HomeFinance Hypotheken
Search
Close this search box.

Belastingtarieven 2019

Overzicht belangrijkste belastingen in 2019

Op deze pagina vindt u een overzicht van de belangrijkste belastingtarieven die gelden voor het kalenderjaar 2019. De belastingtarieven in andere jaren vindt u via de links onderaan deze pagina.

Belastingen 2019 – box 1

In box 1 wordt uw inkomen uit werk en woning belast. Hieronder ziet u de belastingschijven voor de inkomstenbelasting voor box 1 voor het jaar 2019. In 2019 zijn er 3 in plaats van 4 belastingschijven.

Inkomsten in box 1 – tot AOW-leeftijd
IB Schijf 1: t/m € 20.384 36,65 %
IB Schijf 2: € 20.385 t/m € 68.507 38,10 %
IB Schijf 3: vanaf € 68.508 51,75 %
Inkomsten in box 1 – AOW-leeftijd en geboren vanaf 1 januari 1946
IB Schijf 1: t/m € 20.384 18,75 %
IB Schijf 2: € 20.385 t/m € 34.300 20,20 %
IB Schijf 3: € 34.301 t/m € 68.507 38,10 %
IB Schijf 4: vanaf € 68.508 51,75 %
Inkomsten in box 1 – vanaf AOW-leeftijd en geboren voor 1 januari 1946
IB Schijf 1: t/m € 20.384 18,75 %
IB Schijf 2: € 20.385 t/m € 34.817 20,20 %
IB Schijf 3: € 34.818 t/m € 68.507 38,10 %
IB Schijf 4: vanaf € 68.508 51,75 %

Eigenwoningforfait 2019

In onderstaande tabel ziet u de tarieven (staffel) die gelden voor het eigenwoningforfait voor het jaar 2019.

WOZ-waarde vanaf WOZ-waarde max forfaitpercentage
€ 12.500 nihil
€ 12.501 € 25.000 0,25 %
€ 25.001 € 50.000 0,35 %
€ 50.001 € 75.000 0,50 %
€ 75.001 € 1.080.000 0,65 %
v.a. € 1.080.001 n.v.t. € 7.020 vermeerderd met 2,35 % voor het bedrag boven de € 1.080.000

Meer over de belastingen in box 1

Belastingen 2019 – box 2

In box 2 wordt het inkomen uit aanmerkelijk belang belast. In 2019 geldt in box 2 een belastingtarief van 25% over het inkomen uit aanmerkelijk belang.

Meer over de belastingen in box 2

Belastingen 2019 – box 3

In box 3 worden uw (fictieve) inkomsten uit sparen en beleggen belast. De belasting die in box 3 geheven wordt noemen we vermogensrendementsheffing. Uw inkomsten uit vermogen worden berekend met een forfaitair rendement. Het werkelijke rendement dat u behaalt is voor de fiscus niet relevant. Dit forfaitaire rendement was voorheen één vast percentage van 4%, per 2017 is het afhankelijk van de hoogte van uw totale vermogen.

Over het berekende rendement wordt een vast belastingpercentage van 30% berekend. Daarmee komt de heffing over het vermogen voor het jaar 2019 uit op een percentage variërend van 0,58% tot en met 1,68%.

Iedere belastingplichtige heeft een vrijstelling in box 3: een bedrag waarover u geen belasting hoeft te betalen. Dit heffingsvrije vermogen is voor 2019 € 30.360 (in 2018 € 30.000).

belasting op box 3 vermogen vanaf 2019 Forfaitair Rendement 30% Belasting
Schijf Vermogen uit sparen en beleggen* Percentage 0,13% Percentage 5,59% Effectief
0 Eerste € 30.360 Vrijstelling 0,00%
1 Boven vrijstelling, vanaf € 1 tot en met € 71.650 67% 33% 0,58%
2 Van € 71.651 tot en met € 989.736 21% 79% 1,33%
3 Vanaf € 989.737 0% 100% 1,68%

*Uitgangspunt is het vermogen per persoon: de waarde van bezittingen minus de schulden van iedere belastingplichtige op 1 januari van het jaar waarover u aangifte doet. Voor de eerste € 30.360 geldt een vrijstelling: daarover hoeft geen vermogensbelasting betaald te worden. Dat is in bovenstaande tabel middels schijf 0 weergegeven.

Meer over de belastingen in box 3

Erfbelasting en schenkbelasting

Hieronder ziet u een overzicht van de tarieven en vrijstellingen voor het jaar 2019.

