berekening
Het stappenplan voor de berekening van uw belastbaar inkomen uit werk en woning bestaat uit vier duidelijke stappen. Volgens de
Belastingdienst wordt dit inkomen berekend als inkomsten min aftrekposten in één belastingjaar.
- Begin met uw brutoloon en tel hier andere inkomsten bij op. Denk aan loon, uitkering, pensioen, winst uit onderneming of andere inkomsten uit arbeid.
- Voeg het eigenwoningforfait toe aan uw inkomsten. Dit is een bedrag dat u bij uw inkomen moet tellen.
- Trek vervolgens uw aftrekposten af. Voorbeelden hiervan zijn de hypotheekrenteaftrek, reisaftrek openbaar vervoer en andere aftrekbare kosten van de eigen woning.
- Het bedrag dat overblijft na deze stappen is uw belastbaar inkomen uit werk en woning.
Toetsingsinkomen berekenen: wat is het en hoe hangt het samen met belastbaar inkomen?
Toetsingsinkomen is het verzamelinkomen dat de Belastingdienst gebruikt voor het bepalen van toeslagen. Dit inkomen bestaat uit uw inkomsten uit box 1, 2 en 3, na aftrek van bepaalde posten. Het belastbaar inkomen, dat de basis vormt voor uw belastingberekening, is een onderdeel van dit verzamelinkomen.
Voor toeslagen telt het toetsingsinkomen uw bruto jaarinkomen mee, inclusief vakantiegeld en andere inkomsten zoals loon, uitkeringen en pensioen. Ook inkomsten uit eigen bedrijf, ontslagvergoedingen en partneralimentatie horen hierbij. Specifiek voor de zorgtoeslag is het toetsingsinkomen uw totale jaarinkomen min aftrekposten. Voor een nauwkeurige toetsingsinkomen berekening is het essentieel om alle relevante componenten correct mee te nemen.
Hypotheek met uitkering: wat u moet weten over belastbaar inkomen
Een hypotheek met een uitkering is mogelijk, waarbij uw uitkering kan meetellen als belastbaar inkomen voor de hypotheekberekening. Dit inkomen wordt volledig meegenomen als de uitkering voor onbepaalde duur is en er geen herkeuring meer plaatsvindt. Specifieke uitkeringen zoals WIA, IVA, WAO en WGA kunnen volledig meetellen als hypotheekinkomen. Een woningkoper met een IVA-uitkering kan bijvoorbeeld een hypotheek afsluiten. Ook inkomen uit een WAJONG-uitkering kan meetellen voor de gehele looptijd van de hypotheek. Extra inkomsten zoals vakantiegeld of een dertiende maand tellen ook mee, mits deze structureel van aard zijn.
Toch zien hypotheekverstrekkers een hypotheek met een uitkering vaak als een risicofactor. Dit komt doordat veel uitkeringen niet als vast en gegarandeerd inkomen worden beschouwd. Hierdoor worden inkomsten uit uitkering niet altijd volledig meegenomen in de hypotheekberekening, vooral bij onzeker of instabiel inkomen.
Bruto maandlasten naar netto: inzicht in uw woonlasten en belastbaar inkomen
Uw netto maandlasten zijn de maandelijkse kosten van uw hypotheek na aftrek van belastingvoordeel. Deze worden berekend door het belastingvoordeel af te trekken van uw bruto maandlasten. Dit voordeel komt vooral door de hypotheekrenteaftrek en het eigenwoningforfait. Hierdoor zijn uw netto maandlasten altijd lager dan de bruto maandlasten. Vanaf 2026 houdt de berekening ook rekening met een tariefsaanpassing voor de aftrek van kosten eigen woning. De exacte netto maandlasten hangen af van uw persoonlijke situatie, zoals inkomen en belastingschijf. Voor een gedetailleerde berekening van uw bruto naar netto maandlasten is het raadzaam een hypotheekadviseur te raadplegen.
Wat verandert er in de belastingtarieven in 2025 en 2026?
Het
Belastingplan 2025 brengt wijzigingen in de belastingtarieven voor box 1, die gelden voor uw belastbaar inkomen uit werk en woning. Voor 2025 is het tarief voor inkomens tot €38.441 verlaagd naar
35,82%. In de tweede schijf, van €38.441 tot €76.817, betaalt u
37,48% inkomstenbelasting. Boven de €76.817 geldt een tarief van
49,50%. Deze tarieven zijn vastgesteld voor 2025, mits het Belastingplan ongewijzigd wordt aangenomen. De belastingtarieven blijven onderhevig aan wijzigingen vanaf 1 januari 2025, wat betekent dat er voor 2026 nog aanpassingen kunnen komen.
Hoe werkt de hypotheekrenteaftrek precies?
De hypotheekrenteaftrek is een fiscale regeling waarmee u de betaalde hypotheekrente van uw belastbaar inkomen kunt aftrekken. Dit verlaagt uw belastbaar inkomen, wat leidt tot minder inkomstenbelasting en lagere totale hypotheekkosten. Woningbezitters met een hypothecaire lening profiteren zo van belastingvoordeel, wat de betaalbaarheid van woningen vergroot. Sinds 2023 is de hypotheekrente voor inkomens boven €68.507 maximaal aftrekbaar tegen 37,05%. Het maximale aftrekpercentage wordt de komende jaren stapsgewijs verder afgebouwd.
Wanneer bereik ik de AOW-leeftijd en wat betekent dat voor mijn belasting?
Wanneer u de AOW-leeftijd bereikt, verandert uw belastingheffing aanzienlijk. U betaalt dan een lagere belastingvoet, omdat u geen AOW-premie meer afdraagt, en er wordt minder loonbelasting ingehouden. Ook krijgt u recht op de ouderenkorting, wat de te betalen belasting in box 1 verder verlaagt.
Voor 2025 gelden voor AOW-gerechtigden de volgende tarieven in box 1 (inkomen uit werk en woning), mits het Belastingplan ongewijzigd wordt aangenomen:
* Over inkomens tot €38.441 betaalt u 19,07% belasting.
* Over inkomens tussen €38.441 en €76.817 betaalt u 37,48% belasting.
* Over inkomens boven €76.817 betaalt u 49,50% belasting.
Kan ik verliezen in box 1 verrekenen met toekomstig inkomen?
In Nederland betaalt u belasting over uw belastbaar inkomen in box 1. Ja, u kunt verliezen in box 1 verrekenen met toekomstig inkomen, wat uw belastbaar inkomen uit werk en woning vermindert. Dit werkt vergelijkbaar met andere aftrekposten die uw inkomen in box 1 verlagen. U kunt verliezen verrekenen met box 1-inkomsten van de drie voorgaande jaren of de negen volgende jaren; niet-verrekende verliezen vervallen na deze periode. In 2021 kon een belastingplichtige verliezen in box 1 verrekenen met positief inkomen uit een voorgaand jaar. Verliezen uit andere boxen, zoals box 3, kunnen niet worden verrekend met uw box 1-inkomsten, en een box 3-verlies heeft specifiek geen invloed op uw box 1-inkomen.