Het heffingsvrij vermogen is het deel van uw vermogen in box 3 waarover u geen inkomstenbelasting betaalt. In 2024 bedraagt dit €57.000 per belastingplichtige. Voor fiscale partners is dit gezamenlijk €114.000. Vanaf 2025 stijgt het heffingsvrij vermogen naar €57.684 per belastingplichtige.
Definitie en betekenis van heffingsvrij vermogen
Het heffingsvrij vermogen is een belastingvrije drempel binnen box 3 van de inkomstenbelasting in Nederland. Dit is het deel van uw totale vermogen waarover u geen belasting betaalt. Het bedrag wordt afgetrokken van uw aangehouden vermogen, wat de belastingdruk voor u kan verminderen.
De term ‘heffingsvrij vermogen’ is specifiek voor het huidige box 3-stelsel. In een toekomstig stelsel wordt dit vervangen door een ‘heffingsvrij inkomen uit vermogen’.
Hoe hoog is het heffingsvrij vermogen in 2025 en volgende jaren?
Het heffingsvrij vermogen bedraagt in 2025 €57.684 per persoon. Voor fiscale partners is dit bedrag €115.368. Dit is het vermogen waarover u geen belasting betaalt in box 3.
Voor 2026 blijven deze bedragen hetzelfde. Een alleenstaande kan dan €57.684 belastingvrij aanhouden. Fiscale partners hebben gezamenlijk een heffingsvrij vermogen van €115.368. Stel, u heeft een onverwachte meevaller van €60.000. Dan blijft het grootste deel hiervan belastingvrij in 2025 en 2026.
Welke vermogensbestanddelen tellen mee voor het heffingsvrij vermogen?
Voor het heffingsvrij vermogen in box 3 tellen diverse vermogensbestanddelen mee. Volgens de
Belastingdienst vallen hieronder spaargeld, aandelen en een tweede woning. Ook contant geld en cryptovaluta behoren tot het vermogen dat meetelt. Het is belangrijk om te beseffen dat de Belastingdienst een breed scala aan bezittingen als vermogen ziet.
De
Consumentenbond noemt specifiek effecten, zoals obligaties en crypto’s, en onroerend goed zoals een vakantiewoning of een pand dat u verhuurt. Geld dat u heeft uitgeleend, bijvoorbeeld via een familiehypotheek, telt ook mee als vordering. Stel, u heeft een vakantiewoning die u verhuurt; de waarde hiervan telt dan mee voor uw heffingsvrij vermogen. Daarnaast telt uw aandeel in het vermogen van een Vereniging van Eigenaren (VvE) mee. Zelfs kunst kan meetellen, mits het als belegging wordt gezien.
Invloed van een fiscale partner op het heffingsvrij vermogen
Als u een fiscale partner heeft, verdubbelt uw heffingsvrij vermogen in box 3. Dit betekent dat fiscale partners recht hebben op een twee keer zo hoog heffingsvrij vermogen dan een alleenstaande. Voor 2025 en 2026 bedraagt dit gezamenlijk €115.368. Per persoon is dit €57.684, wat een aanzienlijk voordeel biedt bij de vermogensbelasting. In 2024 bedroeg het heffingsvrij vermogen per fiscale partner nog €57.000.
Hoe bereken je het heffingsvrij vermogen?
Het berekenen van uw heffingsvrij vermogen begint met het vaststellen van uw totale vermogen. U telt hiervoor uw spaargeld, beleggingen en de waarde van een tweede woning bij elkaar op. Daarna bepaalt u de totale vrijstelling. Deze bestaat uit aftrekbare schulden, de algemene vrijstelling en eventuele aanvullende vrijstellingen. Voor fiscale partners is dit bedrag €57.684 per persoon, samen €115.368, zoals de
Belastingdienst aangeeft. Het heffingsvrije vermogen wordt vervolgens afgetrokken van uw totale aangehouden vermogen. Zo ziet u welk deel van uw vermogen belastingvrij is in box 3.
Effect van het heffingsvrij vermogen op de te betalen belasting in box 3
Het heffingsvrij vermogen in box 3 zorgt ervoor dat je over een deel van je vermogen geen belasting betaalt. Dit betekent dat er over dit bedrag geen vermogensbelasting van toepassing is. Alleen het vermogen dat boven deze vrijstelling uitkomt, vermindert de grondslag voor vermogensrendementsheffing.
In 2022 bedroeg het heffingsvrije vermogen €50.650. Dit bedrag steeg naar €57.000 in 2023 en bleef gelijk in 2024. Voor 2025 is het heffingsvrije vermogen verhoogd naar €57.684 per persoon. Deze verhoging heeft direct invloed op de belasting die je betaalt. Heb je een fiscale partner, dan is het gezamenlijke heffingsvrije vermogen in 2025 €115.368.
