Wat zijn belastingtarieven en belastingschijven?
Belastingtarieven en belastingschijven bepalen hoeveel belasting u betaalt over uw inkomen. Nederlandse belastingtarieven worden bepaald door deze schijven en tarieven. Belastingschijven zijn van toepassing op verschillende inkomensniveaus. Het Nederlandse belastingstelsel had van 2005 tot en met 2020 vier belastingschijven. Deze schijven hebben elk verschillende belastingtarieven. De belastingwetgeving past belastingtarieven en belastingschijven jaarlijks aan. Een progressief belastingstelsel werkt bijvoorbeeld met een lager tarief voor de eerste 10.000 euro inkomen en een hoger tarief voor inkomen daarboven.
Box 1: Inkomen uit werk en woning
Box 1 van de inkomstenbelasting omvat inkomen uit werk en woning. Hieronder vallen uw salaris, uitkering, en winst uit onderneming. Ook inkomsten uit overige werkzaamheden en lijfrente- of pensioenuitkeringen behoren tot Box 1. De eigen woning, inclusief de hypotheekrenteaftrek, valt eveneens onder deze box en niet onder Box 3.
Vrijstellingen en aftrekposten die in 2009 golden
In 2009 waren er diverse vrijstellingen en aftrekposten beschikbaar om het belastbaar inkomen te verlagen. Zo golden de bos- en landbouwvrijstelling en kwijtscheldingswinst als vrijstellingen. Daarnaast kon u in 2009 gebruikmaken van aftrekposten zoals de ondernemersaftrek, aftrek van studiekosten en kosten voor levensonderhoud van kinderen jonger dan 30 jaar, zo meldt het
CBS.
Heffingskortingen in 2009
In 2009 waren er diverse heffingskortingen beschikbaar om uw belasting te verlagen. Een belastingplichtige jonger dan 65 jaar had recht op een algemene heffingskorting van € 2.007. Was u 65 jaar of ouder, dan bedroeg deze algemene korting € 935. Daarnaast kon u, afhankelijk van uw situatie, een inkomensafhankelijke combinatiekorting ontvangen. Voor jongeren dan 65 jaar was dit maximaal € 1.765, terwijl 65-plussers een korting van € 823 konden krijgen. De alleenstaande-ouderkorting bedroeg € 902. Ook was er een aanvullende combinatiekorting, met een basisbedrag van € 770 en een maximaal inkomensafhankelijk deel van € 995. Een kleine groep die de combinatiekorting niet volledig kon verzilveren, kreeg maximaal € 44.
Specifieke aftrekposten en regelingen
In 2009 veranderden enkele specifieke aftrekposten en regelingen. Zo waren de kosten voor de ziektekostenverzekering vanaf dat jaar niet meer aftrekbaar. Ook de vaste aftrek van € 821 voor 65-plussers en chronisch zieken verviel in 2009. Voor andere aftrekbare ziektekosten golden wel specifieke drempels. Bij een drempelinkomen tot € 38.000 bedroeg deze drempel 1,65% van dat inkomen. Lag uw drempelinkomen hoger dan € 38.000, dan was de drempel 5,75% plus € 627. Voor huishoudens met een inkomen lager dan € 7.152 was er een vaste drempel van € 118. Huishoudens met een inkomen onder € 32.127 kregen bovendien een bonus van 113% op een deel van de aftrekbare ziektekosten.
Belastingtarieven voor gepensioneerden en AOW-gerechtigden in 2009
In 2009 golden voor AOW-gerechtigden specifieke belastingtarieven. U betaalde in de eerste schijf 15,60% belasting over uw inkomen. Voor de tweede schijf was dit tarief 24,10%. In de derde schijf gold een percentage van 42,00%. Het hoogste tarief, voor de vierde schijf, bedroeg 52,00%. Deze percentages waren van toepassing op het belastbaar inkomen uit werk en woning.
Hoe werd het belastbaar inkomen in 2009 berekend?
Het belastbaar inkomen in 2009 werd berekend door het bruto-inkomen aan te passen met bijtellingen en aftrekposten. Dit is het inkomen waarover u uiteindelijk inkomstenbelasting betaalt, na aftrek van belastingvoordelen. Bijtellingen, zoals het eigenwoningforfait, werden bij het inkomen opgeteld. Aftrekposten, zoals de hypotheekrenteaftrek, werden juist van het inkomen afgetrokken.
