English version - international interest rates

Alimentatie en de hypotheek maandlasten berekening

Alimentatie is een bijzondere financiële verplichting die grote invloed kan hebben op de betaalbaarheid van de hypotheek maandlasten enerzijds en op de omrekening van bruto naar netto maandlasten van een hypotheek anderzijds. Bij stap 3 van het stappenplan - het verrekenen van alimentatie en erfpacht - gaan we kort in op de invloed die alimentatie kan hebben op de (maandlasten van een) hypotheek. Op deze pagina gaan we er uitgebreid op in.

Bereken direct uw maandlasten

Op het moment dat een echtpaar besluit te gaan scheiden, geldt er een onderhoudsplicht. Dit houdt in dat de meest draagkrachtige ex-partner wettelijk verplicht is om de minder draagkrachtige partner - indien nodig - financieel bij te staan. Op het moment dat er kinderen bij betrokken zijn die jonger zijn dan 21 jaar, geldt deze onderhoudsplicht ook richting hen. De verplichte bijdrage die het gevolg is van deze onderhoudsplicht wordt alimentatie genoemd.

Vormen van alimentatie

Er zijn 2 vormen van alimentatie: partneralimenatie en kinderalimentatie. Hieronder worden beide vormen beschreven:

Partneralimentatie

Als één van de ex-partners niet volledig in zijn of haar levensonderhoud kan voorzien, heeft de ander de plicht om bij te dragen in de kosten van levensonderhoud. Dit wordt partneralimentatie genoemd. Deze alimentatieplicht geldt voor de volgende samenlevingsvormen:

  • getrouwde en geregistreerde partners
  • ex-partners
  • ouders en kinderen

De (toekomstige) ex-partners kunnen samen afspraken maken over de alimentatie. Dit gebeurt meestal in overleg met een mediator, advocaat of notaris. De hoogte en duur van de alimentatie worden opgenomen in de schriftelijke afspraken over de scheiding, het convenant genoemd. Hiervoor geldt:

  • Scheiding op of na 1 juli 1994
    Bij scheidingen die op of na 1 juli 1994 zijn gesloten, hoeft maximaal twaalf jaar alimentatie worden betaald. De alimentatieplicht kan ook korter gelden. Als het huwelijk korter duurde dan vijf jaar en er zijn geen kinderen, dan kan de alimentatieplicht niet langer duren dan dat het huwelijk duurde. Dit geldt ook voor geregistreerde partnerschappen.
  • Scheiding voor 1 juli 1994
    Voor echtscheidingen van voor 1 juli 1994 gelden andere regels. De regeling is afhankelijk van wat er destijds is afgesproken. Wel is het mogelijk de rechter te vragen om de toen vastgestelde periode aan te passen. Dat geldt ook voor gevallen waar mensen vijftien jaar of langer alimentatie hebben betaald; de rechter kan dan worden gevraagd de plicht te beëindigen.

Als de partners geen afspraken kunnen maken over de alimentatie, terwijl één van de twee dat nodig heeft, dan kan de rechter een alimentatieregeling vaststellen. Dat doet hij bijvoorbeeld bij de scheidingsprocedure (als nevenvoorziening). Wanneer na de scheiding de situatie van één van de ex-partners verandert, kan dat effect hebben op de alimentatie. Misschien is er minder alimentatie nodig, omdat de ontvangende partner een baan heeft. Of juist andersom, omdat de betalende partner minder gaat verdienen. De afspraken over veranderingen in de alimentatie moeten zwart op wit komen en door beide ex-partners worden getekend. Dit gaat vaak via een advocaat of notaris.

De rechter kan ook later op verzoek een alimentatieregeling vaststellen of veranderen, bijvoorbeeld als het door veranderingen in de leefsituatie van één van de ex-partners nodig is.

Voor partneralimentatie geldt dat voor diegene die de partneralimentatie voldoet, deze lasten aftrekbaar zijn voor de aangifte inkomstenbelasting als negatieve inkomsten uit werk en woning (box 1). De ontvanger echter dient de partneralimentatie op te geven voor de aangifte inkomenstenbelasting als inkomsten uit werk en woning (box 1).

Kinderalimentatie

Ouders zijn wettelijk verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van hun kinderen. Als ouders uit elkaar gaan, moeten ze voor het onderhoud van de kinderen een financiële regeling afspreken. De gemaakte afspraken over de kinderalimentatie komen in het ouderschapsplan te staan. De ouders kunnen in onderling overleg een afspraak maken over de hoogte van de alimentatie voor de kinderen. Vervolgens beoordeelt de rechter het bedrag en zo nodig stelt hij het bedrag bij. Als de ouders geen afspraken kunnen maken over kinderalimentatie, dan stelt de rechter het bedrag vast. Hierbij gelden normaliter de trema-normen als uitgangspunt. De alimentatieplicht voor kinderen geldt tot 21 jaar. Als kinderen tussen 18 en 21 jaar werken of studiefinanciering krijgen, heeft dat invloed op de hoogte van het bedrag.

