English version - international interest rates

Belastingtarieven 2016

Belastingen 2016 - box 1

In box 1 worden het inkomen uit werk en woning belast. Hieronder ziet u de belastingschijven voor de inkomstenbelasting voor box 1 voor het jaar 2016. Voor de belastingtarieven in andere jaren, zie de links onderaan deze pagina.

Inkomsten in box 1 - tot AOW-leeftijd
IB Schijf 1: t/m € 19.922 36,55 %
IB Schijf 2: € 19.923 t/m € 33.715 40,40 %
IB Schijf 3: € 33.716 t/m € 66.421 40,40 %
IB Schijf 4: vanaf € 66.422 52,00 %
Inkomsten in box 1 - AOW-leeftijd en geboren vanaf 1 januari 1946
IB Schijf 1: t/m € 19.922 18,65 %
IB Schijf 2: € 19.923 t/m € 33.715 22,50 %
IB Schijf 3: € 33.716 t/m € 66.421 40,40 %
IB Schijf 4: vanaf € 66.422 52,00 %
Inkomsten in box 1 - vanaf AOW-leeftijd en geboren voor 1 januari 1946
IB Schijf 1: t/m € 19.922 18,65 %
IB Schijf 2: € 19.923 t/m € 34.027 22,50 %
IB Schijf 3: € 34.028 t/m € 66.421 40,40 %
IB Schijf 4: vanaf € 66.422 52,00 %

Meer over de belastingen in box 1

Belastingen 2016 - box 2

In box 2 wordt het inkomen uit aanmerkelijk belang belast. In 2016 geldt in box 2 een belastingtarief van 25% over het inkomen uit aanmerkelijk belang.

Meer over de belastingen in box 2

Belastingen 2016 - box 3

In box 3 worden de (fictieve) inkomsten uit sparen en beleggen belast. Over het belastbaar inkomen in box 3 geldt voor het jaar 2016 1,2% vermogensrendementsheffing. Hierbij heeft iedere belastingplichtige een heffingvrij vermogen. Die is voor 2016 € 24.437 (in 2015 € 21.330).

Meer over de belastingen in box 3

Erfbelasting en schenkbelasting

Sinds 1 januari 2010 geldt de nieuwe Successiewet. In de nieuwe Successiewet zijn de tarieven voor de erfbelasting (voorheen successierechten) en schenkbelasting (voorheen schenkingsrechten) in de meeste situaties fors verlaagd. Bovendien gelden andere vrijstellingen. Hieronder ziet u een overzicht van deze tarieven en vrijstellingen.

De hoogte van de belastingtarieven en de mogelijke vrijstellingen, zijn afhankelijk van de band die bestaat tussen de ontvanger en de overledene (bij schenkbelasting schenker). Hierbij geldt de volgende groepsindeling:

  • Groep 1:     partners en kinderen
  • Groep 1A:  kleinkinderen
  • Groep 2:     andere verkrijgers
Belaste verkrijging over 2016 Groep 1 Groep 1A Groep 2
0 - 121.903 10% 18% 30%
121.903 en hoger 20% 36% 40%

Het tarief is een zogenaamd schijventarief. Dat wil zeggen dat iemand in Groep 1 over de eerste € 121.903 10% belasting moet betalen. Indien meer wordt verkregen, moet over het meerdere 20% erfbelasting worden betaald.

Bij de erfbelasting gelden in 2016 de volgende vrijstellingen:

Verkrijger Vrijgesteld bedrag (2016)
Echtgenoot / geregistreerd partner 636.180
Kinderen en kleinkinderen 20.148
Zieke en gehandicapte kinderen 60.439
Ouders 47.715
Kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke of het algemeen nut beogende instellingen Vrijgesteld
Andere verkrijgers 2.122

Meer over de erfbelasting

De belastingtarieven die geheven worden over schenkingen zijn exact gelijk aan successietarieven. Er gelden echter andere vrijstellingen.

Wij hebben de vrijstellingen bij schenking voor het jaar 2016 hieronder voor u op een rij gezet.

Verkrijger Vrijgesteld bedrag (2016) 
Kinderen 5.304
Kinderen tussen 18 en 40 jaar (eenmalig, algemeen doel) 25.449
Kinderen tussen 18 en 40 jaar (eenmalig, schenking aangewend voor aankoop huis of studie) 53.016
Kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke of het algemeen nut beogende instellingen Vrijgesteld van schenkbelasting
Andere verkrijgers 2.122

Meer over schenkbelasting

Belangrijkste heffingskortingen 2016

Een heffingskorting is een bedrag dat in mindering wordt gebracht op de te betalen belasting.

Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste heffingskortingen in het jaar 2016:

Verkrijger Bedrag Perc Toelichting
Algemene heffingskorting (tot 65 jaar en 6 maanden) 2.242 (maximaal)   Geldt voor iedere belastingplichtige die jonger is dan 65 jaar en 6 maanden. De algemene heffingskorting wordt lager naarmate het inkomen hoger is dan € 19.922: boven dit bedrag wordt de algemene heffingskorting met 4,822% afgebouwd. Bij een inkomen vanaf € 66.417 is de algemene heffingskorting dan € 0.
Algemene heffingskorting (vanaf 65 en 6 maanden) 1.145 (maximaal)   Geldt voor iedere belastingplichtige die minimaal 65 jaar en 6 maanden is. De algemene heffingskorting wordt lager naarmate het inkomen hoger is dan € 19.922: boven dit bedrag wordt de algemene heffingskorting met 2,460% afgebouwd. Bij een inkomen vanaf € 66.417 is de algemene heffingskorting dan € 0.
Arbeidskorting 3.103 (maximaal)   Bij een inkomen hoger dan 34.015 wordt de arbeidskorting met 4% van het meerdere inkomen verlaagd. Vanaf een inkomen van € 111.590 is er dan geen recht op arbeidskorting meer (in 2015 was de minimale arbeidskorting nog € 184).
Arbeidskorting (vanaf 65 jaar en 6 maanden) 1585 (maximaal)   Bij een inkomen hoger dan 34.015 bedraagt de arbeidskorting geen € 1.585, maar € 1.185 en wordt deze met 2,041% van het meerdere inkomen verlaagd. Vanaf een inkomen van € 111.590 is er dan geen recht op arbeidskorting meer (in 2015 was de minimale arbeidskorting nog € 94).
Werkbonus 1.119 (maximaal)   Geldt voor mensen vanaf 60 tot 64 jaar met een inkomen. Het maximum van 1.119 wordt bereikt bij een inkomen vanaf 100% van het wettelijk minimumloon en loopt door tot 120% van het wettelijk minimumloon. Boven 120% van het wettelijk minimumloon wordt de werkbonus lineair afgebouwd tot nihil bij 175% van het wettelijk minimumloon. In 2016 vervalt de werkbonus voor de nieuwe instroom van werknemers die 62 jaar worden, maar blijft bestaan voor bestaande gevallen. Vanaf 2018 is de werkbonus dan geheel verdwenen.
Combinatiekorting (inkomensafhankelijk) 2.769 (maximaal)    
Combinatiekorting (inkomensafhankelijk, vanaf 65 jaar en 6 maanden) 1.413 (maximaal)    
Alleenstaande ouderkorting Afgeschaft (was in 2014: 947)    
Ouderenkorting 1187   Geldt voor belastingplichtigen van 65 jaar + 6 maanden en ouder die een verzamelinkomen hebben van niet meer dan 35.949 (2015: 35.770). Voor inkomens boven de 35.949 geldt een ouderenkorting van € 70 (2015: € 152).)
Alleenstaande ouderenkorting 436   Geldt voor iedere belastingplichtige die recht heeft op een AOW-uitkering voor alleenstaanden.
Jonggehandicaptenkorting 719   Geldt voor mensen die een Wajonguitkering ontvangen en die niet in aanmerking komen voor een ouderenkorting.
Groene beleggingen Maximaal 57.213 per fiscale partner 0,70% De heffingskorting voor groene beleggingen wordt berekend over maximaal de vrijstelling voor groene beleggingen in box 3 (sparen en beleggen). De heffingskorting is 0,7% van het saldo van de groene beleggingen, met een maximum van de vrijstelling in box 3.

Meer over heffingskortingen

Historische belastingtarieven

Via onderstaande links kunt u de historische belastingtarieven van de laatste jaren achterhalen.

Laagste hypotheekrente

(met Nat. Hypotheek Garantie)

1 jaarArgenta1,10 %
5 jaarObvion1,15 %
10 jaarABN AMRO1,63 %
15 jaarAllianz2,09 %
20 jaarAllianz2,24 %
Vergelijk alle hypotheekrentes

Persoonlijke lening

(rentecontrole: 23-10-2017)

5.000Directa6,00 %
10.000Findio5,10 %
15.000Freo4,40 %
25.000DEFAM4,10 %
50.000DEFAM4,10 %
Volledig overzicht persoonlijke lening