De hoogte van de belastingtarieven en de mogelijke vrijstellingen, zijn afhankelijk van de band die bestaat tussen de ontvanger en de overledene (bij schenkbelasting schenker). Hierbij geldt de volgende groepsindeling:

  • Groep 1:     partners en kinderen
  • Groep 1A:  kleinkinderen
  • Groep 2:     andere verkrijgers
Belaste verkrijging over 2019 Groep 1 Groep 1A Groep 2
0 – 124.726 10% 18% 30%
124.727 en hoger 20% 36% 40%

Het tarief is een zogenaamd schijventarief. Dat wil zeggen dat iemand in Groep 1 over de eerste € 124.726 10% belasting moet betalen. Indien meer wordt verkregen, moet over het meerdere 20% erfbelasting worden betaald.

Bij de erfbelasting gelden in 2019 de volgende vrijstellingen:

Verkrijger Vrijgesteld bedrag (2019)
Echtgenoot / geregistreerd partner 650.913
Kinderen en kleinkinderen 20.616
Zieke en gehandicapte kinderen 61.840
Ouders 48.821
Kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke of het algemeen nut beogende instellingen Vrijgesteld
Andere verkrijgers 2.173

Meer over de erfbelasting

De belastingtarieven die geheven worden over schenkingen zijn exact gelijk aan successietarieven. Er gelden echter andere vrijstellingen.

Wij hebben de vrijstellingen bij schenking voor het jaar 2019 hieronder voor u op een rij gezet.

Verkrijger Vrijgesteld bedrag (2019)
Kinderen 5.428
Kinderen tussen 18 en 40 jaar (eenmalig, algemeen doel) 26.040
Kinderen tussen 18 en 40 jaar (eenmalig, schenking aangewend voor dure studie) 54.246
Eigen woning: alle ontvangers tussen 18 en 40 jaar (eenmalig of uitgesmeerd over maximaal drie aaneengesloten kalenderjaren, schenking aangewend voor aankoop eigen woning) 102.010
Kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke of het algemeen nut beogende instellingen Vrijgesteld van schenkbelasting
Andere verkrijgers 2.173

Meer over schenkbelasting

Belangrijkste heffingskortingen 2019

Een heffingskorting is een bedrag dat in mindering wordt gebracht op de te betalen belasting.

Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste heffingskortingen in het jaar 2019:

Verkrijger Bedrag Perc Toelichting
Algemene heffingskorting (tot AOW- leeftijd) 2.477 (maximaal) Geldt voor iedere belastingplichtige die de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt. De algemene heffingskorting wordt lager naarmate het inkomen hoger is dan € 20.384: boven dit bedrag wordt de algemene heffingskorting met 5,147% afgebouwd. Bij een inkomen vanaf € 68.508 is de algemene heffingskorting dan € 0.
Algemene heffingskorting (vanaf AOW- leeftijd) 1.268 (maximaal) Geldt voor iedere belastingplichtige die de AOW gerechtigde leeftijd bereikt heeft. De algemene heffingskorting wordt lager naarmate het inkomen hoger is dan € 20.384: boven dit bedrag wordt de algemene heffingskorting afgebouwd. Bij een inkomen vanaf € 68.508 is de algemene heffingskorting dan € 0.
Arbeidskorting 3.399 (maximaal) Bij een inkomen hoger dan 34.060 wordt de arbeidskorting met 6% van het meerdere inkomen verlaagd. Vanaf een inkomen van € 90.710 is er dan geen recht op arbeidskorting meer.
Combinatiekorting (inkomensafhankelijk) 2.835 (maximaal)
Ouderenkorting 1.596 Geldt voor belastingplichtigen die de AOW gerechtigde leeftijd bereikt hebben en een verzamelinkomen hebben van niet meer dan ongeveer 36.783 euro.
Alleenstaande ouderenkorting 429 Geldt voor iedere belastingplichtige die recht heeft op een AOW-uitkering voor alleenstaanden.
Jonggehandicaptenkorting 737 Geldt voor mensen die een Wajonguitkering ontvangen en die niet in aanmerking komen voor een ouderenkorting.
Groene beleggingen 58.540 0,70% De heffingskorting voor groene beleggingen wordt berekend over maximaal de vrijstelling voor groene beleggingen in box 3 (sparen en beleggen). De heffingskorting is 0,7% van het saldo van de groene beleggingen, met een maximum van de vrijstelling in box 3.

Meer over heffingskortingen

Hypotheek voorstel
vrijblijvend aanvragen
of bel 088-2277344
Vrijblijvend hypotheek aanvragen