De inkomstenbelasting hangt af van uw inkomsten en vermogen, waarbij verschillende soorten inkomens worden onderscheiden. Inkomen uit werk en woning (box 1) heeft bijvoorbeeld andere belastingtarieven dan vermogen (box 3). Aftrekbare kosten of schulden spelen hierbij een rol. De uiteindelijke belasting wordt bepaald aan de hand van belastingschijven met verschillende tarieven. Het bedrag dat u uiteindelijk betaalt of terugkrijgt, hangt ook af van heffingskortingen. Een helder begrip van deze stappen helpt u om uw belastingaangifte correct in te vullen.
Belastingtarieven in 2009 vergeleken met voorgaande en volgende jaren
De belastingtarieven in 2009 kenden enkele wijzigingen ten opzichte van voorgaande en volgende jaren. Zo zijn de belastingtarieven in de tweede schijf met 0,5 procentpunten gestegen in de periode tot en met 2019. De belangrijkste verschillen tussen de belastingtarieven van 2008, 2009 en 2010 worden hieronder verder toegelicht.
Belastingtarieven 2008, 2009 en 2010: belangrijkste verschillen
De **belastingtarieven voor 2009** kenden enkele wijzigingen ten opzichte van 2008. Voor personen jonger dan 65 jaar daalde het tarief in **Box 1 schijf 1** van 33,60% in 2008 naar 33,50% in 2009. Tegelijkertijd steeg het tarief in **Box 1 schijf 2** voor deze groep van 41,85% naar 42%. Voor 65-plussers veranderde het tarief in **Box 1 schijf 1** van 15,70% in 2008 naar 15,60% in 2009. De tarieven voor **Box 2** (aanmerkelijk belang) en **Box 3** (sparen en beleggen) bleven van 2008 naar 2009 stabiel op respectievelijk 25% en 30%.
Hoe berekent u uw belasting over 2009?
Om uw belasting over 2009 te berekenen, stelt u eerst uw belastbaar inkomen vast uit werk en woning (Box 1) en uit sparen en beleggen (Box 3). Dit inkomen vermindert u met aftrekposten en de berekening houdt rekening met heffingskortingen. Een rekenhulp kan u hierbij helpen, en er zijn specifieke stappenplannen en rekentools beschikbaar voor een gedetailleerde berekening.
Beschikbare rekentools en downloads voor 2009
Een specifiek aangifteprogramma was beschikbaar voor de belastingaangifte van 2009. Deze downloadbare rekentool hielp u met de inkomstenbelasting. Het maakte het invullen van uw belastingtarieven 2009 eenvoudiger. Zo’n officieel programma volstaat voor de meeste mensen. Het is een handig hulpmiddel om uw belasting over 2009 correct te berekenen.
Hypotheekrente en belastingtarieven in 2009
De gemiddelde hypotheekrente in 2009 bedroeg 5,05%. Sinds eind 2009 is de hypotheekrente met bijna 4% gedaald.
Naast de hypotheekrente waren de belastingtarieven in 2009 ook belangrijk. Voor inkomen uit werk en woning (Box 1) gold voor personen jonger dan 65 jaar tot € 17.878 een tarief van 33,50%. Tussen € 17.878 en € 32.127 betaalde u 42%. Boven € 54.776 liep het tarief op tot 52%. Inkomen uit aanmerkelijk belang (Box 2) had een belastingtarief van 25%. Voor sparen en beleggen (Box 3) was het tarief 30%. Deze tarieven beïnvloedden uw financiële situatie in 2009 aanzienlijk.
Toeslagen en belastingvoordelen gerelateerd aan zorgverzekering in 2009
In 2009 waren er toeslagen en belastingvoordelen gerelateerd aan de zorgverzekering. De zorgtoeslag bleef in dat jaar binnen de rechtmatigheidgrenzen. Voor specifieke criteria en bedragen kunt u de volgende sectie raadplegen.
Welke vrijstellingen waren er voor spaargeld en beleggingen in 2009?
Voor spaargeld en beleggingen waren in 2009 specifieke vrijstellingen van toepassing. Voor maatschappelijke beleggingen gold in 2009 een vrijgesteld bedrag van maximaal € 55.145. Voor gedetailleerde informatie over alle vrijstellingen kunt u het beste de Belastingdienst raadplegen.