English version - international interest rates

Box 1: belastbaar inkomen uit werk en woning

Wat valt er binnen box 1?

In box 1 worden het inkomen uit werk en woning belast. Het belastbaar inkomen wordt berekend door alle inkomensbronnen bij elkaar op te tellen en daarvan alle aftrekposten af te trekken. De belangrijkste posten hebben we hieronder voor u op een rij gezet:

bij elkaar optellen:

  • loon uit dienstverband;
  • winst uit onderneming;
  • inkomen uit overige werkzaamheden, bijv. freelance opdrachten;
  • inkomen uit sociale uitkeringen en pensioen;
  • inkomen uit lijfrente producten;
  • inkomen uit een transitievergoeding (voorheen: gouden handdruk) (ontslagvergunning);
  • inkomen uit alimentatie (partneralimentatie);
  • eigen woning forfait (de tarieven eigenwoningforfait vindt u onderaan deze pagina).

daarvan aftrekken:

  • betaalde rente over eigen woning schuld (dus geen consumptieve rente);
  • ondernemersaftrek;
  • werknemersaftrek;
  • uitgaven voor inkomensvoorzieningen;
  • betaalde alimentatie;
  • overige persoonsgebonden aftrek.

Op het moment dat u bovenstaande posten op een rij zet, krijgt u uiteindelijk een saldo: het belastbaar inkomen uit werk en woning. Over dit saldo bent u inkomstenbelasting verschuldigd. In onderstaande tabel ziet u welk belastingtarief u dient te betalen.

Actuele belastingtarieven box 1

Hieronder ziet u de actuele belastingtarieven voor de inkomstenbelasting voor box 1 voor het jaar 2018 (voor andere jaren, zie de links onderaan deze pagina). Zoals u ziet, geldt hierbij een progressief stelsel. Of te wel: de belastingtarieven worden hoger zodra het inkomen hoger wordt.

Er wordt hierbij een onderscheid gemaakt in mensen die jonger en ouder zijn dan de AOW-gerechtigde leeftijd. Mensen die AOW gerechtigd zijn betalen geen AOW premie meer waardoor het belastingtarief in de eerste schijven lager wordt. Bij mensen die AOW gerechtigd zijn wordt daarnaast onderscheid gemaakt in mensen die geboren zijn voor of na 1 januari 1946. Vanwege de zogenaamde houdbaarheidsbijdrage ligt de bovengrens in de tweede belastingschijf bij mensen die geboren zijn voor 1 januari 1946 hoger dan mensen die daarna geboren zijn. Hierdoor kan het zijn dat mensen die geboren zijn na 1 januari 1946 meer belasting betalen dan andere AOW-gerechtigden.

Inkomsten in box 1 - tot AOW-leeftijd
IB Schijf 1: t/m € 20.142 36,55 %
IB Schijf 2: € 20.143 t/m € 33.994 40,85 %
IB Schijf 3: € 33.995 t/m € 68.507 40,85 %
IB Schijf 4: vanaf € 68.508 51,95 %
Inkomsten in box 1 - AOW-leeftijd en geboren vanaf 1 januari 1946
IB Schijf 1: t/m € 20.142 18,65 %
IB Schijf 2: € 20.143 t/m € 33.994 22,95 %
IB Schijf 3: € 33.995 t/m € 68.507 40,85 %
IB Schijf 4: vanaf € 68.508 51,95 %
Inkomsten in box 1 - vanaf AOW-leeftijd en geboren voor 1 januari 1946
IB Schijf 1: t/m € 20.142 18,65 %
IB Schijf 2: € 20.143 t/m € 34.404 22,95 %
IB Schijf 3: € 34.405 t/m € 68.507 40,85 %
IB Schijf 4: vanaf € 68.508 51,95 %

Eigenwoningforfait

Het eigenwoningforfait is een bedrag dat een eigenaar van een koopwoning in Box 1 bij het inkomen moet optellen als een soort vergoeding voor het woongenot van die eigen woning. Bij de berekening wordt de WOZ-waarde vermenigvuldigd met het forfaitpercentage.

In onderstaande tabel ziet u de tarieven (staffel) die gelden voor het eigenwoningforfait voor het jaar 2018.

WOZ-waarde vanaf WOZ-waarde max forfaitpercentage
- € 12.500 nihil
€ 12.501 € 25.000 0,25 %
€ 25.001 € 50.000 0,40 %
€ 50.001 € 75.000 0,55 %
€ 75.001 € 1.060.000 0,70 %
v.a. € 1.060.001 n.v.t. 0,75 % - 2,35 %
€ 7.420 vermeerderd met 2,35 % voor het bedrag boven de € 1.060.000

Betaalde rente over eigen woning schuld

Een belangrijke aftrekpost in box 1 is de betaalde rente over de eigen woning schuld, ook wel de hypotheekrenteaftrek genoemd. Het maximale percentage waartegen de rente afgetrokken kan worden, wordt sinds 2014 met jaarlijks met een half procent afgebouwd. Hypotheekrente kan in 2018 in de vierde schijf nog voor maximaal 49,5% afgetrokken worden.

KEW vrijstelling

Uitkeringen uit een kapitaalverzekering eigen woning (KEW), een beleggingsrekening eigen woning (BEW) of een spaarrekening eigen woning (SEW) zijn onbelast als aan de volgende voorwaarden voldaan wordt:

  • de woning waarvoor de KEW-verzekering is afgesloten moet een eigen woning van u of uw fiscale partner zijn;
  • de opbrengst uit de KEW moet gebruikt worden voor de aflossing van de hypotheek;
  • de verzekering moet bij een professionele levensverzekeringsmaatschappij afgesloten worden;
  • de premiebetaling moet regelmatig zijn. De hoogste premie mag nooit hoger zijn dan 10x de laagste premie.

De belastingvrije uitkering is maximaal 164.000 euro (in 2017 162.500) per belastingplichtige gedurende het gehele leven.

Meer over het boxenstelsel en de overige boxen

Klik hier voor meer informatie over het boxenstelsel.
Klik hier voor meer informatie over box 2: belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang.
Klik hier voor meer informatie over box 3: belastbaar inkomen uit sparen en beleggen.

Historische belastingtarieven

Via onderstaande links kunt u de historische belastingtarieven van de laatste jaren achterhalen.

Laagste hypotheekrente

(met Nat. Hypotheek Garantie)

1 jaarCentraal Beheer1,19 %
5 jaarObvion1,25 %
10 jaarABN AMRO1,74 %
15 jaarAllianz2,10 %
20 jaarAllianz2,28 %
Vergelijk alle hypotheekrentes

Persoonlijke lening

(rentecontrole: 18-5-2018)

5.000Lender en Spender5,70 %
10.000Findio5,10 %
15.000Freo4,40 %
25.000DEFAM4,10 %
50.000DEFAM4,10 %
Volledig overzicht persoonlijke lening