Historische ontwikkeling van het heffingsvrij vermogen per jaar
Het heffingsvrij vermogen heeft door de jaren heen verschillende aanpassingen gekend. Tot en met 2016 bedroeg het heffingsvrije vermogen circa €30.000. In 2019 steeg dit bedrag naar €30.360.
Een grotere verhoging volgde in 2021, toen het heffingsvrije vermogen voor alleenstaanden €50.000 werd en voor fiscale partners €100.000. In 2022 bedroeg het heffingsvrije vermogen €50.650. Daarna werd het in 2023 verhoogd naar €57.000, een bedrag dat ook in 2024 gold. Voor 2025 is het heffingsvrije vermogen verder gestegen naar €57.684 per persoon. Voor fiscale partners bedraagt het gezamenlijke heffingsvrije vermogen in 2025 €115.368.
Relatie tussen heffingsvrij vermogen en hypotheek aflossen
Extra aflossen op uw hypotheek kan de vermogensrendementsheffing verlagen, vooral als uw vermogen boven het heffingsvrij vermogen in box 3 uitkomt. Door extra af te lossen, verlaagt u uw vermogen in box 3. Dit vermindert de te betalen vermogensbelasting. U bouwt zo belastingvrij vermogen op. Een huiseigenaar die versneld aflost, kan hierdoor besparen op de vermogensbelasting. Dit vermindert de totale belastingdruk.
Invloed van energielabel op hypotheek en vermogen
Het energielabel van uw woning heeft directe invloed op zowel de maximale hypotheek die u kunt krijgen als de hypotheekrente die u betaalt. Deze invloed op de leencapaciteit is in Nederland van kracht sinds 2024.
Een beter energielabel zorgt voor lagere maandelijkse energiekosten, wat uw leencapaciteit vergroot. Hierdoor kunt u tot wel €50.000 extra lenen voor uw hypotheek, vooral vergeleken met woningen met een energielabel E, F of G. Daarnaast kan een verbeterd energielabel de hypotheekrente verlagen; zo biedt de RegioBank een Bespaarhypotheek voor woningen met energielabel B of beter.
Wanneer betaal je geen belasting over je vermogen?
U betaalt geen belasting over uw vermogen zolang het onder het heffingsvrij vermogen blijft. Dit vermogen is vrijgesteld van belasting in box 3. Voor 2025 geldt een grens van €57.684 per persoon. Pas wanneer uw vermogen deze drempel overschrijdt, betaalt u vermogensbelasting over het deel dat boven de drempel uitkomt. Over dat deel is in 2025 een belastingpercentage van 36% van toepassing.
De waarde van uw eigen woning telt niet mee voor de vermogensbelasting in box 3, aangezien deze onder box 1 valt. Daarnaast kunnen bepaalde schulden, boven een vastgestelde drempel, uw belastbaar vermogen in box 3 verlagen.
Hoe werkt het heffingsvrij vermogen bij gescheiden partners?
Bij een scheiding wordt het gezamenlijke vermogen verdeeld. Dit omvat de woning, spaargeld, inboedel en schulden. De methode van verdeling hangt af van huwelijkse voorwaarden of een samenlevingscontract. Bij een huwelijk in gemeenschap van goederen wordt het huwelijksvermogen verdeeld. Als er geen huwelijkse voorwaarden zijn, wordt het vermogen opgebouwd tijdens het huwelijk verdeeld. Een partner heeft recht op de helft van het gespaarde vermogen bij een beperkte gemeenschap van goederen. Na de scheiding heeft u als alleenstaande recht op een heffingsvrij vermogen van €57.684 in 2025. Ter vergelijking: in 2024 bedroeg dit heffingsvrij vermogen voor alleenstaanden €57.000.
Kan het heffingsvrij vermogen veranderen door wetswijzigingen?
Ja, het heffingsvrij vermogen kan veranderen door wetswijzigingen. Het heffingsvrij vermogen en de vermogensbelasting kunnen jaarlijks veranderen. De hoogte van het heffingsvrij vermogen wordt jaarlijks aangepast. Dit gebeurt op basis van nieuwe wetgeving en economische omstandigheden.
Wat is het verschil tussen heffingsvrij vermogen en vrijstelling?
Het heffingsvrij vermogen is het bedrag in box 3 waarover u geen belasting betaalt. Deze belastingvrije drempel wordt van uw totale vermogen afgetrokken bij de vermogensrendementsheffing. Voor 2024 bedraagt het heffingsvrij vermogen €57.000 per belastingplichtige.
Een vrijstelling is een bredere term die aangeeft dat u over een deel van uw vermogen geen belasting betaalt. Het heffingsvrij vermogen is een algemene vrijstelling binnen box 3. Daarnaast bestaan er specifieke vrijstellingen voor bepaalde vermogensbestanddelen, zoals groene beleggingen, die ook van de belasting in box 3 kunnen worden uitgesloten.