Voor kinderalimentatie geldt dat deze niet aftrekbaar is voor de aangifte inkomstenbelasting als negatieve inkomsten uit werk en woning (box 1), noch hoeven ze opgegeven te worden voor de aangifte inkomenstenbelasting als inkomsten uit werk en woning (box 1). Omdat alleen partneralimentatie invloed kan hebben de op netto maandlasten van een hypotheek, wordt alleen deze hieronder verder behandeld.

Alimentatie en hypotheek maandlasten

Bij het berekenen van de inkomstenbelasting wordt in Nederland een progressief belastingstelsel gehanteerd. Dat houdt in dat u meer inkomstenbelasting gaat betalen naarmate uw inkomen hoger wordt. Maar er zijn ook aftrekposten die ervoor zorgen dat de te betalen inkomstenbelasting uiteindelijk lager wordt dan de inkomstenbelasting die door werkgevers ingehouden en afgedragen wordt aan de belastingdienst. Partneralimentatie is een voorbeeld van een aftrekpost die het belastbaar inkomen kan beïnvloeden:

Voorbeeld alimentatie

Piet werkt Fulltime bij een werkgever en verdient hierbij een inkomen van € 40.000. Hij betaalt per jaar € 10.000 aftrekbare partneralimentatie. Per saldo heeft Piet dus een belastbaar inkomen van € 30.000. Hierover dient hij inkomstenbelasting te betalen. Zijn werkgever heeft echter inkomstenbelasting ingehouden en afgedragen aan de Belastingdienst op basis van een inkomen van € 40.000. Voor dat deel van zijn inkomen waarover zijn werkgever inkomstenbelasting in IB schijf 3 heeft betaald, krijgt hij het bijbehorende percentage terug over de aftrekbare partneralimentatie. Over het restant van de aftrekbare partneralimentatie krijgt hij een percentage terug gelijk aan de betaalde inkomstenbelasting in IB schijf 2.

Wanneer u alimentatie betaalt, kan het voorkomen dat u door deze aftrekpost reeds de betaalde inkomstenbelasting in een hogere IB schijf heeft verbruikt. Daardoor krijgt u over een aftrekbare hypotheekrente een lager percentage terug dan wanneer u geen alimentatie als aftrekpost zou hebben.

Voorbeeld invloed alimentatie op aftrekbare hypotheekrente

Piet werkt Fulltime bij een werkgever en verdient hierbij een inkomen van € 40.000. Hij betaalt per jaar € 10.000 aftrekbare partneralimentatie. Per saldo heeft Piet dus een belastbaar inkomen van € 30.000. Omdat hij door de partneralimentatie reeds alle betaalde inkomstenbelasting in IB schijf 3 heeft betaald, valt de aftrekbare hypotheekrente in IB schijf 2 en eventueel IB schijf 1. Wanneer Piet geen partneralimentatie zou betalen, zou de aftrekbare hypotheekrente nog voor een deel in IB schijf 3 vallen en zou hij een hoger percentage terug ontvangen dan in het geval hij wel partneralimentatie zou betalen.

Bij alimentatieverplichtingen kan bij 2 eigenaars van een eigen woning en 2 inkomens de hypotheekrenteaftrek naar eigen inzicht verrekend worden op de te betalen inkomstenbelasting van beide inkomens. Wanneer de ene partner bijvoorbeeld alimentatie betaalt, kan het raadzaam zijn om de hypotheekrenteaftrek te verrekenen op de te betalen inkomstenbelasting van de partner.

Voorbeeld fiscaal optimaliseren hypotheekrenteaftrek bij alimentatie

Jan en Irma werken allebei Fulltime bij een werkgever en verdienen hierbij beiden een inkomen van € 40.000. Omdat Jan en Irma allebei hetzelfde inkomen genieten en hetzelfde percentage aan inkomstenbelasting betalen, zou het normaal niet uitmaken bij wie de aftrekbare hypotheekrente wordt verrekend. Omdat Jan echter gescheiden is , betaalt hij per € 10.000 aftrekbare partneralimentatie. Jan ontvangt door de aftrekbare partneralimentatie de betaalde inkomstenbelasting in IB schijf 3 terug en kan daardoor de aftrekbare hypotheekrente alleen nog maar verrekenen op basis van de belastingtarieven in IB schijf 2. Daardoor zou hij een lager percentage over de aftrekbare hypotheekrente terugontvangen. Daarom verrekenen Jan en Irma de aftrekbare hypotheekrente op het inkomen van Irma. Ze krijgen dan voor een groot deel over de aftrekbare hypotheekrente nog het hogere tarief van IB schijf 3 terug.

Voor het berekenen van de hypotheek maandlasten inclusief alimentatie, klik hier.

Laagste hypotheekrente

(met Nat. Hypotheek Garantie)

1 jaarObvion1,00 %
5 jaarLloyds Bank1,20 %
10 jaarLloyds Bank1,70 %
15 jaarAllianz2,04 %
20 jaarAllianz2,22 %
Vergelijk alle hypotheekrentes